U bent nu hier:

MC 25 - Morele plicht en beroepsgeheim

Publicatie Nr. 25 - 30 oktober 2001
Jaargang 2001
Rubriek Uitspraak Tuchtcollege

Het beroepsgeheim is het recht van de patiënt. Artsen mogen geen patiëntgegevens aan derden verstrekken, tenzij de patiënt daarvoor gericht toestemming verleent, of een wettelijk voorschrift daartoe noopt. Behalve in deze situaties mag de zwijgplicht slechts in hoge uitzonderingsgevallen worden doorbroken, bijvoorbeeld bij dreigend ernstig (levens)gevaar. Veel gehanteerde, cumulatieve uitgangspunten zijn daarbij dat alles in het werk is gesteld om toestemming te verkrijgen van de betrokkene, dat de arts in gewetensnood moet raken door het handhaven van de zwijgplicht, dat er geen andere weg is dan het verbreken van het geheim om het probleem op te lossen, dat het niet-doorbreken van de geheimhoudingsplicht voor een ander ernstige schade oplevert, en dat het vrijwel zeker is dat door het verbreken van de geheimhoudingsplicht die schade aan de ander voorkomen of beperkt kan worden. Het ligt daarbij voor de hand dat het moet gaan om informatie of gegevens die de arts in zijn hoedanigheid van arts te weten is gekomen. Anders zou je als arts tijdens het nachtelijk visite rijden nooit een toevallig betrapte dief - hetgeen een van ons ooit overkwam - mogen aangeven.


Enigszins verrassend werden in de onderhavige zaak klagers in eerste instantie niet ontvankelijk verklaard. Het college kwam tot dit oordeel op grond van de overweging dat niet kon worden gesproken van een behandelrelatie tussen de klagers en de arts. De klagers hadden de arts in eerste instantie ingehuurd om hen te vertegenwoordigen in hun juridische procedures om een arbeidsongeschiktheidsuitkering te verkrijgen. Vanwege een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis van de patiënt achtte de arts toen loonvormende arbeid uitgesloten. Nog geen twee maanden na het beëindigen van de procedure schreef de arts echter een brief van geheel andere strekking aan de rechtbank en de bedrijfsvereniging. Klager en diens familie hadden hem meervoudig en bewust misleid en hij achtte het zijn morele plicht de rechtbank en de bedrijfsvereniging hiervan te verwittigen. Het Centraal College vond dat de arts had moeten zwijgen en verklaarde de klagers wel ontvankelijk: de arts had immers bij de eerdere beoordeling van de patiënt verrichtingen gedaan die rechtstreeks op de persoon betrekking hadden en die dienden om diens gezondheidstoestand te beoordelen en daarmee was volgens het College sprake van individuele gezondheidszorg.

Maar hoe geloofwaardig ben je als arts als je op 21 mei tijdens een hoorzitting verklaart dat iemand volledig arbeidsongeschikt is, om acht weken later het tegenovergestelde te beweren? Dat de zwijgplichtige arts in gewetensnood moet hebben verkeerd, is aannemelijk. De schade aan derden lijkt ook evident, maar of het voorkomen van financiële schade tot geheimdoorbreking mag leiden, menen wij toch ontkennend te moeten beantwoorden.

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd