Downsyndroom mag er zijn (3)
| Publicatie | Nr. 40 - 30 september 2009 |
|---|---|
| Jaargang | 2009 |
| Rubriek | Brieven |
| Auteur | N.J. Leschot, J.A.M. van der Post |
| Pagina's | 1646-1647 |
Een aantal secundaire aandoeningen bij mensen met downsyndroom wordt nu beter behandeld dan in de jaren zeventig (MC 29-30/2009: 1298). Deze ontwikkeling houdt gelijke tred met het beter antenataal vaststellen van de mate waarin een kind structurele afwijkingen heeft.
De betere uitkomst van kinderen die met afwijkingen worden geboren, is dan ook te verklaren door de verbeterde antenatale diagnose. Ouders zouden bij multipele ernstige afwijkingen eerder kunnen besluiten de zwangerschap af te breken dan bij trisomie zonder of met minder ernstige secundaire afwijkingen. Ook dit kan een eventueel gunstiger beeld van kinderen met downsyndroom, althans gedeeltelijk, verklaren.
Waar helaas weinig aan is veranderd, is het antenataal voorspellen van de lichte tot ernstige verstandelijke handicap die onderdeel is van het downsyndroom. Bij het afwegen van het prenataal testen op trisomie 21 en het eventueel afbreken van een zwangerschap, gaat het met name om die niet te genezen verstandelijke handicap. Het bevreemdt ons daarom dat Borstlap de term ‘verstandelijke handicap’ nergens gebruikt, terwijl hij oproept een volledig beeld te geven van downsyndroom.
In zijn slotconclusie stelt hij de vraag: ‘Zou men op basis van deze actuele kennis nog durven zeggen dat een zwangerschapsafbreking moreel gerechtvaardigd is?’ Het is niet de vraag of kinderen met downsyndroom bestaansrecht hebben, zoals de titel suggereert. Een kind met downsyndroom is gelijk aan elk ander kind met of zonder afwijking.
Uiteraard krijgt elk kind de best mogelijke medische behandeling. Ze worden echter steeds vaker geboren nadat antenataal de (genetische) diagnose trisomie 21 is gesteld en zorgvuldig echoscopisch onderzoek is verricht. Dit draagt bij aan betere zorg.
De zware keuze voor zwangerschapsafbreking, of het om reden van trisomie 21 is dan wel om andere redenen, is primair een zaak voor de ouders, met name de moeder. Iedere verandering in deze situatie is achteruitgang van goede medische zorg.
Amsterdam, augustus 2009
prof. dr. N.J. Leschot, klinisch geneticus,
prof. dr. J.A.M. van der Post, gynaecoloog, hoofd afdeling Verloskunde
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier? Dan dient u eerst in te loggen.
De zaak Van der Linde
Petitie voor steun Van der Linde
01-02-2012 |
Ter ondersteuning van huisarts Hans van der Linde, die is aangeklaagd door het RIVM en Roel Coutinho, is er sinds enkele dagen een online petitie. Daarop kunnen mensen aangeven dat zij… »»
Reacties: 3 reacties
Best gewaardeerde docs
Kwetsbaar begin, vijf jaar later - documentaire
18-01-2012 |
In 2006 volgde filmmaker Rob Hof artsen, patiëntjes en hun ouders op de afdeling Neonatologie van het academisch ziekenhuis Maastricht. »»
Reacties: Plaats een reactie
1 stem




De overbodige griepprik - Zembla
16-11-2010 |
De afgelopen weken haalden ruim 4 miljoen Nederlanders de griepprik om zich te beschermen tegen de wintergriep. »»
Reacties: 2 reacties
12 stemmen




Best gewaardeerde films
Film: Kill me please
03-08-2011 |
In een landhuis ergens in een bos runt dokter Kruger een kliniek voor mensen die hulp zoeken bij zelfdoding. »»
Reacties: Plaats een reactie
3 stemmen



Michael - Markus Schleinzer
25-11-2011 |
Michael werkt bij een verzekeringsmaatschappij, maakt promotie en houdt van skivakanties. Hij kan het best aardig vinden met collega’s en vrienden, maar heel sociaal is-ie niet. »»
Reacties: Plaats een reactie
1 stem















