U bent nu hier:

Overleden kort na geruststelling

Publicatie Nr. 09 - 04 maart 2010
Jaargang 2010
Rubriek Selectie van de inspectie

Een vrouw van 65 komt naar de huisartsenpost vanwege druk op haar borst, zere armen en nek. De vrouw is bekend met COPD, ze rookt en is bang dat er iets met haar hart is. De huisarts onderzoekt haar grondig en oordeelt dat er sprake is van aspecifieke thoraxpijn. De benauwdheid waar de vrouw over klaagt wordt toegeschreven aan de COPD. Later die dag overlijdt de vrouw. Haar zoon zegt dat ze overleed aan een hartinfarct. Maar er is geen sectie verricht. Het tuchtcollege zegt dat het net zo goed een hersenbloeding of een aneurysma had kunnen zijn en wijst de klacht af.

Zaaknummer RTC Den Haag 2008/O152
Specialisme Huisarts
Uitspraak Ongegrond
Klager Zoon van overleden patiënte
Feiten Patiënte, geboren op 16 mei 1943, bezocht op 8 juni 2008 de huisartsenpost met klachten van druk op haar borst, zere armen en zere nek. Ze kreeg deze klachten twee dagen daarvoor en het werd steeds erger. Ze was zelf bang dat er iets met haar hart was. Er was sprake van een stekende pijn en geen drukkende pijn. Patiënte was niet misselijk en transpireerde niet. Aan de longen nam de arts een piepend verlengd experium waar. De arts hoorde souffles. De buik was soepel, bloeddruk RR 140/80, pols regulier. De pijn was niet op de borst maar was houdingsafhankelijk, te localiseren bij de tussenribspieren. De steken waren op te wekken ter hoogte van het sternum. De pijn was niet aanwezig in de nek en armen, er was geen sprake van uitstralende pijn.
Leermoment De arts heeft toegelicht welke onderzoeken ze heeft verricht en tot welke bevindingen ze daarbij is gekomen. De arts heeft een goede anamnese afgenomen en patiënte deugdelijk onderzocht. De arts had gegronde redenen het cardiale risico niet zo groot te achten en nader onderzoek achterwege te laten. De omstandigheid dat patiënte enige tijd na het consult is overleden, maakt dit niet anders.

 
Datum uitspraak: 12 mei 2009

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te 's-Gravenhage heeft de navolgende beslissing gegeven inzake de klacht van: A, wonende te B, klager, tegen: C, huisarts, wonende te D, de persoon over wie wordt geklaagd, hierna te noemen de arts.


1. Het verloop van het geding


Het klaagschrift is ontvangen op 5 februari 2008. Mr. A.W. Hielkema, verbonden aan de Stichting Rechtsbijstand Gezondheidszorg te Utrecht, heeft namens de arts een verweerschrift ingediend waarna is gerepliceerd en gedupliceerd. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord. De mondelinge behandeling door het College heeft plaatsgevonden ter openbare zitting van 17 maart 2009. Partijen zijn verschenen, klager vergezeld van zijn broer E en zijn zus F, de arts bijge-staan door mr A.W. Hielkema. Zij hebben hun standpunt mondeling toegelicht.


2. De klacht

2.1 De moeder van klager, mevrouw G, geboren op 16 mei 1943, (verder ook: patiënte), bezocht op zondag 8 juni 2008 de huisartsenpost in het H, locatie I. Ze had last van een druk op haar borst, zere armen en een zere nek. Ze kreeg dit op vrijdag en het werd steeds erger. Ze was zelf bang dat er iets met haar hart was. Nadat ze op zondagochtend belde heeft klager haar direct naar de huisartsenpost gebracht, alwaar ze is onderzocht door de arts. Klager is daarbij in de wachtkamer gebleven. Toen patiënte naar buiten kwam vertelde ze klager dat de diagnose was dat er niets met haar hart was maar dat haar longen het probleem waren, er was iets te horen. Ze kreeg het advies te stoppen met roken. Er is geen bloedonderzoek gedaan of hartfilm gemaakt. Patiënte kreeg naast paracetamol ook ventolin mee. Verder waren klager en zijn moeder opgelucht dat er niks met haar hart aan de hand was. Ze gingen we er vanuit dat patiënte terzake kundig behandeld was. Diezelfde dag heeft patiënte echter een hartaanval gehad en is overleden.

2.2 De arts had patiënte nooit weg mogen laten gaan zonder verder onderzoek (o.a. het bekijken van het bloed). De arts wordt verweten dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld en niet de juiste maatregelen heeft getroffen en niet het juiste onderzoek heeft gedaan. Op basis van de klachten had anders moeten worden gehandeld en had mogelijk klagers moeder nog geleefd. 3. Het standpunt van de arts

3.1 Op zondag 8 juni 2008 kwam patiënte op de huisartsenpost op het spreekuur van de arts. Het consult heeft 16 minuten geduurd. Bij binnenkomst van patiënte viel meteen het litteken op haar hoofd op. Patiënte vertelde dat ze last had van spanningen en dat ze pijn had, waarbij ze hoog op de thorax wees. Ook had ze pijn in haar armen. Ze vertelde ook maagklachten te hebben. Verder was patiënte benauwd. Ze vertelde dat ze chronische COPD had en dat ze rookte. Ze was bijna twee jaar geleden geopereerd aan een tumor in haar hoofd, maar nu was het allemaal goed. Terwijl ze dit vertelde zat ze voortdurend met haar handen te friemelen.

3.2 De klachten die patiënte aan de arts vertelde waren anders dan die de assistente had genoteerd. De arts heeft patiënte gevraagd wat voor pijn ze voelde, of er sprake was van een brandende pijn of een stekende pijn. Patiënte zei op deze vragen dat ze het niet goed wist, maar ze kon wel aangeven dat het een stekende pijn was, geen drukkende pijn. De pijnklachten waren de dag ervoor begonnen. Patiënte was niet misselijk. Er was geen sprake van transpireren. De arts beluisterde bij patiënte de longen en onderzocht de buik. Aan de longen nam de arts een piepend verlengd experium waar. De arts hoorde souffles. De buik was soepel. De arts heeft de bloeddruk gemeten (RR 140/80) en de pols opgenomen (regulier). Anders dan door de assistente genoteerd was er geen sprake van pijn op de borst. De pijn was houdingsafhankelijk, te localiseren bij de tussenribspieren. De arts kon de steken opwekken ter hoogte van het sternum. De pijn was niet aanwezig in de nek en armen, er was geen sprake van een uitstralende pijn.

3.3 De arts oordeelde dat er sprake was van een a-specifieke thoraxpijn. Bij lichamelijk onderzoek was geen sprake van pijn op de borst. De benauwdheid was verklaarbaar uit een chronische COPD. De spanningsproblemen waren duidelijk waarneembaar. De arts heeft geadviseerd om bij aanhoudende klachten naar de eigen huisarts te gaan en terug te bellen naar de huisartsenpost als de klachten eerder zouden terugkomen. Vanwege de benauwdheid werd ventolin in combinatie met paracetamol met codeïne voorgeschreven en ranitidine in verband met de maagklachten.

3.4 Van de eigen huisarts van patiënte hoorde de arts dat patiënte op 15 juni 2008 thuis dood was aangetroffen. Er is geen sectie verricht. Op het moment van onderzoek heeft zij het overlijden van patiënte niet kunnen voorzien. De arts heeft patiënte grondig onderzocht. De verontrustende signalen die klaagster telefonisch bij de assistente had gemeld bleken bij onderzoek niet of niet meer aanwezig. De arts heeft deze klachten wel meegewogen bij haar beoordeling, maar uit onderzoek kwamen geen bevindingen naar voren die passend waren voor acuut hartfalen. Voor de arts was vervolgens van belang dat zij op basis van haar lichamelijk onderzoek een afdoende verklaring vond voor de klachten van patiënte. De arts constateerde dat zij de pijnklachten die patiënte aangaf kon opwekken en dat deze stekende pijn, die zich duidelijk liet localiseren, houdingsafhankelijk was. Er was geen sprake van uitstra-lende pijn. De oorzaak van de pijn paste, aldus de arts, meer bij spanningsklachten, die zich uitten in locale spierpijn. Ook de maagklachten konden aldus worden geduid. Voor de actue-le benauwdheid en de maagklachten heeft patiënte medicijnen gekregen. Er bestond onder deze omstandigheden geen aanleiding voor nader (bloed)onderzoek. De arts is van mening dat zij binnen de grenzen van een bekwame beroepsuitoefening is gebleven.


4. De beoordeling

4.1 Het spreekuurbezoek bij de arts heeft geruime tijd (16 minuten) geduurd. De arts heeft toegelicht welke onderzoeken ze heeft verricht en tot welke bevindingen ze daarbij is gekomen. De arts heeft een goede anamnese afgenomen en patiënte deugdelijk onderzocht, waarbij ze gegronde redenen heeft gehad het cardiale risico niet zo groot te achten en nader onderzoek achterwege te laten. De omstandigheid dat patiënte enige tijd na het consult is overleden, hoe betreurenswaardig ook, maakt dit niet anders.

In dit verband wordt ten overvloede nog overwogen dat de uiteindelijke doodsoorzaak niet is komen vast te staan nu geen sectio is verricht – naast hartfalen zou bijvoorbeeld ook een aneurysma of een hersenbloeding de dood van patiënte hebben kunnen veroorzaken – terwijl evenmin het exacte tijdstip van overlijden bekend is.

4.2 De slotsom is dat er geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, zodat de klacht zal worden afgewezen.


5. De beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te ’s-Gravenhage:

wijst de klacht af.

Deze beslissing is gegeven door: mr. M.A.F. Tan-de Sonnaville, voorzitter, mr. E.T.M. Olsthoorn-Heim, lid-jurist, drs. A.J.F.M. Janssen, dr. M.H. Houwert-de Jong en, prof. dr. R.G. Pöll, leden-artsen, bijgestaan door mr. C.G. Versteeg, secretaris, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2009.

Ziet u geen reactieformulier? Dan dient u eerst in te loggen. Reacties. (2)

"M.i. is dit een terecht oordeel. Ik had het, het verhaal lezend, waarschijnlijk niet anders gedaan. Dit is het soort patienten dat voortdurend op het SU verschijnt en je kunt niet bij iedereen met dit soort klachten de cardioloog inschakelen. Drie huisartsen zouden zo de hele cardiologische afdeling van het lokale ziekenhuis kunnen overspoelen. Laat staan als alle anderen al dit soort patienten zouden doorsturen.

Bovendien, reagerend op vorige reactie, m.i. zijn de klachten helemaal niet duidelijk cardiaal. Integendeel. "

B. Bruijn, Streefkerk - 04-03-2010 11:20

"Dit is wel een erg mild oordeel , het verhaal lezend bekruipt je toch het gevoel "dit is niet pluis" , de klachten zijn duidelijk cardiaal en pat.was rookster!...Niets staat erin over VG noch fam.anamnese,
zou toch cardiologisch advies willen in zo'n situatie.
De anamnese van de assistente was zeker indicatief."

A. Ramaker, EZINGE - 03-03-2010 20:42

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

De zaak Van der Linde

    Petitie voor steun Van der Linde

    Petitie voor steun Van der Linde  |  Ter ondersteuning van huisarts Hans van der Linde, die is aangeklaagd door het RIVM en Roel Coutinho, is er sinds enkele dagen een online petitie. Daarop kunnen mensen aangeven dat zij… »»
    Reacties: 3 reacties


Meer berichtgeving in dossier Van der Linde »»

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd