U bent nu hier:

45. De Woudschoten-conferentie (1959)

Een nieuw profiel voor de huisarts

De verschijning van Huisarts en wetenschap was een nieuwe stap in de emancipatie van de huisartsgeneeskunde in Nederland. De verschijning van Huisarts en wetenschap was een nieuwe stap in de emancipatie van de huisartsgeneeskunde in Nederland.

De eenheid van stand die in 1865 door de Wet op de uitoefening der geneeskunst (WUG) van Thorbecke tot stand was gebracht, werd door de opkomst van de medische specialismen spoedig ingehaald door een nieuwe tweedeling. Naast de dokterspraktijk van de ‘gewone arts, die zich bezig houdt met alle denkbare ziektegevallen en die zijn patiënten thuis in het gezin opzoekt’ (van Dale 1872), vestigde zich een groeiend aantal medisch specialisten die voor hun praktijkvoering afhankelijk waren van bijzondere accommodaties, voorzieningen en apparatuur, zodat de praktijkvoering beperkt bleef tot de dokterswoning, het behandelinstituut of het ziekenhuis.

Mede als gevolg van de verschillen in status en inkomen van beide groepen zag de medicus met een algemene praktijk – waarvoor in deze jaren de term ‘huisarts’ ingeburgerd raakte – zich steeds verder gemarginaliseerd binnen de gezondheidszorg. Het Ziekenfondsbesluit van 1941, dat de werkdruk van de huisarts aanzienlijk vergrootte, maakte die positie nog moeilijker.

Na de bevrijding zochten de huisartsen een nieuwe positie te verwerven door hun werkterrein te herdefiniëren als een specialisme en zich zo opnieuw te profileren. De huisarts wilde niet langer beschouwd worden als ‘een algemeen arts aan wie taken zijn ontnomen’, maar als ‘een arts met een eigen taak binnen de algemene geneeskunde’. Alleen zo kon de huisarts zich bevrijden ‘van de frustrerende gedachten, welke de geamputeerde algemene arts belastten’.

De huisarts midden jaren zestig: K.J. Huisman tijdens het spreekuur in het consultatiebureau te Melissant. De huisarts midden jaren zestig: K.J. Huisman tijdens het spreekuur in het consultatiebureau te Melissant.

Het waren de woorden van de Zwolse huisarts Hein H.W. Hogerzeil (1918-1999), die samen met zijn Lentse collega Frans J.A. Huygen (1917-1998) aan de wieg stond van het Nederlands Huisartsen Genootschap, dat eind 1956 werd opgericht om de geformuleerde ambities uit te werken. Na een lange voorbereiding werd het nieuwe beroepsprofiel van de huisarts ampel bediscussieerd tijdens een bijeenkomst in het conferentiecentrum Woudschoten te Zeist op 23 en 24 januari 1959.

De kerntaak van de huisarts werd geformuleerd als ‘het aanvaarden van de verantwoordelijkheid voor een continue, integrale en persoonlijke zorg voor de gezondheid van de zich aan hem toevertrouwende individuele mensen en gezinnen’. Dit werd verder uitgewerkt in twaalf deeltaken. In het kielzog van de Woudschotenconferentie volgden tal van initiatieven om de verdere  maatschappelijke en wetenschappelijke emancipatie van de huisarts te bevorderen en te begeleiden.

De dynamiek van de gezondheidszorg plaatst de huisarts daarbij telkens voor nieuwe opgaven. Ook de toekenning van de rol van ‘poortwachter’ – zoals geformuleerd in de Gezondheidsnota van staatssecretaris Hendriks (1974) – is inmiddels weer nadrukkelijk ter discussie gesteld.

Literatuur
A.C. Drogendijk, Huisartsgeneeskunde in verleden, heden en toekomst (Haarlem: Erven Bohn, 1969). B.J.M. Aulbers en G.J. Bremer (red.), De huisarts van toen. Een historische benadering (Rotterdam: Erasmus Publishing, 1995).
G.Th. van der Werf en J.O.M. Zaat, De geboorte van een ideologie: Woudschoten en de huisartsgeneeskunde, Huisarts en Wetenschap 44 (2001) 428-435.

Terug naar de canon

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

canonoverzicht


De canon is in de boekhandel te koop voor 17,50 euro. U kunt het boek ook online bestellen bij Elsevier Gezondheidszorg.

Meest bekeken canon-vensters:

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd