0. Inleiding bij de Canon van de geneeskunde in Nederland
Inleiding Nederland is in de ban van de canon. Sinds de commissie-Van Oostrom in 2006 De canon van Nederland presenteerde, zijn er vele ‘subcanons’ verschenen. Veel steden en provincies produceerden hun eigen canon, maar ook disciplines, beroepen, de kunsten en de wetenschappen voelden die behoefte. In de ‘oercanon’ werd weliswaar opgeroepen tot het samenstellen van lokale canons, maar de mate waarin aan die oproep gehoor is gegeven, is opmerkelijk. Wat is hier aan de hand? Is er sprake van een grootschalige herbezinning op alles? In welke behoefte wordt door een canon voorzien? Wat ís een canon eigenlijk?
Voor velen heeft het begrip ‘canon’ een statische connotatie. In een religieuze context gaat het om een (door priesters) vastgestelde lijst van heilige boeken en richtlijnen waaraan de gelovigen zich hebben te houden, in een literaire context om een (door connaisseurs) vastgestelde lijst van boeken ‘die je gelezen moet hebben’. Zo opgevat heeft een canon dus ook een elitaire connotatie. Verder zou een canon ook een conserverende, om niet te zeggen conservatieve en disciplinerende werking hebben. Kennis van de canon is dan een voorwaarde om bij een (sub)cultuur te kunnen horen, en de priesters en de connaisseurs bepalen wie dat zijn.
Dit is niet de canonopvatting van de commissie-Van Oostrom, en evenmin die van ons. De opdracht aan de commissie kwam voort uit zorg van de Onderwijsraad over de gebrekkige historische kennis onder jongeren in Nederland. In het onderwijs hebben kennisoverdracht en algemene ontwikkeling steeds meer aan belang ingeboet. Volgens de raad is dat een onwenselijke ontwikkeling, omdat het onderwijs bij uitstek de plaats is waar de waardevolle onderdelen van onze cultuur kunnen worden doorgegeven. Een canon werd gezien als een nuttig tegenwicht tegen allerlei desintegrerende krachten, zodat de commissie werd uitgenodigd die te ontwikkelen. Ze was zich bewust van de kritiek die op een canon mogelijk is, maar geloofde toch in de kracht die ervan kan uitgaan. Daartoe vond de commissie het wel nodig dat canon en nationale identiteit van elkaar werden losgekoppeld. Op zijn best weerspiegelt een canon het collectieve geheugen van een land, echter nooit de identiteit ervan. In die zin is een canon inderdaad conservatief, omdat wordt bewaard wat waardevol wordt geacht. Maar aangezien over die waarde kan worden gesproken, hebben we nooit te maken met een statisch conservatisme. Geschiedenis is wel gedefinieerd als ‘de geestelijke vorm waarin een cultuur zich rekenschap geeft van haar verleden’. Rekenschap geven veronderstelt een actieve, dynamische omgang met het verleden, dat dus ook een springplank voor vernieuwing kan zijn. Een goede canon is daarom nooit een limitatief lijstje met namen en gebeurtenissen, maar een aanzet tot overdenking en discussie. De commissie koos daarom niet voor een opsomming van de belangrijkste namen en gebeurtenissen, maar voor ‘vensters’. Door een venster kijkend kan het beschreven icoon in zijn context worden begrepen, maar tevens in zijn dynamische verhouding tot het heden.
Deze canon is gewijd aan de geneeskunde in Nederland. Waarom alleen Nederland? Is de wetenschap – en dus ook de geneeskunde – geen universele activiteit? Tot op zekere hoogte is ze dat zeker, maar daarnaast geldt ook dat er sprake is van ‘nationale stijlen’ van wetenschapsbeoefening en gezondheidszorg. Wie bijvoorbeeld wijst op het gevaar van het ontstaan van ‘Amerikaanse toestanden in de zorg’ gaat ervan uit dat er iets is dat ‘ons’ van ‘hen’ scheidt. In de verzekeringspraktijk laat zich dat misschien het beste aanduiden met een begrip als verdelende rechtvaardigheid, in de rechtspraktijk met een zekere nuchterheid en lotsaanvaarding: in Nederland is niemand onverzekerd tegen ziektekosten en in Nederland is men niet zo snel geneigd een arts voor het gerecht te slepen. In deze canon zijn vensters opgenomen over ‘Nederlandse’ bijdragen aan de geneeskunde, waarvoor men bewondering kan hebben. We denken dan bijvoorbeeld aan de elektrocardiograaf van Einthoven, die voor zijn werk de Nobelprijs ontving. Maar ook aan de bijdrage die twee Rotterdamse medici hebben geleverd aan de aanvaarding van de bloedsomlooptheorie van William Harvey. Daarnaast horen ook de thuisbevalling en het euthanasiedebat in de canon thuis: omdat Nederland er zowel uniek als veelbesproken mee is in de wereld.
Onze canon richt zich op alle werkers in de Nederlandse gezondheidszorg in een tijd die enerzijds grote vooruitgang kent, maar tevens wordt geplaagd door overconsumptie, schaarste, richtlijnen en vermarkting. Wanneer onze canon stemt tot nadenken over deze kwesties en tot het formuleren van ‘Nederlandse’ antwoorden zijn we in onze opzet geslaagd.
Als resultaat van de genoemde overwegingen die bij de samenstelling van de Canon zijn gemaakt, en vooral ook door het beperkte aantal van vijftig vensters en de beperkte ruimte van maximaal vierhonderd woorden per venster, zijn er in de geschiedenis van de Nederlandse geneeskunde accenten gelegd en facetten belicht die afwijken van wat in de oudere overzichtswerken aan hoofdmomenten en hoofdlijnen is gekozen. Tot die overzichten kan men de boeken rekenen van Baumann, Van der Korst en Lindeboom. Een bredere historische benadering voor de oudere geschiedperiode (Huisman), een verwijzing naar het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde als spiegel voor de ontwikkeling van de geneeskunde in Nederland gedurende de laatste anderhalve eeuw (Van Lieburg) en een belichting vanuit internationaal perspectief (Cook) laten zien dat hier nog een wijds veld voor historisch onderzoek openligt. Het doorploegen van dit landschap zal onmiskenbaar leiden tot nieuwe inzichten en daarmee tot een herziene keuze en nieuwe redactie van de hier geboden Canonteksten.
Prof.dr. Frank G. Huisman, hoogleraar geschiedenis der geneeskunde (Universitair Medisch Centrum Utrecht en Vakgroep Geschiedenis van de Universiteit Maastricht) Prof.dr. Mart J. van Lieburg, hoogleraar medische geschiedenis (Erasmus Universitair Medisch Centrum en Universitair Medisch Centrum Groningen)
Canon geneeskunde in Nederland
-
Leven en ziekte in de prehistorische tijd
-
Romeinse geneeskunde in Nederland
-
Ziekenzorg voor en door kloosterlingen
-
Pandemieën op het breukvlak van de tijd
-
Medische praktijk in de artesliteratuur
-
Medische geleerdheid en openbaar bestuur
-
Van bezetenheid naar krankzinnigheid door onttovering
-
Academisch medisch onderwijs
-
De religieuze dimensie van wetenschap
-
Schrijven voor het grote publiek
-
De Nederlandse pijlers van Harveys circulatietheorie
-
Nederlandse chirurgie in internationale context
-
De voortplanting als studieobject
-
Het scheikundige alternatief voor de mechanistische mens
-
Hefboom op een markt onder druk
-
Verzamelen voor allegorie en wetenschap
-
Reizende kennis over de wereldzeeën
-
Europees icoon van de klinische geneeskunde
-
De vroedvrouw in de Nederlandse gezondheidszorg
-
Godsbeleving en natuuronderzoek
-
Omgevingsgeneeskunde in de Verlichting
-
Sociabiliteit in medische kringen
-
Staat en geneeskunde in de Verlichting
-
Vaccinatie: preventie door overreding of dwang?
-
Blauwdruk voor een nationale gezondheidszorg
-
Hervormer van het Nederlandse krankzinnigenwezen
-
Strijden voor de belangen van de Nederlandse medicus
-
Brandpunt van de medische periodieke pers
-
Bijdragen vanuit de militaire geneeskunde
-
Onderzoeker van wereldformaat
-
De arbeider als medische opgave
-
Van artsentitel tot BIG-registratie
-
De modernisering van het Nederlandse ziekenhuiswezen
-
Feminisering van het medische beroep
-
Een beriberi-onderzoeker wordt Nobelprijswinnaar
-
Nobelprijs voor elektrodiagnostiek
-
Wetenschap en industrie
-
Van roeping tot beroep
-
Nieuwe mogelijkheden in de strijd tegen pijn
-
Beeldvormingstechniek in de moderne geneeskunde
-
Arts-zijn in oorlogs- en bezettingstijd
-
Doorbraak in de toegankelijkheid van medische zorg
-
De droom van een artificiële mens
-
Medische informatica op weg naar evidence-based medicine
-
De laatste barrières van de chirurgie geslecht
-
Een nieuw profiel voor de huisarts
-
Schaarste en internationalisering
-
Het euthanasiedebat in Nederland
-
Van zelfontplooiing naar zelfbeschikking
-
Aan de frontlijn van de biomedische wetenschappen
-
Disclaimer canon
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier? Dan dient u eerst in te loggen.
De canon is in de boekhandel te koop voor 17,50 euro. U kunt het boek ook online bestellen bij Elsevier Gezondheidszorg.
Meest bekeken canon-vensters:
4. De ‘Zwarte Dood’ (14e eeuw)
10-12-2009 |
Pandemieën op het breukvlak van de tijd »»
Reacties: 1 reactie
3. De abdij van Egmond (10e-16e eeuw)
10-12-2009 |
Ziekenzorg voor en door kloosterlingen »»
Reacties: Plaats een reactie
2. De Nijmeegse legioenvesting (1e-2e eeuw)
10-12-2009 |
Romeinse geneeskunde in Nederland »»
Reacties: 2 reacties

