U bent nu hier:

Veel artsen weten van wetenschapsfraude

Publicatie 11 april 2012
Jaargang 2012
Auteur Joost Visser

Een op de zeven artsen heeft weleens gezien dat wetenschappelijke resultaten werden verzonnen. Bijna een kwart heeft weleens meegemaakt dat alleen die gegevens werden gebruikt die de onderzoeker goed uitkwamen.

beeld: Thinkstock beeld: Thinkstock

Dat blijkt uit een enquête van het artsenblad Medisch Contact onder achthonderd huisartsen, medisch specialisten, specialisten ouderengeneeskunde en sociaal geneeskundigen. De resultaten worden deze week gepubliceerd in een special over het wetenschappelijk bedrijf.

Van de geënquêteerde artsen zegt 15 procent weleens ‘van nabij’ te hebben gezien dat wetenschappelijke resultaten werden verzonnen; 22 procent zegt weleens te hebben gezien dat onderzoeksdata werden geselecteerd of statistisch werden bewerkt om significante resultaten te behalen. Ruim één op de drie artsen (36%) heeft wel eens meegemaakt dat aan de lijst van auteurs van een wetenschappelijk artikel iemand werd toegevoegd die niets met het onderzoek te maken had.

Slechts een minderheid van de geënquêteerde artsen (18%) is zelf gepromoveerd en de meesten zijn ook nu niet wetenschappelijk actief. Wel zegt een ruime meerderheid de wetenschappelijke ontwikkelingen goed bij te houden, meestal door daarover te lezen in vakbladen als Medisch Contact of het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Eén op de drie artsen leest zelf toonaangevende Engelstalige tijdschriften als The Lancet of British Medical Journal.

Nieuwe wetenschappelijke inzichten vinden niet direct de weg naar de spreekkamer: een ruime meerderheid past deze pas in de praktijk toe, nadat ze zijn vastgelegd in professionele richtlijnen voor de beroepsgroep. Een opvallend gegeven: bijna driekwart van alle artsen (72%) is van mening dat belangrijke klinische vragen binnen hun vakgebied nog niet wetenschappelijk zijn onderzocht.

Joost Visser

Lees meer over het onderzoek in de special van Medisch Contact over het wetenschappelijk bedrijf: Liever lezen dan doen

Online gepubliceerd op: 11 april 2012

Hieronder ziet u de reacties op dit bericht. Plaats ook uw reactie! Ziet u geen reactieformulier? (2)

"Drie opmerkingen:

1.
De drie stellingen die we artsen voorlegden, waren:

Ik heb van nabij gezien dat wetenschappelijke resultaten werden verzonnen

Ik heb meegemaakt dat aan de auteurs van een publicatie iemand werd toegevoegd die niets te maken had met het onderzoek

Ik heb van nabij gezien dat onderzoeksdata werden geselecteerd of statistisch bewerkt teneinde significante resultaten te bereiken

Steeds hebben we met de formulering van de stellingen bewust reacties die berusten op ‘hearsay’ proberen te vermijden, juist door woorden als ‘van nabij’, ‘gezien’ en ‘meegemaakt’ te kiezen. We kunnen evenwel niet bewijzen dat mensen deze woorden ook opvatten zoals wij ze bedoeld hebben.

2.
De analogie met het voetbalveld en het jongetje met de hartstilstand zien we niet: onze respondenten komen uit alle windstreken, en stonden dus niet allemaal rond hetzelfde ‘veld’.

3.
Bekijken we de resultaten nog wat preciezer dan zien we dat 13,3 procent van de gepromoveerden, en 13,6 procent van de niet-gepromoveerden, de eerste stelling met 'ja' beantwoordt.
Interessant is ook dat slechts 3,5 procent van de gepromoveerden reageert met ‘weet niet’, tegen 13,2 procent van de niet-gepromoveerden. Dat duidt er ons inziens op dat zeker de gepromoveerden wisten waarover ze spraken.


Henk Maassen
Joost Visser


"

h maassen, redacteur Medisch Contact, Utrecht - 17-04-2012 15:17

"(deel 2)
Daarbij speelt nog een tweede fenomeen: heel veel mensen kunnen ‘van nabij’ iets ernstigs meemaken dat toch heel zeldzaam is. Stel dat bij een voetbalwedstrijd van een jeugdclub één jongetje een hartstilstand krijgt. Dat is een gebeurtenis die zowat even zeldzaam is als een blikseminslag. Echter, bij de club voetballen 550 kinderen. Daar zijn dus 1100 ouders, en nog een heel aantal meer vrijwilligers, scheidsrechters, trainers e.d. bij betrokken. Stel dat MC geïnteresseerd geraakt in de gevaren van sport voor kinderen met nog niet erkende hartafwijkingen, en je ouders enquêteert bij de vereniging (en ook bij de uitspelende vereniging), vermoeden wij dat een zeer hoog percentage zal zeggen wel eens een ernstige cardiale acute gebeurtenis bij een kind te hebben meegemaakt: vermoedelijk heeft 10% het gezien, en zal bijna iedereen er van weten. Even toegepast op fraude: als men anno 2012 aan hoogleraren sociale psychologie zou vragen of zij ‘van nabij’ een collega kennen die ooit gegevens heeft gefabriceerd, dan is het antwoord op dit ogenblik vermoedelijk 100%.

Tot slot noteren we dat de response van de deelnemers in het artikel van MC 49% was, zeg maar de helft. Wellicht vond een groot deel van de aangeschrevenen zich op geen enkele wijze aangesproken. De bevindingen van MC zijn te beschouwen als een rare uitbijter in het onderzoek naar fraude en fabricatie van gegevens; net iets te extreem om waar te zijn.

Jan P Vandenbroucke, Hoogleraar Klinische Epidemiologie, LUMC

Frits R Rosendaal, Hoogleraar Klinische Epidemiologie, LUMC
"

, , - 16-04-2012 13:16



Laatste nieuws | Achter het nieuws | Nieuwsbrief | Actuele dossiers

Laatste reacties:

    Organigrammania - Marcel Levi

    Reactie: 'Mooi column, en hoe is dat in het AMC?'     


    Norm borstkankeroperaties boven 75 zinloos

    Reactie: 'Persbericht Borstkankervereniging 2) In ziekenhuizen met een hoog volume worden alle voorzieningen/b...'  »»
    Reacties: 3 reacties


Meer op de reactiepagina »

Tweets

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd