3. De abdij van Egmond (10e-16e eeuw)
Ziekenzorg voor en door kloosterlingen
De SintAdalbertusabdij te Egmond omstreeks 1570, aan het begin van de achttiende eeuw getekend naar een gravure van Jacobus Schijnvoet. Het kloosterhospitaal is vermoedelijk het gebouwtje op de voorgrond links, vóór de kapel.
De oudste én grootste abdij van Holland lag in EgmondBinnen. De abdij werd aan het begin van de tiende eeuw door graaf Dirk I gesticht en was gewijd aan SintAdalbertus, de Engelse monnik die twee eeuwen eerder de kerstening van de regio in gang had gezet.
De devotie rond zijn graf maakte Egmond weldra tot een bedevaartsoord, waar vooral blinden, lichamelijk gehandicapten, en lijders aan geestesziekten en chronische kwalen heil en heling zochten.
Daarmee werd Egmond het voorbeeld bij uitstek van de middeleeuwse cultuur rond ziekte en genezing, waarin het magisch-religieuze denken de hoofdtoon was en heiligen en hun wondergenezingen een hoofdrol speelden.
Mirakelboeken fungeren als de annalen van deze cultuur, en vertellen ook over de wondergenezingen van Sint Adalbertus. De abdij van Egmond volgde de kloosterregel van Benedictus, waarin de zorg voor zieken nadrukkelijk aan de orde kwam. Niet alleen ging het om eigen kloosterlingen die men moest dienen ‘als Christus in eigen persoon’, maar ook om de pelgrims en gasten ‘omdat men in hen Christus meer in het bijzonder ontvangt’. Voor de eerste categorie beschikte de abdij over een eigen infirmerie waar een ziekenverpleger (marius) de leiding had. Tot zijn werkterrein behoorde de kloostertuin (hortus), waar medicinale planten werden gekweekt.
De Heilige Adalbertus, aartsdiaken van Utrecht, afgebeeld in de Batavia sacra of kerkelijke historie en oudheden van Batavia, behelzende de levens van onze eerste geloofsverkondigers, geschreven door H.F. van Heussen (1715).
De tweede groep vond onderdak in het gasthuis even buiten het klooster. Een monnik diende hier als hospitaalmeester, bijgestaan door een ziekenmoeder en enkele ziekenoppassers.
Toen de abdij met het hospitaal in 1573 door de Geuzen werd verwoest, was de hospitaalfunctie van het klooster al grotendeels overgegaan naar de omringende steden. De parochies rekenden het volgens de bepalingen van het concilie van Tours (567) tot hun taak de armen en ziekenzorg te organiseren.
Bovendien groeide de overtuiging dat caritas geen exclusief domein was van de kerk, maar dat ook de lokale overheid op het terrein van armen en ziekenzorg verantwoordelijkheid droeg. Deze overtuiging werd krachtig verdedigd door de Vlaamse humanist Juan Luis Vives (14921540).
Minstens even belangrijk als de caritas was voor de Egmondse abdij het terrein van de boekcultuur. In hun schrijfatelier (scriptorium) legden monniken (copiisten) zich toe op het vervaardigen van handschriften, waarvoor ook medische werken als origineel werden gekozen.
In de kloosterbibliotheek die zo werd opgebouwd, prijkten verschillende boeken met geneeskundige beschouwingen en aanwijzingen voor medische behandeling, zoals een commentaar op de geneeskundige spreuken (aforismen) van Hippocrates.
Literatuur
J. Hof, De abdij van Egmond van de aanvang tot 1573 (Den Haag: Historische Vereniging voor Zuid Holland, 1973).
J. Vis, 650 jaar ziekenzorg in Alkmaar, 13411991. Hoofdstukken uit de geschiedenis en voorgeschiedenis van de Alkmaarse zieken en gezondheidszorg (Hilversum: Verloren, 1991) 1527.
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
De canon is in de boekhandel te koop voor 17,50 euro. U kunt het boek ook online bestellen bij Elsevier Gezondheidszorg.
Meest bekeken canon-vensters:
18. Herman Boerhaave (1713)
10-12-2009 |
Europees icoon van de klinische geneeskunde »»
Reacties: Plaats een reactie
22. Het genootschap van Bonn (1790)
10-12-2009 |
Sociabiliteit in medische kringen »»
Reacties: Plaats een reactie
36. De cardiograaf van Einthoven (1903)
10-12-2009 |
Nobelprijs voor elektrodiagnostiek »»
Reacties: 5 reacties

