26. Jacobus Schroeder van der Kolk (1837)
Hervormer van het Nederlandse krankzinnigenwezen
Portret van Jacobus L.C. Schroeder van der Kolk, geschilderd omstreeks 1830.
Tot diep in de negentiende eeuw was de bejegening van ‘sinnelosen’ niet gericht op genezing maar op lotsaanvaarding. De krankzinnigenzorg maakte deel uit van de armenzorg, die afhankelijk was van particulier (vooral kerkelijk) initiatief. Alleen wanneer de ‘sinnelose’ een bedreiging vormde voor de openbare orde werd hij opgesloten in een gasthuis – met andere woorden: in een nietgespecialiseerde instelling.
Opname gebeurde dus niet op medische indicatie maar op last van de lokale autoriteiten. In de gasthuizen werden ze niet behandeld door medici, maar bewaakt door oppassers zonder specifieke opleiding. In deze instellingen was vaak sprake van een deplorabele toestand. Jacobus Schroeder van der Kolk (1797-1862) heeft zijn leven gewijd aan de hervorming van de krankzinnigenzorg.
Hij had geneeskunde gestudeerd in Groningen, waar hij tot de conclusie kwam dat krankzinnigen met behulp van geneesmiddelen, hydrotherapie en ‘zedenkundige behandeling’ wel degelijk te genezen waren.
In 1827 deed hij (inmiddels hoogleraar in de fysiologie en de pathologische anatomie te Utrecht) een voorstel tot hervorming van het lokale krankzinnigenhuis. In de loop van het volgende decennium pathologische anatomie te Utrecht) een voorstel werden allerlei veranderingen aan het gebouw doorgevoerd, maar de grootste verandering was wel dat er systematische medische behandeling werd geïntroduceerd.
Plakkaat met de gedragsregels voor de bewoners van het Krankzinnigengesticht Meerenberg te Santpoort, waar de zedenkundige of morele behandeling de inzet was van de verpleging en medische zorg.
In een rectorale rede van 1837 besprak hij ‘de verwaarlozing der vereischte zorg’ van de krankzinnigen in Nederland. Door het ministerie van Binnenlandse Zaken werd hij uitgenodigd een wetsvoorstel voor te bereiden. Schroeder maakte daarin een onderscheid tussen ‘geneeskundige gestichten’ (gericht op herstel) en ‘bewaarplaatsen’ (bedoeld om nietherstelbare patiënten van de maatschappij af te zonderen).
Er diende volgens hem een wettelijke regeling naar Frans model te komen, waarbij een medicus over opname besloot – dat wil zeggen: zonder inmenging van een rechter. Met uitzondering van dat laatste werd het voorstel in 1841 verheven tot de eerste Krankzinnigenwet van Nederland. Schroeder werd benoemd tot inspecteur, belast met het toezicht op het krankzinnigenwezen. In zijn eerste inspectierapport wees hij nog op vele misstanden.
Acht jaar later was te Santpoort het Europese modelgesticht Meerenberg verrezen en had de verpleging in de overige instellingen een redelijk peil bereikt. Niettemin zou er – als gevolg van een gebrek aan geld en bestuurlijke wil – veel minder veranderen dan de wetgever in 1841 voor ogen had gestaan.
Er was een tweede Krankzinnigenwet (1884) voor nodig om het peil van de krankzinnigenzorg te verbeteren, onder meer door de uitbreiding en intensivering van het Staatstoezicht.
Literatuur
J. Vijselaar, J.L.C. Schroeder van der Kolk (17971862), de eerste hervormer van de psychiatrie in
Nederland, Jaarboek voor psychiatrie en psychotherapie 6 (1999) 314.
H. Oosterhuis en M. GijswijtHofstra, Verward van geest en ander ongerief. Psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg in Nederland (18702005) (Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2008).
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
De canon is in de boekhandel te koop voor 17,50 euro. U kunt het boek ook online bestellen bij Elsevier Gezondheidszorg.
Meest bekeken canon-vensters:
18. Herman Boerhaave (1713)
10-12-2009 |
Europees icoon van de klinische geneeskunde »»
Reacties: Plaats een reactie
22. Het genootschap van Bonn (1790)
10-12-2009 |
Sociabiliteit in medische kringen »»
Reacties: Plaats een reactie
36. De cardiograaf van Einthoven (1903)
10-12-2009 |
Nobelprijs voor elektrodiagnostiek »»
Reacties: 5 reacties

