U bent nu hier:

27. De Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (1849)

Strijden voor de belangen van de Nederlandse medicus

De oprichters van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, door een fotocollage voorgesteld als het voorlopige hoofdbestuur in 1849. V.l.n.r. G.J. Mulder, J.B. Molewater, G.E. Voorhelm Schneevoogt, J.N. Ramaer en J.C.G. Evers. De oprichters van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, door een fotocollage voorgesteld als het voorlopige hoofdbestuur in 1849. V.l.n.r. G.J. Mulder, J.B. Molewater, G.E. Voorhelm Schneevoogt, J.N. Ramaer en J.C.G. Evers.

 Rond 1840 raakten zowel de overheid als de medische beroepsbeoefenaren ervan overtuigd dat de bestaande geneeskundige staatsregeling van 1818 mét de onderliggende regeling van het academisch medisch onderwijs (1815) dringend herziening behoefden.

De verhoudingen tussen de eerste (academische) en tweede (nietacademische) geneeskundige stand, tussen de bevoegdheden op de genees, heel en verloskundige werkterreinen, en tussen de vestigingen in de stad, op het platteland en op de schepen waren totaal verward en ontregeld geraakt. De medische opleidingen aan de universiteiten, in de klinische scholen en via het systeem van het private onderwijs (meestergezelsysteem), en ook de bijbehorende regeling van de promoties en examens waren niet langer afgestemd op deze gewijzigde verhoudingen.

In die situatie besloten enkele hervormingsgezinde medici onder regie van de geneesheer bevordering der Geneeskunst tot stand, die zich van het krankzinnigengesticht te Zutphen, wilde inzetten voor drie idealen: de eenheid van Jean Nicolas Ramaer, tot een bundeling van de de medische stand, van het medisch onderwijs krachten van gelijkgestemde collega’s. Zo kwam en van de medische wetenschap. De wet van in 1849 de Nederlandsche Maatschappij tot Thorbecke (1865) bracht met de invoering van de artsentitel de vervulling van het eerste ideaal.

Foto van de Algemene Vergadering van de NMG, gehouden in 1915 te Amsterdam. Foto van de Algemene Vergadering van de NMG, gehouden in 1915 te Amsterdam.

De Wet op het Hoger Onderwijs (1876) realiseerde het tweede ideaal door de bepaling dat het artsexamen alleen na academisch onderwijs mocht worden afgelegd. De eenheid in de medische wetenschap kon midden jaren tachtig worden bereikt doordat gekozen werd voor de natuurwetenschappen als basis voor het medische denken en handelen.

Intussen werd de Maatschappij geconfronteerd met nieuwe ontwikkelingen die de verlangde eenheid van de medische beroepen onder grote druk zetten. De voortschrijdende medische specialisatie en de ontwikkeling van het ziekenfondswezen waren daarvan de belangrijkste. Huisartsen, specialisten en artsambtenaren hadden uiteenlopende maatschappelijke belangen en eisten dat daarmee in allerlei maatschappelijke en financieeleconomische regelingen rekening werd gehouden.

Buiten de Maatschappij richtten andere collectieven eigen organisaties op, zoals de katholieke en protestantse artsen, de vrouwelijke artsen en zelfs de artsautomobilisten. Door de oprichting van de Landelijke Huisartsenvereniging, de Landelijke Specialistenvereniging (nu: Orde van Medisch  Specialisten) en de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband probeerde men na de heroprichting van de Maatschappij (1946) de behartiging van de verschillende belangen beter te organiseren.

Sinds 1999 werken deze drie beroepsverenigingen en de zusterorganisaties op het terrein van de arbeidsgeneeskunde, ouderengeneeskunde en verzekeringsgeneeskunde in federatief verband samen met de (sinds 1949) Koninklijke Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst.

Literatuur

H. Festen, 125 jaar geneeskunst en maatschappij. Geschiedenis van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst. In opdracht van het hoofdbestuur geschreven t.g.v. het 125jarig bestaan der Maatschappij (Utrecht: Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, 1974).
M.J. van Lieburg, In het belang van wetenschap en kunst. Een beknopte geschiedenis van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst 1849-1999 (Rotterdam: Erasmus Publishing, 1999).


Terug naar de canon

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

canonoverzicht


De canon is in de boekhandel te koop voor 17,50 euro. U kunt het boek ook online bestellen bij Elsevier Gezondheidszorg.

Meest bekeken canon-vensters:

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd