U bent nu hier:

Vroeg erbij

Publicatie Nr. 7 - 14 september 2001
Jaargang 2001
Rubriek Praktijkperikel

Op 11 januari ging ik naar de huisarts met lichte plasklachten. Ze vermoedde prostaatklachten en ik moest bloed laten prikken.


Bloedprikken op 14 januari, 15 januari de uitslag, 18 januari een gesprek met huisarts. De PSA-waarde was te hoog, een uroloog zou onderzoek moeten doen. Daar kon ik 2 februari terecht.Op 2 en 12 februari onderzoek, 20 februari de uitslag: ‘U hebt kanker aan uw prostaat. We moeten gaan zoeken naar uitzaaiingen.’


Een scan op 2 maart. Uitslag 9 maart: ‘Geen uitzaaiingen te zien. Komt u 11 april maar voor een operatie - een laparoscopie - om de klieren te bekijken.’ Aldus volgde een korte opname. Op 15 april weer naar huis: gelukkig geen uitzaaiingen.


Inmiddels ben ik drie maanden onderweg na mijn eerste bezoek aan de huisarts. De behandeling zou bestaan uit bestralen en medicijnen. Afspraak bij de radioloog op 12 mei. Een paar onderzoekjes moesten nog gebeuren. ‘Komt u 8 juni maar terug, voor aftekenen.’ Op 16 juni begint de bestraling.


Ik ben nu vijf maanden wachtende op behandeling, vijf maanden onzekerheid.
Kanker, je moet er toch vroeg bij zijn?


Op wie moet ik boos zijn? Op de uroloog, op de ziekenhuisdirectie, op minister Borst, op de verzekeringsmaatschappij? Op mijzelf omdat ik niet genoeg ‘zeurde’?


Zou een hoge politicus ook zo lang moeten wachten?

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd