U bent nu hier:

MC 37 - Gevolmachtigde of dokter

Publicatie Nr. 37 - 21 september 2001
Jaargang 2001
Rubriek Uitspraak Tuchtcollege
Auteur B.V.M. Crul, huisarts, MR. W.P. RIJKSEN

Een van de ziekten waarmee artsen ondanks alle veel belovende pilletjes steeds meer te maken krijgen, is dementie. In combinatie met het toestemmingsvereiste binnen onze gezondheidszorg vormt de bij dit ziektebeeld behorende wilsonbekwaamheid een extra valkuil voor artsen. Onder welke omstandigheden mag (of moet) hij soms zonder de toestemming van een vertegenwoordiger (als die er al is) handelen? En hoe moet hij omgaan met de opvatting van een vertegenwoordiger als die naar zijn mening indruist tegen het belang van de patiënt?

In onderstaande tuchtzaak gaf de huisarts van een in een verzorgingshuis verblijvende dementerende patiënte een verklaring af die de gevolmachtigde niet zinde. De arts vond het in het belang van patiënte dat zij werd opgenomen in een verpleeghuis. De klager, zijnde de schriftelijk gevolmachtigde, was echter tegen en bestreed dat de arts buiten hem om de gewraakte verklaring had mogen opstellen. De arts vond echter dat het overleg met de vertegenwoordiger niet samenviel met de zorg van een goed hulpverlener. Zowel het Regionaal als het Centraal Tuchtcollege was het daarmee eens, zij het dat de overweging dat de arts nooit eerder contact met de familie had gehad, niet erg overtuigt. Beide colleges kwalificeerden de verklaring als ‘niet-medisch’. Daarover kun je twisten, ook al omdat de aangeklaagde arts zijn verklaring letterlijk als ‘medisch’ benoemde. 




 

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd