48. De zaak-Postma (1971)
Het euthanasiedebat in Nederland
De praktijk van de euthanasie in de Nederlandse gezondheidszorg geniet grote belangstelling in de internationale medische literatuur.
In 1973 stond de huisarts Geertruida Postmavan Boven terecht omdat ze twee jaar daarvoor euthanasie had gepleegd op haar moeder. Die interventie was niet alleen strijdig met de eed van Hippocrates, maar ook strafbaar volgens de wet. Achttien collega’s uit haar regio bekenden zelf ook wel eens euthanasie te hebben gepleegd en steunden Postma.
Het proces was uitgelokt om een uitspraak te forceren in een netelige kwestie. Hoewel euthanasie formeel was verboden, werd het in de praktijk regelmatig toegepast. De rechtbank kwam met het type uitspraak waarop was gehoopt. Ze erkende dat er rechtvaardigingsgronden voor euthanasie kunnen bestaan en veroordeelde Postma tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een week. Het maatschappelijke debat was geopend.
Nederland heeft de reputatie veel (volgens sommigen te veel) tolerantie op te brengen voor drugsgebruik, allerlei vormen van seksualiteit, abortus en euthanasie. In het land van het poldermodel lijkt alles te mogen wat elders taboe is of verboden is.
Toch komt het euthanasiebeleid niet voort uit een gemakzuchtie gedoogcultuur. Het past in een lange traditie van pragmatisme waarin 'bespreekbaarheid' het belangrijkste gebod is. Het Nederlandse euthanasiebeleid vormt het unike antwoord op een probleem waarmee ook andere westerse landen worstelen.
In de loop van de twintigste eeuw was de gemiddelde levensverwachting bij geboorte spectaculair gestegen, en het eind van deze trend leek nog niet in zicht. Dit had echter ook een keerzijde. Veel infectieziekten waren weliswaar teruggedrongen, maar ze hadden plaatsgemaakt voor chronische en degeneratieve ziekten.
Het eerste nummer (2006) van Relevant, het tijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) dat in 1973 werd opgericht.
Op macroniveau had dit geleid tot een problematiek van schaarste en prioritering, op microniveau tot dilemma’s rond het levenseinde.
De zaak Postma leidde tot de oprichting van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie, die een platform wilde bieden aan het maatschappelijke debat over euthanasie.
Daarnaast maakten artsen gebruik van de mogelijkheid tot zelfregulering: de KNMG bracht een richtlijn voor euthanasie uit. De consensus die aldus in het ‘maatschappelijk middenveld’ werd gecreëerd, werd in 2002 juridisch bekrachtigd in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. Euthanasie bleef strafbaar, behalve voor de arts, wiens handelen aan een aantal zorgvuldigheidseisen moest voldoen.
Hoe zorgvuldig een besluit tot euthanasie ook wordt genomen, het is altijd gebaseerd op een (professioneel) oordeel. Euthanasie zal wel altijd een ‘debat zonder eind’ blijven. Omdat het belangrijk is dat artsen in dat debat een beredeneerde positie kunnen innemen, zijn vakken als medische ethiek, gezondheidsrecht en medische geschiedenis tegenwoordig opgenomen in het medisch curriculum en in het Raamplan Artsopleiding.
Literatuur
L. Enthoven (red.), Op sterven na dood. Euthanasie in Nederland (Utrecht: Bohn Scheltema en Holkema, 1987).
L. Pijnenborg, Endof life decisions in Dutch medical practice (Rotterdam: Erasmus Universiteit, 1995).
J. Kennedy, Een weloverwogen dood. Euthanasie in Nederland (Amsterdam: Bert Bakker, 2002).
Terug naar de canon
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
De canon is in de boekhandel te koop voor 17,50 euro. U kunt het boek ook online bestellen bij Elsevier Gezondheidszorg.
Meest bekeken canon-vensters:
18. Herman Boerhaave (1713)
10-12-2009 |
Europees icoon van de klinische geneeskunde »»
Reacties: Plaats een reactie
22. Het genootschap van Bonn (1790)
10-12-2009 |
Sociabiliteit in medische kringen »»
Reacties: Plaats een reactie
36. De cardiograaf van Einthoven (1903)
10-12-2009 |
Nobelprijs voor elektrodiagnostiek »»
Reacties: 5 reacties

