U bent nu hier:

47. Eurotransplant (1967)

Schaarste en internationalisering

Het logo van Eurotransplant International Foundation, gevestigd te Leiden. Het logo van Eurotransplant International Foundation, gevestigd te Leiden.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlog had Willem Kolff de kunstnier ontwikkeld, waarmee hij de grondlegger was van de nierdialyse. Hoewel dit een enorme vooruitgang betekende, bleef men zoeken naar een mogelijkheid om de patiënt een natuurlijke nier te geven. Daarbij deden zich twee obstakels voor. Het eerste probleem dat moest worden overwonnen was dat van de afweer van het nieuwe orgaan. Tijdens een transplantatie moest het immuunsysteem zodanig worden beïnvloed dat het wel het lichaamsvreemde orgaan accepteerde, maar lichaamsvreemde ziekteverwekkers weerde.

In 1953 verrichtte Joseph Murray de eerste niertransplantatie, waarbij donor en ontvanger een identieke tweeling waren, met andere woorden dezelfde weefseleigenschappen bezaten. Nadat azathioprine het mogelijk had gemaakt het immuunsysteem op de gewenste manier te beïnvloeden, werd het ook mogelijk een transplantatie uit te voeren op anderen.

In 1963 vond voor het eerst zo’n transplantatie plaats. Daarna volgden de transplantatie van de alvleesklier (1966), het hart, de lever (beide 1967) en hartlong (1981). Deze heroïsche chirurgie sprak zeer tot de  verbeelding, en de vraag naar transplantaties groeide snel. Algauw was er sprake van schaarste en wachtlijsten: het tweede probleem dat diende te worden overwonnen. In Nederland vond de eerste orgaantransplantatie plaats in 1966.

Omdat de roep om transplantaties daarna snel toenam, besloot de internist Jon van Rood (1926) tot oprichting van de Stichting Eurotransplant. De donorselectie, screening en bemiddeling zou daarmee op Europese schaal worden gecoÖrdineerd. Door het gebied waaruit donororganen konden worden betrokken zo groot mogelijk te maken, groeide de kans op een ‘match’ tussen donor en ontvangende patiënt.

Het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ) heeft de opdracht de bevolking te informeren over orgaan- en weefseldonatie. Het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ) heeft de opdracht de bevolking te informeren over orgaan- en weefseldonatie.

Tegenwoordig bestaat het Eurotransplantgebied uit Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Oostenrijk, Kroatië en Slovenië. De internationale uitwisseling van organen betreft niet alleen nieren, maar ook harten, levers, alvleesklieren, longen en dunne darmen. Eurotransplant heeft het schaarsteprobleem niet opgelost: er staan vele duizenden patiënten – geordend naar orgaan – op haar wachtlijsten.

Er wordt van alles in het werk gesteld om het aantal beschikbare organen te vergroten. Tot die tijd probeert de ethische commissie van Eurotransplant bij de toewijzing van de schaarse donororganen een rechtvaardige afweging te maken. In Nederland probeert de Wet op de orgaandonatie hetzelfde te doen.

Dit alles leidt tot heftige discussies over de rechten en plichten van staat en burger. Orgaantransplantatie blijkt niet alleen een strikt medischtechnische zaak te zijn, maar ook een kwestie met ethische, juridische en zelfs existentiële dimensies. Loopt de geneeskunde hier tegen haar grenzen aan?

Literatuur
J.J. van Rood, Natuur of namaak. Transplantatie en kunstorganen (Deventer: Van Loghum Slaterus, 1973).
J. LeFanu, The rise and fall of modern medicine (Londen: Abacus, 1999).
B.J.J.M. Haasse-Kromwijk, Orgaan en weefseldonatie en transplantatie in Nederland (Leiden: Nederlandse Transplantatie Stichting, 2008).

Terug naar de canon

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

canonoverzicht


De canon is in de boekhandel te koop voor 17,50 euro. U kunt het boek ook online bestellen bij Elsevier Gezondheidszorg.

Meest bekeken canon-vensters:

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd