U bent nu hier:

17. De medicijnkist van de VOC (17e eeuw)

Reizende kennis over de wereldzeeën

 In 1694 verscheen de Oost en WestIndische warande. Vervattende aldaar de leef en geneeskonst. Met een verhaal van de speceryen, boom en aardgewassen, dieren etc. in Oost en WestIndien voorvallende, geschreven door Jacobus Bontius, Willem Piso en Georgius Markgraef. Door de uitgever werd hier De nieuw verbeterde chirurgijns scheepskist van Johannes Verbrugge aan toegevoegd. In 1694 verscheen de Oost en WestIndische warande. Vervattende aldaar de leef en geneeskonst. Met een verhaal van de speceryen, boom en aardgewassen, dieren etc. in Oost en WestIndien voorvallende, geschreven door Jacobus Bontius, Willem Piso en Georgius Markgraef. Door de uitgever werd hier De nieuw verbeterde chirurgijns scheepskist van Johannes Verbrugge aan toegevoegd.

In 1602 besloten de StatenGeneraal tot de oprichting van de Vereenigde OostIndische Compagnie (VOC). De VOC was bedoeld om de onderlinge concurrentie tussen Nederlandse handelaars in te dammen, om hun schepen tegen buitenlandse concurrenten te beschermen en om handelsposten en plantages in de Oost te stichten. De VOC kreeg daartoe verregaande bevoegdheden: niet alleen kreeg ze het monopolie op alle handelsroutes ten oosten van Kaap de Goede Hoop, ook mocht ze zelf verdragen sluiten en oorlogshandelingen verrichten. Deze privileges leidden tot een zeer lucratieve handel met OostIndië, Ceylon, India, China en Japan. Vanwege de enorme economische belangen was een goede geneesen heelkundige verzorging van het VOCpersoneel – zowel op de schepen als in de Oost – een eerste vereiste. Daarvoor had de VOC een klein leger chirurgijns en medicinae doctores in dienst. De instrumenten medicijnkisten die ze  meekregen vormden de belichaming van de toen  malige westerse geneeskunde.

De Chirurgyns scheepskist, zijnde een catalogus oft lijste der medicamenten, die yder chirurgijn naar Oost of WestIndien gemeenlick medevoert, geschreven door de Middelburgse chirurgijn Johannes Verbrugge en later door hem uitgebreid met een overzicht van ‘eenige sieckten op soodanige reysen veel voorvallende’, was rond 1700 een populair vademecum voor de scheepschirurgijn. Hier is het werk toegevoegd aan een compendium van examenstof voor leerlingchirurgijns van Bernardus de Bout. De Chirurgyns scheepskist, zijnde een catalogus oft lijste der medicamenten, die yder chirurgijn naar Oost of WestIndien gemeenlick medevoert, geschreven door de Middelburgse chirurgijn Johannes Verbrugge en later door hem uitgebreid met een overzicht van ‘eenige sieckten op soodanige reysen veel voorvallende’, was rond 1700 een populair vademecum voor de scheepschirurgijn. Hier is het werk toegevoegd aan een compendium van examenstof voor leerlingchirurgijns van Bernardus de Bout.

In de Oost vond  een ontmoeting tussen twee culturen plaats.  Niet alleen werden handelsartikelen uitgewisseld, maar ook velerlei exotische planten en objecten die de botanische tuinen en de wetenschappelijke kabinetten van de Republiek zouden vullen.

In 1627 werd Jacobus Bontius (15921631) door gouverneurgeneraal Jan Pietersz. Coen gevraagd archiater van de VOC in Batavia te worden. In Indië maakte Bontius kennis met vele nieuwe ziekten, planten en dieren. Zijn beschrijving daarvan – in De medicina Indorum – leverde een belangrijke bijdrage aan de ‘informatieeconomie’ van de VOC.

Zijn collega Willem ten Rhijne (16471700) was werkzaam op het Japanse eilandje Deshima. Sinds 1641 waren de Hollanders de enigen die door de shogun op Japanse bodem werden getolereerd. Ten Rhijne doceerde westerse geneeskunde aan de Japanners en maakte zelf kennis met oosterse geneeswijzen als acupunctuur en moxabustio (het branden van een kruid op de huid). Hij was onder de indruk en publiceerde erover in zijn Dissertatio de arthritide, [...] de acupunctura (1683).

Even leek het erop dat de nieuwe therapieën in het Westen breed ingang zouden vinden. De veelgelezen Steven Blankaart nam Ten Rhijne’s ‘Chinese en Japanse wijze’ op in een verhandeling over de jicht. Na enige tijd bleek echter dat moxa en acupunctuur relatief marginale therapieën zouden blijven. Kennis kan ‘op reis’ gaan, maar hoeft niet altijd aan te komen.

Het proces van acceptatie, aanpassing of afwijzing van nieuwe, vreemde kennis kent een ingewikkelde dynamiek. Daarbij spelen zowel intellectuele aanvaardbaarheid als praktische toepasbaarheid een rol – zoals nog steeds blijkt uit de moderne houding tegenover alternatieve geneeswijzen.

Literatuur

A.E. Leuftink, Harde heelmeesters. Zeelieden en hun dokters in de 18de eeuw (Zutphen: Walburg Pers, 1991).
A.M.G. Rutten, Dutch transatlantic medicine trade in the eighteenth century under the cover of the West India Company (Rotterdam: Erasmus Publishing, 2000).
H.J. Cook, Matters of exchange. Commerce, medicine, and science in the Dutch Golden Age (New Haven: Yale University Press, 2007).

Terug naar de canon

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

canonoverzicht


De canon is in de boekhandel te koop voor 17,50 euro. U kunt het boek ook online bestellen bij Elsevier Gezondheidszorg.

Meest bekeken canon-vensters:

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd