U bent nu hier:

15. Het Roonhuysiaanse geheim (ca 1680)

Hefboom op een markt onder druk

De hefboom of hevel van Roonhuysen: verloskundige eenvoud als zorgvuldig bewaard geheim. De hefboom of hevel van Roonhuysen: verloskundige eenvoud als zorgvuldig bewaard geheim.

De geboorte is – als natuurlijk fenomeen – heel lang buiten het medisch-technische domein gebleven. Vroedvrouwen begeleidden niet alleen de geboorte, maar speelden daarnaast een belangrijke rol in de vrouwencultuur van een gemeenschap. De verloskunde was een ongereglementeerde praktijk, beoefend door vrouwen die er een zekere ervaring in hadden opgebouwd.

Op het platteland zou dit nog lang zo blijven, maar in (snel groeiende) steden ontstond de behoefte tot regulering van de verloskunde. Amsterdam kan gelden als een vroeg voorbeeld van deze reglementeringsbehoefte. In 1668 werd het afleggen van een examen voor een collegium obstetricum verplicht gesteld voor alle vroedvrouwen van de stad.

In het theoretische onderwijs – verzorgd door de chirurgijn en vroedmeester Hendrik van Roonhuysen – leerden vroedvrouwen ‘natuurlijke’ geboortes te onderscheiden van complexe. In het laatste geval dienden ze de hulp in te roepen van een vroedmeester, die als enige bevoegd was tot het gebruik van het instrumentarium dat daarvoor nodig was.

De regel creëerde enorme economische kansen voor de vroedmeesters. Van Roonhuysen had de beschikking over een instrument – naar later bleek een eenvoudige hefboom – dat hij angstvallig geheim hield. Hij gaf het geheim door aan zijn zoon Rogier, die het voor veel geld doorverkocht aan enkele van zijn collega’s.

Titelprent van het Nieuw ligt voor vroedmeesters en vroed vrouwen (1701) van Hendrik van Deventer. Titelprent van het Nieuw ligt voor vroedmeesters en vroed vrouwen (1701) van Hendrik van Deventer.

Zo ontstond een kleine kring van ‘Roonhuysiaanse vroedmeesters’. Het waren ingewijden, die voor zichzelf een marktaandeel veilig stelden door te suggereren over superieur instrumentarium te beschikken. Andere verloskundigen leverden scherpe kritiek op dit monopolie, omdat alleen Roonhuysianen in aanmerking kwamen voor het ambt van stadsvroedmeester.

Met dat ambt waren ze niet alleen verzekerd van een basisinkomen, ook hadden ze de controle over de instroom in het verloskundig beroep. In het midden van de achttiende eeuw werd kennis van het geheim zelfs als voorwaarde gesteld voor het examen: de Roonhuysianen dreigden het absolute monopolie te verwerven.

Twee stadsdoctoren haalden de druk van de ketel door het geheim in 1753 te publiceren. De ‘vroedmeesterkwestie’ illustreert de kansen die geheimhouding en exclusiviteit bieden op een markt onder druk. De strijd om de gunst van de patiënt staat dan de uitwisseling van kennis en technieken en goede collegiale verhoudingen in de weg.

Maar hoewel het marktaandeel van de mannelijke verloskundige belangrijk was uitgebreid, werden vroedvrouwen niet van hun domein verdreven. Elders in de Republiek was sprake van een veel minder overspannen markt, zodat de door de vroedvrouw begeleide thuisbevalling de internationaal unieke plaats kon verwerven die ze tegenwoordig nog steeds heeft.

Literatuur
H. Marland (red.), The art of midwifery. Early modern midwives in Europe (Londen: Routledge, 1993).
T. Nieuwenhuis, Vroedmeesters, vroedvrouwen en verloskunde in Amsterdam, 1746-1805 (Amsterdam: Het Spinhuis, 1995).

Terug naar de canon

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

canonoverzicht


De canon is in de boekhandel te koop voor 17,50 euro. U kunt het boek ook online bestellen bij Elsevier Gezondheidszorg.

Meest bekeken canon-vensters:

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd