23. Van Geuns en de medische politie (1791)
Staat en geneeskunde in de Verlichting
Gravure van het portret van Matthias van Geuns, vervaardigd door L.A. Claessens naar een schilderij van T. Scheltema.
In 1770 hield de Groninger hoogleraar Wouter van Doeveren een academische redevoering waarin hij de goede gezondheid van de ingezetenen afleidde uit de geografische ligging van de stad. Daarnaast gaf hij de magistraat maatregelen in overweging ter verbetering van de openbare gezondheidszorg.
Zijn aanbevelingen hadden betrekking op het schoonhouden van straten en grachten, op de bestrijding van drank, prostitutie en kwakzalvers, en op het begraven van de doden buiten de stad. Het stadsbestuur was zeer met de rede ingenomen en besloot hem te publiceren.
Van Doeverens voormalige student en geestverwant Matthias van Geuns (17351817) vertaalde de rede uit het Latijn en schreef er een inleiding bij. De gang van zaken illustreert hoe stadsbestuurders en medici in de Verlichting naar elkaar toegroeiden in hun wens te komen tot een actief gezondheidsbeleid.
Terwijl de traditionele stadsmedicus alleen gezondheidsadviezen had gegeven nadat een epidemie was uitgebroken (om zo de maatschappelijke ontwrichting te beperken), was het nieuwe streven gericht op preventie met het oog op de bevordering van de welvaart. De Verlichtingsgeneeskunde probeerde ziektedeterminanten in kaart te brengen om ze te kunnen beheersen.
Zo probeerde de in 1779 opgerichte CorrespondentieSociëteit de relatie tussen omgevingsfactoren en ziektepatronen te achterhalen, terwijl een boek als System einer vollständigen medicinische Polizey van de Oostenrijkse medicus Johann Peter Frank (waarvan het eerste deel in hetzelfde jaar verscheen) een ambitieus programma van staatstoezicht lanceerde.
Titelpagina van Van Geuns’ publicatie over de noodzaak van een medische politie.
Steeds was de leidende gedachte dat ziekte een maatschappelijk probleem was, en dat de welvaart van een land kon worden afgemeten aan de omvang van zijn gezonde bevolking. De hervormingsgezindheid van Van Geuns wortelde in een praktisch gerichte vroomheid als doopsgezinde.
Dat leidde onder meer tot zijn toetreding tot de Oeconomische tak van de Hollandsche Maatschappij der wetenschappen, waar het minder ging om wetenschappelijk onderzoek als zodanig dan om de bevordering van de welvaart van het land. Als ‘stadsfysicus’ van de stad Groningen (1774), als archiater van de provincie Gelderland (1775) en als hoogleraar in Utrecht (1791) bepleitte hij steeds een grotere taak voor de overheid, die daarbij zou moeten worden geadviseerd door medici.
De Agent van Nationale Opvoeding Johannes Henricus van der Palm noemde Van Geuns ‘de vader van onze Geneeskundige Staatsregeling’. Zijn ideeën, uiteengezet in drie oraties, werden in het Nederlands vertaald en gepubliceerd onder de titel De staatkundige handhaving van der ingezetenen gezondheid en leven in 1801: hetzelfde jaar waarin de eerste Geneeskundige Staatsregeling van kracht werd.
Literatuur
J.H. Sypkens Smit, Leven en werken van Matthias van Geuns MD 17351817 (Assen: Van Gorcum, 1953). C. Barthel, Medizinische Polizey und medizinische Aufklärung. Aspekte des öffentlichen Gesundheitsdiskurses im 18. Jahrhundert (Frankfurt: Campus, 1989).
W. Christiaens en M. Evers, Patriotse illusies in Amsterdam en Harderwijk (Hilversum: Verloren, 2002).
Terug naar de canon
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
De canon is in de boekhandel te koop voor 17,50 euro. U kunt het boek ook online bestellen bij Elsevier Gezondheidszorg.
Meest bekeken canon-vensters:
18. Herman Boerhaave (1713)
10-12-2009 |
Europees icoon van de klinische geneeskunde »»
Reacties: Plaats een reactie
22. Het genootschap van Bonn (1790)
10-12-2009 |
Sociabiliteit in medische kringen »»
Reacties: Plaats een reactie
36. De cardiograaf van Einthoven (1903)
10-12-2009 |
Nobelprijs voor elektrodiagnostiek »»
Reacties: 5 reacties

