30. Donders als fysioloog en oogheelkundige (1858)
Onderzoeker van wereldformaat
Portretfoto van F.C. Donders, gemaakt omstreeks 1860.
De reputatie van Franciscus Cornelis Donders (1818-1889) evenaart die van Boerhaave anderhalve eeuw eerder. In binnen en buitenland was hij de gevierde onderzoeker, de coryfee van de Utrechtse universiteit, de levende legende aan de wieg van de natuurwetenschappelijke geneeskunde in Nederland, en de onbetwiste grondlegger van de Nederlandse oogheelkunde.
Voor Annie Romein-Verschoor waren dit voldoende kwalificaties om Donders te portretteren als ‘erflater van onze beschaving’. Zijn academische carrière begon Donders in januari 1848 met een rede over De harmonie van het dierlijke leven, waarin hij afrekende met het argument van de doeloorzakelijkheid (teleologie) ter verklaring van het ontstaan der soorten.
Evenmin was er in het natuurwetenschappelijke denken dat hij verdedigde, plaats voor een zelfstandige levenskracht (vitalisme). Hier vond Donders inspiratie én steun bij zijn collega’s Pieter Harting en Gerrit Jan Mulder, die de Utrechtse universiteit faam bezorgden door hun microscoDonders’ aandacht richtte zich op de fysiologie pisch respectievelijk scheikundig onderzoek van van de zintuigen, en meer in het bijzonder op de de levende natuur. normale en afwijkende werking van het oog. Het gebruik van de pas ontdekte oogspiegel (1851) speelde daarbij een belangrijke rol.
Het Nederlandsch Gasthuis voor Ooglijders aan de Wijde Begijnestraat te Utrecht in 1860, twee jaar na de opening.
Zijn directe bemoeienis met de zorg voor ooglijders resulteerde in 1858 in de opening van het Nederlandsch Gasthuis voor behoeftige en minvermogende Ooglijders te Utrecht, de eerste oogkliniek in Nederland en de bakermat van de Nederlandse oogheelkunde.
In 1864 resulteerde Donders’ onderzoek in de publicatie van zijn klassieke werk On the anomalies of accomodation and refraction of the eye, waarin een breed scala aan afwijkingen van de gezichtsscherpte wetenschappelijk werd verklaard, zodat correcties op grond van deze inzichten verantwoord konden worden uitgevoerd.
Ook op andere terreinen leverde Donders’ onderzoek verrassende inzichten op. Zijn boek De physiologie der spraakklanken, in het bijzonder van die der Nederlandsche taal (1870) legde de basis voor de foniatrie in Nederland. Zijn publicaties over het onderzoek van de hersenen, met name zijn studie ‘Over de snelheid van psychische processen’ (1868), worden door moderne neurowetenschappers als baanbrekend erkend.
Als man van gezag speelde Donders een belangrijke rol bij de maatschappelijke veranderingen die het pad van de natuurwetenschappelijke geneeskunde moesten effenen. In de aanloop naar de wet van Thorbecke (1865) bemoeide hij zich intensief met de nieuwe geneeskundige staatsregeling, en in de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst hield hij in 1875 een spraakmakende rede over ‘Het Hooger Onderwijs met betrekking tot de opvoeding van den geneesheer en de uitoefening van de geneeskunst’.
Literatuur
F.P. Fischer en G. ten Doesschate, Franciscus Cornelis Donders (Assen: Van Gorcum, 1958).
J. Romein en A. Romein-Verschoor, Erflaters van onze beschaving. Nederlandse gestalten uit zes eeuwen (Amsterdam: Querido, 1977) 675-698.
B. Theunissen, Passen of meten: Donders’ wetenschappelijke oogmeetkunde, in: B. Theunissen, Nut en nog eens nut. Wetenschapsbeelden van Nederlandse natuuronderzoekers, 1800-1900 (Hilversum: Verloren, 2000) 99-124.
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
De canon is in de boekhandel te koop voor 17,50 euro. U kunt het boek ook online bestellen bij Elsevier Gezondheidszorg.
Meest bekeken canon-vensters:
18. Herman Boerhaave (1713)
10-12-2009 |
Europees icoon van de klinische geneeskunde »»
Reacties: Plaats een reactie
22. Het genootschap van Bonn (1790)
10-12-2009 |
Sociabiliteit in medische kringen »»
Reacties: Plaats een reactie
36. De cardiograaf van Einthoven (1903)
10-12-2009 |
Nobelprijs voor elektrodiagnostiek »»
Reacties: 5 reacties

