18. Herman Boerhaave (1713)
Europees icoon van de klinische geneeskunde
Portret van Herman Boerhaave, naar een ingekleurde gravure van J. Chapman (1798)
Door tijdgenoten werd Herman Boerhaave (1668-1738) unaniem omschreven als een imponerende persoonlijkheid en voor de Leidse universiteit bleef hij de coryfee van de medische faculteit. Voor Nederland fungeert hij als de icoon van de vaderlandse geneeskunde en in de medischhistorische literatuur domineren zijn leven en werken de eerste helft van de achttiende eeuw.
Na een afgebroken studie theologie, promoties in de filosofie (1690) en in de geneeskunde (1693) en enkele jaren medische praktijkvoering te Leiden, trad hij in 1701 in de schijnwerpers door zijn benoeming tot lector geneeskunde aan de Leidse universiteit. In zijn magistrale inaugurele Oratio de commendando studio Hippocratico (Rede ter aanprijzing van de beoefening der hippocratische leer) presenteerde hij het ideaal dat hem dreef: de zieke mens naar het voorbeeld van Hippocrates weer tot uitgangspunt maken voor het medische denken en handelen en dus ook voor het medisch onderwijs.
De richtingenstrijd die de geneeskunde van de zeventiende eeuw had beheerst, moest op eclectische wijze worden opgelost door een rationele selectie te maken uit de geboden inzichten. Volgens Boerhaave waren zowel de mechanica en natuurkunde chemie onmisbare pijlers van het medische denken, zoals hij in opeenvolgende academische redes welsprekend uiteenzette.
Het Caecilia Gasthuis te Leiden, waar Boerhaave in 1713 een nosocomium inrichtte om zijn studenten aan het ziekbed onderwijs te kunnen geven.
Zijn benoeming tot hoogleraar geneeskunde én botanie (1709) en tevens tot hoogleraar chemie (1713) stelde Boerhaave in staat zijn ideeën uit te werken en in het onderwijs uit te dragen. Buiten de gehoorzaal kon men zich aan Boerhaave’s wijsheid en inzichten laven door het lezen van zijn geschriften, waaronder de Institutiones medicae (Geneeskundige onderwijzingen, 1708), de Aphorismi de cognoscendis et curandis morbis (Kortbondige spreuken om de ziekten te kennen en te genezen, 1709) en de Elementa chemiae (Basisleer van de chemie, 1732) de belangrijkste zijn.
Boerhaave’s medische inzichten zijn door de tijd achterhaald. Dat geldt echter niet voor zijn bijdrage tot het klinisch onderwijs, waarvan hij bij de uitbreiding van zijn leeropdrachten met de praktische geneeskunde (1713) niet alleen het grote belang onderstreepte, maar ook de noodzakelijke infrastructuur van een onderwijskliniek (nosocomium academicum) bepleitte.
Zijn klinisch onderwijs aan het ziekbed in het nosocomium dat hem in het Caeciliagasthuis ter beschikking stond, genoot weldra wereldfaam en stond model voor de invoering van het klinisch onderwijs c.q. het onderwijs aan het ziekbed elders in Europa. De universitaire kliniek, de academische ziekenhuizen en de moderne academische medische centra zijn voor hun oorsprong schatplichtig aan Herman Boerhaave.
Literatuur
R. Knoeff, Herman Boerhaave (1668-1738). Calvinist chemist and physician (Amsterdam: Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 2002).
G.A. Lindeboom, Herman Boerhaave. The man and his work. Second edition, with an updated bibliography and an improved edition of Lindeboom’s ‘Bibliographia Boerhaaviana’ by M.J. van Lieburg (Rotterdam: Erasmus Publishing, 2007).
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
De canon is in de boekhandel te koop voor 17,50 euro. U kunt het boek ook online bestellen bij Elsevier Gezondheidszorg.
Meest bekeken canon-vensters:
18. Herman Boerhaave (1713)
10-12-2009 |
Europees icoon van de klinische geneeskunde »»
Reacties: Plaats een reactie
22. Het genootschap van Bonn (1790)
10-12-2009 |
Sociabiliteit in medische kringen »»
Reacties: Plaats een reactie
36. De cardiograaf van Einthoven (1903)
10-12-2009 |
Nobelprijs voor elektrodiagnostiek »»
Reacties: 5 reacties

