Gevluchte arts botst op procedure
| Publicatie | Nr. 10 - 11 maart 2010 |
|---|---|
| Jaargang | 2010 |
| Rubriek | Artikelen |
| Auteur | P. Veltman, J. Both |
| Pagina's | 432-434 |
Instroom droogt sinds 2005 nagenoeg op
Artsen die sinds 1997 in Nederland asiel vonden en hier zijn afgestudeerd, hebben vrijwel allemaal werk. En naar grote tevredenheid. Maar een nieuwe procedure maakt dat inmiddels bijna onmogelijk.
De nieuwe assessmentprocedure voor artsen van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) is een bron van discussie.1 Sinds de invoering in december 2005 heeft slechts een klein aantal buitenlandse artsen de volledige procedure afgerond; onder hen enkele gevluchte artsen. Naast de uitbreiding van de EER en de dalende instroom van asielzoekers in Nederland, is met name de inhoud van de nieuwe procedure hiervan de oorzaak. Voor een groot deel van de kandidaten blijkt de eerste toets – Nederlandse taal en communicatieve vaardigheden – een onneembare horde.
Instromen
Onder de oude procedure zijn in de periode 1997-2007 ruim duizend artsen van buiten Europa ingeschreven in het register op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG).2 De Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF (UAF) heeft bijna de helft van hen begeleid bij het behalen van het basisartsdiploma. Eenmaal geslaagd voor het Nederlands staatsexamen konden zij instromen in een studietraject van twee tot vier jaar aan een medische faculteit. Deze vluchtelingen waren in het land van herkomst reeds arts of specialist.
Het UAF heeft deze afgestudeerde artsen ook begeleid bij het zoeken naar hun eerste baan. Het was tot nu toe echter onbekend hoe hun loopbaan sindsdien is verlopen: in welke functies zijn zij terechtgekomen? Welke factoren waren hierop van invloed? Hoe tevreden zijn de gevluchte artsen met hun carrière in Nederland?
Verpleeghuisarts Sayed Mohiballah Habib uit Afghanistan onderzoekt een patiënte. Beeld: De Beeldredaktie, Guido Benschop
Het UAF deed daarom onderzoek onder de 417 gevluchte artsen die met steun van het UAF onder de oude procedure zijn afgestudeerd. Hun medische loopbaan blijkt opvallend succesvol te verlopen. Juist daarom is het zonde dat de nieuwe procedure zo’n groot struikelblok vormt.
Ideale baan
Vrijwel alle gevluchte artsen uit het UAF-bestand die tussen 1997 en 2007 zijn afgestudeerd bleken te traceren. Er zijn 391 enquêtes verzonden. De respons was 60 procent. De figuur geeft de verdeling van de respondenten naar nationaliteit en geslacht.
Van de respondenten heeft 96 procent een baan als arts binnen de Nederlandse gezondheidszorg.3 De tabel geeft de beroepsspreiding van gevluchte artsen weer volgens de enquête en volgens het BIG-register. Uit deze tabel blijkt dat 45 procent van de respondenten inmiddels een vervolgopleiding heeft afgerond, 27 procent nog in opleiding is en 25 procent werkt als basisarts. De percentages van de respondenten en het BIG-register liggen dicht bij elkaar, wat suggereert dat de responsgroep representatief is voor de hele groep. Slechts negen artsen waren werkloos.
Bij de artsen die nog aan een vervolgopleiding deelnemen valt op dat een hoog percentage (38%; niet zichtbaar in de tabel) in opleiding is tot medisch specialist (aios) en dat dit succesvol verloopt: slechts 4,5 procent brak de vervolgopleiding af. De gemiddelde uitval onder aios in Nederland bedraagt 8,5 procent.4
Opvallend is de tevredenheid van de gevluchte arts met zijn of haar huidige werk (gemiddeld 4,1 op een schaal van 1 tot 5). De meerderheid van de respondenten geeft zelfs aan de ideale baan te hebben gevonden (60%).
De Irakees Khodair Alsudani is verpleeghuisarts in Hoorn. Beeld: De Beeldredaktie, Bas Beentjes
Taalbeheersing
Driekwart van de respondenten vond binnen drie maanden een eerste baan als arts. De artsen die werden afgewezen bij een sollicitatie noemden taalbeheersing, buitenlandse achtergrond en leeftijd als belangrijkste redenen. Bij het solliciteren naar een opleidingsplaats is de relatief hoge leeftijd het grootste obstakel.
De Nederlandse taal is vooral een belemmering bij de eerste baan. Naarmate de artsenloopbaan vordert, ziet de gevluchte arts de eigen beheersing van de Nederlandse taal niet langer als obstakel in de communicatie met collega’s en patiënten.
De eigen meertaligheid en een andere culturele achtergrond worden veelvuldig genoemd als meerwaarde in het contact met allochtone patiënten.
Werkloos thuis
Ondanks moeilijke omstandigheden (vlucht, een jarenlange asielprocedure, het moeten aanleren van een nieuwe taal en cultuur) hebben vrijwel alle gevluchte artsen een succesvolle loopbaan en is hun bijdrage aan de Nederlandse samenleving groot.
Maar na de invoering van het assessment is de instroom van gevluchte artsen nagenoeg volledig opgedroogd. Slechts twee UAF-cliënten zijn tot op heden door de procedure heen gekomen. Ten minste 90 procent van de gevluchte artsen die de eerste toets aflegt zakt de eerste keer. Een groot aantal haakt teleurgesteld af, zoekt een opleiding op lager niveau of zit werkloos thuis.
Een assessment kan een waardevol instrument zijn om gevluchte artsen op maat te laten instromen. Dit kan kosten besparen en tijdverlies voorkomen. Wie niet aan de kwaliteitseisen van de Nederlandse gezondheidszorg voldoet, kan worden omgeschoold. Nu is de procedure echter – vooral door het ontbreken van een passend voortraject – een onneembare horde. Een snelle aanpassing is nodig om de nieuwe generatie gevluchte artsen te behouden voor de Nederlandse gezondheidszorg.
Petra Veltman, coördinator project Latente Talenten, Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF
Jonna Both, projectmedewerker Latente Talenten en studentenbegeleider, Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF
Het onderzoek is onderdeel van het project Latente Talenten. Het project is voor 50 procent medegefinancierd door het Europees Vluchtelingenfonds (EVF).
Correspondentieadres: p.veltman@uaf.nl;
c.c.: redactie@medischcontact.nl
Samenvatting
- Uit onderzoek onder meer dan 400 gevluchte artsen die onder de oude procedure afstudeerden blijkt dat 96 procent als arts of medisch specialist werkt.
- Sinds de invoering van de assessmentprocedure voor buitenlandse artsen in 2005 worden nauwelijks nog gevluchte artsen ingeschreven in het BIG-register.
- Vooral de eerste toets van de nieuwe procedure blijkt een onneembare horde.
- Een passend voortraject ter voorbereiding op de assessmentprocedure is nodig om deze belangrijke groep voor de gezondheidszorg te behouden.
Het volledige onderzoeksrapport is op te vragen bij de auteur, p.veltman@uaf.nl.
Zie ook het bericht ‘Weinig buitenlandse artsen aan de slag’.
Referenties
1. Crommentuyn R. Verloren voor de medische stand, Medisch Contact 2009; 14: 590 en ingezonden brieven: Berkestijn, MC 2009; 20: 907; Postma e.a, MC 2009 26: 1177; Herfs MC 2009; 28: 1263; Berkestijn, MC 2009; 36: 1506.
2. Cate ThJ ten, Kooij LR. Artsen met een buitenlands diploma in de Nederlandse patiëntenzorg: de nieuwe assessmentprocedure. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2008; 899-902.
3. Zie ook: Herfs PGP, De toetreding van buitenlandse artsen tot de arbeidsmarkt in Nederland. In: Buitenslandse artsen in Nederland. Proefschrift, 2009.
4. Katzenbauer MAJ, Die cultuur paste niet bij mij, Medisch Contact 2009; 14: 580.
Ziet u geen reactieformulier? Dan dient u eerst in te loggen. Reacties. (2)
"Het aantal artsen onder recent gearriveerde vluchtelingen in ons land is niet bekend. Een feit is dat de UAF signaleert dat de huidige assessmentprocedure de instroom van gevluchte artsen in de Nederlandse gezondheidszorg bemoeilijkt, en dat in Nieuwsreflex wordt gemeld dat sinds deze procedure in werking trad, er nog geen twintig artsen zijn begonnen aan een aanvullende medische opleiding. De voorzitter van de CBGV verdedigt de huidige assessment procedure met de stelling dat het daarbij niet om het belang van de buitenlandse arts gaat, maar om het belang van (potentiële) patiënten. Zover wij kunnen overzien is er niemand die dat tegenspreekt.
Het is goed dat de kennis en vaardigheden waarover een arts moet beschikken om in de gezondheidszorg aan het werk te gaan op objectieve wijze in een assessmentprocedure worden getoetst. Het UAF signaleert echter dat de gevluchte artsen behoefte hebben aan ondersteuning bij de voorbereiding op de toetsen. Zoals Kooij vermeldt worden ook de communicatievaardigheden van de gevluchte arts getest. Nu kan je het Nederlandse medische jargon natuurlijk wel als ‘Schwere Wörter’ uit je hoofd leren, maar daarmee leer je nog niet de vaardigheid in het voeren van een arts – patiënt gesprek, die in Nederland veelal anders is dan in het land van herkomst. Er is dus dringend behoefte aan een voortraject, waarin gevluchte artsen de mogelijkheid krijgen om met Nederlandse artsen mee te lopen, om zo vertrouwd te raken met het Nederlandse gezondheidszorgsysteem en de wijze waarop daarbinnen wordt gecommuniceerd.
De Commissie Internationale Betrekkingen van de Vereniging van Nederlandse Vrouwelijks Artsen zet zich in voor de vrouwelijke gevluchte artsen, maar het organiseren van meeloopplaatsen blijkt moeizaam. De vraag is ook of steun bij de voorbereiding op de assessmentprocedure op vrijwillige basis dient te gebeuren.
De gezondheidszorg heeft er baat bij om de talenten onder alle gevluchte artsen, die uit hun land van herkomst zijn gevlucht voor oorlog en repressie, te benutten. Echter, in plaats van de komst van deze artsen te omarmen en hen te ondersteunen bij hun instroom in de gezondheidszorg, lijkt het huidige systeem van erkenning van hun diploma drempels op te werpen. Naar onze mening zou voor hen een voorbereidend jaar moeten worden ingesteld bij daarvoor geschikte instellingen.
Mevr. dr. Loes van Willigen
Mevr. dr. José Wetsteijn
Leden Commissie Internationale Betrekkingen van de VnVA
"
"Goed nieuws dat zoveel gevluchte artsen na een (aanvullende) artsopleiding een plek in de Nederlandse gezondheidszorg hebben gevonden. Het onderzoek van Veltman en Both over gevluchte artsen onder de oude procedure kan hun stelling ‘gevluchte arts botst op procedure’ over de nieuwe procedure echter niet waar maken.
De kern van de discussie is dat het aantal aanvragen van buitenlandse artsen en andere beroepsbeoefenaren om erkenning van hun diploma vanaf 2003 sterk is gedaald. Dat is waarschijnlijk het gevolg van de sterk afgenomen toestroom van immigranten in het algemeen. De daling van het aantal aanvragen kan niet het gevolg zijn van de invoering van kennis-en vaardighedentoetsen voor artsen van buiten de EER: dit ‘assessment’ is pas op 1 december 2005 ingevoerd. De instroom droogt ook niet op, zoals de auteurs stellen: het aantal aanvragen neemt juist weer toe.
Voor alle artsen van buiten de EER geldt dezelfde procedure. Er is geen speciale procedure voor gevluchte artsen, die door het UAF worden ondersteund. Het gaat bij het assessment niet om het belang van de buitenlandse arts, maar om het belang van (potentiële) patiënten. Naast kennis en vaardigheden op het niveau van het Nederlandse artsdiploma is goede communicatie in de Nederlandse taal van essentieel belang in de patiëntenzorg. Onder de oude procedure waren er grote problemen bij de inpassing van buitenlandse artsen in de artsopleiding als gevolg van gebrekkige taalvaardigheid. Juist om dit te voorkomen is een specifiek op buitenlandse artsen gerichte taaltoets (AKV) ontwikkeld. Ook voor buitenlandse tandartsen en verpleegkundigen is een dergelijke taaltoets ontwikkeld.
De auteurs pleiten voor een passend voorbereidingstraject voor het assessment. Zij doelen daarbij kennelijk vooral op de taaltoets. Hun stelling dat de taaltoets ‘een onneembare horde’ is, is niet houdbaar: in de periode van 1 december 2005 tot 31 december 2009 is 64% van de 72 buitenlandse artsen die hebben deelgenomen aan de AKV geslaagd. Vanaf 2007 wordt tweemaal per jaar een voorlichtingsbijeenkomst over het assessment georganiseerd, waarbij onder andere informatie word gegeven over specifiek op anderstalige artsen gerichte taalcursussen. Hulp van het UAF aan gevluchte artsen blijft hierbij meer dan welkom.
Dr. L.R. Kooij
voorzitter Commissie Buitenslands Gediplomeerden Volksgezondheid (CBGV)
"
De zaak Van der Linde
Petitie voor steun Van der Linde
01-02-2012 |
Ter ondersteuning van huisarts Hans van der Linde, die is aangeklaagd door het RIVM en Roel Coutinho, is er sinds enkele dagen een online petitie. Daarop kunnen mensen aangeven dat zij… »»
Reacties: 3 reacties
Best gewaardeerde docs
Kwetsbaar begin, vijf jaar later - documentaire
18-01-2012 |
In 2006 volgde filmmaker Rob Hof artsen, patiëntjes en hun ouders op de afdeling Neonatologie van het academisch ziekenhuis Maastricht. »»
Reacties: Plaats een reactie
1 stem




De overbodige griepprik - Zembla
16-11-2010 |
De afgelopen weken haalden ruim 4 miljoen Nederlanders de griepprik om zich te beschermen tegen de wintergriep. »»
Reacties: 2 reacties
12 stemmen




Best gewaardeerde films
Film: De goede dood - Wannie de Wijn
09-02-2012 |
‘Ik heb niks te maken met de dood. De dood is van jullie. Het sterven is van mij.’
Het klinkt hard, maar het komt er wel op neer voor de familie en vrienden van de ongeneeslijk zieke Bernhard, die besloten heeft om te sterven. »»
Reacties: Plaats een reactie
1 stem




Film: Kill me please
03-08-2011 |
In een landhuis ergens in een bos runt dokter Kruger een kliniek voor mensen die hulp zoeken bij zelfdoding. »»
Reacties: Plaats een reactie
3 stemmen















