Een dag uit het leven van een dermatoloog
| Publicatie | Nr. 37 - 21 september 2001 |
|---|---|
| Jaargang | 2001 |
| Rubriek | Praktijkperikel |
Het is vrijdagmorgen, half zeven. Ik voel me koortsig. Met een paracetamol bij het ontbijt zal het straks wel beter gaan. Ik smeer brood voor de kinderen, sluit me aan in de file en arriveer om acht uur op de buitenpoli. De net ingewerkte assistente M vertelt dat ik het deze ochtend alleen met haar moet doen, want S is ziek. En dat terwijl we vandaag van alles door elkaar heen op het rooster hebben staan. Scleroseerpatiënten, open benen en belichtingen in de ochtend en algemene dermatologie in de middag. Ik begin alvast met het doornemen van de post.
Even later komt de röntgenassistente binnen. Ze meldt dat er onenigheid is over de vraag wie de eindverantwoordelijkheid draagt voor duplexonderzoek; tot nader order kunnen derhalve geen veneuze duplexen worden aangevraagd. Hoe leg ik mijn patiënten dit nu weer uit?
Mijn eerste spuitpatiënte is een Marokkaanse vrouw met ongeschoren benen en zonder
kousen. De mondelinge informatie is ze vergeten, de schriftelijke heeft ze niet gelezen en het kousrecept is ze verloren. Ik leg alles nog een keer uit en laat M passende kousen in de reservedoos zoeken. Mevrouw krijgt een nieuw recept en het vriendelijke verzoek de kousen de volgende keer mee te nemen om de reservedoos weer aan te vullen.
Terwijl M haar verbindt, haal ik meneer Van A uit de wachtkamer. Intussen neem ik de telefoon aan: Met mevrouw J. Ik heb vorig jaar zon fijn zalfje van u gehad. Kunt u even een herhalingsreceptje naar de apotheek faxen? Niet van Elocon hoor, want dan moet ik weer bijbetalen! Tegelijkertijd zet ik ook nog meneer P in de UV-B-cabine.
Meneer Van A is een 86-jarige open been-patiënt. Ik verwijder zijn compressieve verband, inspecteer zijn been en schrijf het nieuwe beleid in de status als opdracht voor M. In de kamer ernaast staat de volgende scleroseerpatiënt inmiddels klaar.
Aan het einde van deze ochtend hebben we 24 mensen behandeld. De langste wachttijd ontstond nota bene door twee telefonische consulten. Het eerste telefoontje was van een verpleeghuisarts die blijkbaar veel tijd heeft, want de vraag werd pas na vier minuten duidelijk. De tweede was een agnio van interne die vroeg welke zalf er op paarse vlekjes op de benen kon worden gesmeerd. Na geduldig uitvragen bleek het om purpura te gaan; er was nog geen diagnostiek ingezet naar het aantal trombos en de nierfunctie.
Op de middaglijst zie ik dat meneer Van der V komt voor een serologie-uitslag. Ik vraag M of de uitslag in de status zit en als dat niet het geval is deze telefonisch op te vragen. Als meneer die middag naast mij zit, is er inderdaad een uitslagformulier aanwezig, doch dit vermeldt alleen de term is afgenomen. Ik bel dus zelf met het laboratorium, wordt doorverbonden met een ander laboratorium en krijg te horen dat het materiaal is doorgestuurd. Gelukkig weet men het telefoonnummer. Vervolgens hoor ik dat het bloed wegens de feestdagen nog niet is onderzocht.
De volgende patiënt klaagt dat hij zojuist vanuit de aangrenzende kamer het hele gesprek met meneer Van der V kon volgen. Hij voelt zich nu geremd om bepaalde zaken met mij te bespreken. Tja, zeg ik, deponeer deze klacht maar bij de manager, want naar mij luistert ze niet als ik de gehorigheid van deze buitenpoli ter sprake breng.
De rest van het spreekuur verloopt als een klassieke vrijdagmiddag. Huisartsen en hoofdverpleegkundigen willen nog even telefonisch advies voordat hun patiënt het weekend ingaat. De wachtkamer zit vol chagrijnige gezichten, die als ze eenmaal aan de beurt zijn extra aandacht willen hebben als compensatie voor het wachten. Ik heb het dus afgeleerd om een tweede ziekte naar de huisarts terug te verwijzen, ook al staat er geen vergoeding tegenover.
Dit weekend heb ik dienst. Om te voorkomen dat ik dan op en neer moet komen, bezoek ik na het spreekuur de klinische patiënten van mijn collegae. Ik ga eerst langs bij mevrouw L. met dat open been, die eergisteren is opgenomen. Ik vraag de verpleegkundige hoe het gaat, maar deze weet het niet want ze is net terug van een weekje Oostenrijk. Enfin, ik lees dat mijn collega natte omslagen met 1 procent azijnzuur heeft voorgeschreven, maar de verpleegkundigen gieten 6 dd onverdund met 3 procent. En o ja, vannacht heeft de dienstdoende arts-assistent nog 3 dd Tramal voorgeschreven, want mevrouw kreeg steeds meer pijn!
Een chaotische dag als deze wordt steeds normaler. En dan moet ik ook nog DBCs gaan invoeren! Langzamerhand krijg ik het gevoel dat ik word gevierendeeld: aan mijn linkerarm trekken patiënten, aan mijn rechterarm artsen en verpleegkundigen, aan mijn linkerbeen ziekenhuismanagers en aan mijn rechterbeen overheidsambtenaren.
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
Best gewaardeerde docs
De Echte Coassistent
16-03-2011 |
De televisiereeks De Echte Coassistent volgt zes studenten geneeskunde tijdens hun coschappen in het Deventer Ziekenhuis. »»
Reacties: Plaats een reactie
Documentaire: Wat de kat ziet - Kim Brand
08-05-2012 |
Voor haar korte documentaire Wat de kat ziet stelde documentairemaakster Kim Brand haar camera op nabij de favoriete plek van een kat, voor de draaideur van een ziekenhuis. »»
Reacties: 1 reactie
Best gewaardeerde films
Film: Intouchables - Olivier Nakache, Eric Toledano
24-04-2012 |
Subliem acteerwerk in Intouchables, een op feiten gebaseerde film die bijna twintig miljoen Fransen naar de bioscoop trok. »»
Reacties: 2 reacties
Film: De goede dood - Wannie de Wijn
22-02-2012 |
‘Ik heb niks te maken met de dood. De dood is van jullie. Het sterven is van mij.’
Het klinkt hard, maar het komt er wel op neer voor de familie en vrienden van de ongeneeslijk zieke Bernhard, die besloten heeft om te sterven. »»
Reacties: Plaats een reactie



