43. De kunstnier van Kolff (1945)
De droom van een artificiële mens
De eerste kunstnier, ontwikkeld door Willem J. Kolff en beschreven in zijn proefschrift (1946): ‘Men ziet dertig windingen cellophaandarm rondom een aluminiumrol, gevuld met een dun filmpje bloed’. Bij de patiënt is bloed afgenomen (in de buis op de voorgrond), dat na de dialyse via een slangetje weer in de ader wordt teruggebracht.
De gedachte dat vitale functies van het menselijk organisme door mechanische constructies zouden kunnen worden overgenomen en zelfs dat lichaamsdelen c.q. organen door transplantatie en kunstorganen vervangen zouden kunnen worden, heeft de geneeskunde sinds eeuwen gefascineerd.
De huidplastieken waarover bij de oude cultuurvolkeren al wordt geschreven, de miraculeuze genezing van het zieke been van een Romein door de transplantatie van het gezonde been van een pas overleden man door de heiligen Cosmas en Damianus (derde eeuw), en de experimenten met bloedtransfusies in de zeventiende eeuw zijn daarvan voorbeelden.
Na de invoering van de narcose en aseptische chirurgie en dankzij de nieuwe, natuurwetenschappelijke inzichten op het terrein van de fysiologie en pathologie, kon in de twintigste eeuw een belangrijk deel van de vroegere science fiction worden gerealiseerd. Op het terrein van de kunstorganen heeft de Nederlander Willem Johan Kolff (19112009) een hoofdrol in die ontwikkeling gespeeld. Na zijn studie te Groningen kwam hij, door oorlogsomstandigheden gedwongen, in 1941 in het Ziekenhuis van Kampen, waar hij zijn ideeën over de bouw van een kunstnier die de falende functie van de nieren kon compenseren, verder uitwerkte.
Met verbazend eenvoudige hulpmiddelen bouwde hij een prototype van zijn ‘bloedwasmachine’. Daarmee wist hij, na vele mislukte proeven, in september 1945 een ten dode opgeschreven nierpatiënt succesvol te behandelen.
De spraakmakende publicatie van Jan H. van den Berg waarin hij betoogde dat de nieuwe geneeskunde, gekenmerkt door medische macht, ook een nieuwe medische ethiek vereiste, gebaseerd op zingeving van leven en lijden.
In 1946 promoveerde hij te Groningen op een proefschrift (De kunstmatige nier) waarin hij zijn vinding en de mogelijkheid van de nierdialyse beschreef. In 1950 emigreerde Kolff naar de Verenigde Staten en werd hij Amerikaans staatsburger (1955).
Hier richtte hij zich op de verdere ontwikkeling van de hartlongmachine, werkte hij aan de constructie van een kunsthart en vervolgens ook aan de realisering van kunstmatige ogen, oren, handen en longen. Als directeur (sinds 1967) van het Institute for Artificial Organs (Utah) werd Kolff voor de snel groeiende wereld van de biomedische technologie en het collectief van medische ingenieurs een levende legende.
Het maakbaarheidsideaal dat onmiskenbaar aan de zoektocht naar kunstorganen en uiteindelijk zelfs de artificiële mens ten grondslag ligt, ontmoette intussen de nodige kritiek van (medisch)ethici. In Nederland zette de publicatie van de Leidse zenuwarts, conflictpsycholoog en cultuurcriticus Jan Hendrik van den Berg, getiteld Medische macht en medische ethiek (1969), velen binnen en buiten de geneeskunde aan het denken. Maar de discussie die volgde heeft de opmars van de biotechnologie niet kunnen stuiten.
Literatuur
S.J. Reiser, Medicine and the reign of technology (Cambridge: Cambridge University Press, 1978).
A. Fiechter (red.), History of modern biotechnology (Berlijn: Springer, 2000).
H. Broers, Dokter Kolff, kunstenaar in hart en nieren (Amsterdam: Mets & Schilt, 2003).
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
De canon is in de boekhandel te koop voor 17,50 euro. U kunt het boek ook online bestellen bij Elsevier Gezondheidszorg.
Meest bekeken canon-vensters:
18. Herman Boerhaave (1713)
10-12-2009 |
Europees icoon van de klinische geneeskunde »»
Reacties: Plaats een reactie
22. Het genootschap van Bonn (1790)
10-12-2009 |
Sociabiliteit in medische kringen »»
Reacties: Plaats een reactie
36. De cardiograaf van Einthoven (1903)
10-12-2009 |
Nobelprijs voor elektrodiagnostiek »»
Reacties: 5 reacties

