10. De Schat der gesontheyt (1636)
Schrijven voor het grote publiek
Titelprent van de uitgave van het verzamelde werk (1651) van Johan van Beverwijck: de auteur wordt door Apollo onderwezen in de werking van geneeskrachtige planten. Op de achtergrond is een chirurgijnswinkel te zien waar een aderlating wordt uitgevoerd.
In formele zin was de gezondheidszorg in de Republiek goed georganiseerd. In de belangrijkste gewesten was een universiteit met een medische faculteit gevestigd; daar werden medicinae doctores opgeleid. In de grotere steden regelden gilden de opleiding van chirurgijns en apothekers, terwijl een collegium medicum toezicht hield op de beroepsuitoefening. Daarbij werden ze geruggensteund door stedelijke ordonnanties en plakkaten.
De praktijk leek echter weinig op dit formele, juridische ideaal. Officiële genezers maakten zich vaak zelf schuldig aan inbreuken op de competentie van hun collega’s. Daarnaast waren er velen die zich – hoewel niet officieel geschoold – op het terrein van de geneeskunde begaven. Dit varieerde van burenhulp tot een behandeling door een priester, een beul, een smid of een rondreizende medicijnverkoper.
Soms handelden ze te goeder trouw, soms niet, zoals het werk van bijvoorbeeld Jan Steen en Gerard Dou laat zien. De reactie op dergelijke grensoverschrijdingen was tweeërlei. Concurrenten werden bestreden met een verscherping van de wetgeving en het toezicht op de naleving ervan.
Op de titelprent van Van Beverwijcks verhandeling over de chirurgie (1671) storten hogere machten hun zegeningen, maar ook rampen en ziekten uit over het menselijk geslacht.
Burgers die hun toevlucht zochten bij irreguliere genezers, werden geacht te handelen uit onwetendheid. Deze werd bestreden door geleerden die beschikten over een goed didactisch vermogen, een vlotte pen en de bereidheid in het Nederlands te schrijven.
Johan van Beverwijck (1594-1647) was zo iemand. Hij was zijn medische opleiding begonnen in Leiden, had daarna vele Europese universiteiten bezocht en was ten slotte gepromoveerd in Padua. Daarna had hij zich gevestigd in zijn geboortestad Dordrecht, waar hij eerst tot stadsmedicus werd benoemd en later tevens tot docent anatomie van de chirurgijns en de vroedvrouwen.
Al vroeg betuigde hij zijn instemming aan de bloedsomlooptheorie van William Harvey, met wie hij correspondeerde. In 1636 verscheen Schat der gesontheyt, later gevolgd door Schat der ongesontheyt en Heelkonste. Het drieluik bevat een systematisch overzicht van alle factoren die van invloed zijn op de gezondheid, en van de oorzaken en de behandeling van alle toen bekende ziekten. Het is gebaseerd op de klassieke humorenleer en gesteld in een helder proza met humoristische anekdotes en terzijdes.
Om het didactische effect te verhogen waren aan de uitgave niet alleen houtsneden toegevoegd, maar ook verzen van de volksdichter Jacob Cats. De boeken werden gedurende de hele 17e eeuw zeventiende eeuw vele malen herdrukt, hetgeen wijst op een grote populariteit van deze medische voorlichtingsliteratuur. Minder duidelijk is of ze de ‘medicalisering van de samenleving’ die ze beoogden ook hebben bereikt.
Literatuur
L. van Gemert (samenstelling), De schat der gezondheid (Amsterdam: Querido, 1992). R. Porter (red.), The popularization of medicine, 16501850 (Londen: Routledge, 1992).
Terug naar de Canon
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
De canon is in de boekhandel te koop voor 17,50 euro. U kunt het boek ook online bestellen bij Elsevier Gezondheidszorg.
Meest bekeken canon-vensters:
18. Herman Boerhaave (1713)
10-12-2009 |
Europees icoon van de klinische geneeskunde »»
Reacties: Plaats een reactie
22. Het genootschap van Bonn (1790)
10-12-2009 |
Sociabiliteit in medische kringen »»
Reacties: Plaats een reactie
36. De cardiograaf van Einthoven (1903)
10-12-2009 |
Nobelprijs voor elektrodiagnostiek »»
Reacties: 5 reacties

