U bent nu hier:

30-dagenmortaliteit geeft betere cijfers

Publicatie Nr. 02 - 13 januari 2012
Jaargang 2012
Rubriek MediSein
Auteur Twan van Venrooij
Pagina's 95

Als bij het vaststellen van sterftecijfers enkel wordt gekeken naar de sterfte in het ziekenhuis, geeft dit een minder betrouwbaar beeld van de kwaliteit van zorg dan het bepalen van de mortaliteit gedurende dertig dagen. Dat blijkt uit een onderzoek gepubliceerd in Annals of Internal Medicine.

Beeld: Thinkstock Beeld: Thinkstock

Steeds vaker worden sterftecijfers gebruikt om inzicht te krijgen in het functioneren van ziekenhuizen. Hoe deze cijfers het best berekend kunnen worden, is echter nog punt van discussie. Nadeel van het gebruik van cijfers over het aantal overlijdensgevallen in ziekenhuizen is bijvoorbeeld dat zij worden beïnvloed door de lengte van de ziekenhuisopnames. Ziekenhuizen waar patiënten sneller naar huis worden gestuurd, komen daardoor uit op een lager sterftecijfer.

Elizabeth Drye en collega’s van de Yale universiteit in New-Haven (VS) gingen na in hoeverre twee verschillende methoden voor het berekenen van sterftecijfers een vergelijkbaar resultaat geven. Zij berekenden de sterftecijfers die uitgingen van de sterfte in het ziekenhuis, zoals de in Nederland gebruikte HSMR (hospital standardised mortality ratio), en cijfers die gebaseerd zijn op de sterfte binnen dertig dagen na opname, de zogenoemde 30-dagenmortaliteit. Een voorbeeld van de laatstgenoemde methode is onder meer de in het Verenigd Koninkrijk gebruikte summary hospital-level mortality indicator (SHMI).

Drye en medewerkers gebruikten data afkomstig van de Amerikaanse Medicare- en Medicaid-zorgsystemen en keken specifiek naar de sterfte aan myocardinfarct, hartfalen en longontstekingen. Zij gingen na wat de sterftecijfers waren van patiënten van ouder dan 65 jaar die tussen 2004 en 2006 voor een van deze aandoeningen waren behandeld. In totaal ging het om 718.508 opnames in 3135 ziekenhuizen voor een hartinfarct, 1.315.845 opnames in 42.090 ziekenhuizen voor hartfalen en 1.415.237 opnames in 4498 ziekenhuizen voor een longontsteking.

Uit de studie bleek dat er veel variabiliteit tussen ziekenhuizen bestaat en dat de gemiddelde lengte van ziekenhuisopname inderdaad invloed heeft op de sterftecijfers die kijken naar het overlijden binnen de ziekenhuismuren. Sommige ziekenhuizen, die met gemiddeld een relatief korte opnameduur, hebben daardoor ook een relatief laag sterftecijfer.

Ook maakten de onderzoekers een lijst waarin de ziekenhuizen op basis van hun prestaties werden verdeeld in drie groepen (bovengemiddeld, gemiddeld en ondermaats presterend). Wanneer in plaats van naar de 30-dagenmortaliteit werd gekeken naar de ziekenhuissterfte, veranderde voor veel ziekenhuizen de categorie waarin zij waren ingedeeld; voor 257 ziekenhuizen (8,2%) als het ging om hartinfarcten, voor 456 ziekenhuizen (10,8%) als het ging om hartfalen en voor 662 (14,7%) van de ziekenhuizen als het ging om longontstekingen. Bij gebruik van de ziekenhuissterfte in plaats van de 30-dagenmortaliteit verschoven bij alle aandoeningen meer ziekenhuizen naar een minder goed presterende categorie dan er verschoven naar een beter presterende categorie.

Gebruik van de verschillende methoden om sterftecijfers te berekenen, leidt tot aanzienlijke verschillen in de ranglijsten, concluderen Drye e.a. Zij stellen dat hun bevindingen moeten leiden tot een heroverweging van het gebruik van cijfers over de sterfte in het ziekenhuis. Doordat het meten van de mortaliteit gedurende een bepaalde periode niet wordt beïnvloed door de lengte van ziekenhuisopnames of het overplaatsen van patiënten, is het gebruik hiervan volgens hen te prefereren.

Twan van Venrooij

Ann Intern Med. 2012;156:19-26

Lees ook:

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Nieuwsoverzicht | MCtv Nieuws | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd