Onnodig thuis
| Publicatie | Nr. 18 - 01 mei 2002 |
|---|---|
| Jaargang | 2002 |
| Auteur | A.M.E. van Well c.s. |
Ziekteverzuim na liesbreukcorrectie
Als het aan de chirurg ligt, kan iemand na het ondergaan van een liesbreukcorrectie direct weer aan het werk. Niet de chirurg bepaalt echter het tijdstip van werkhervatting, maar de bedrijfsarts. En die adviseert meestal een arbeidsonderbreking van enkele weken. Gevolg: hoge maatschappelijke kosten.
Liesbreukcorrectie is een van de frequentst uitgevoerde electieve ingrepen. Het risico om tijdens het leven een liesbreukcorrectie te moeten ondergaan ligt voor mannen op 27 procent en voor vrouwen op 3 procent.1 In Nederland worden jaarlijks ongeveer 26.000 liesbreukcorrecties uitgevoerd, waarvan de helft bij patiënten tussen de 14 en 65 jaar.2 3
Was het tot voor enkele jaren geleden nog de gewoonte om patiënten na een liesbreukcorrectie enkele dagen op te nemen,2 nu wordt 36 procent van de ingrepen in dagbehandeling uitgevoerd. Dit is mede mogelijk omdat het vaak om patiënten gaat die voor de rest gezond zijn.3
De gemiddelde totale ziekenhuiskosten bedragen 628 euro per patiënt voor een open liesbreukcorrectie en 1097 euro voor een endoscopisch uitgevoerde liesbreukcorrectie. De gemiddelde maatschappelijke kosten zijn echter aanmerkelijk hoger: respectievelijk 2116 en 2231 euro per patiënt.4 Deze kosten worden voor een belangrijk deel veroorzaakt door het ziekteverzuim.
In Nederland adviseert de bedrijfsarts en niet de behandelend specialist omtrent werkhervatting. En de bedrijfsarts adviseert iemand die een liesbreukcorrectie heeft ondergaan zijn werkzaamheden pas na geruime tijd weer op te vatten. Dit, terwijl verschillende wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat ongeacht de methode van liesbreukcorrectie het vroegtijdig ofwel direct hervatten van de normale dagelijkse activiteiten en werkzaamheden geen invloed heeft op het optreden van recidief of andere complicaties5 6 Om inzicht te krijgen in welke mate bedrijfsartsen rekening houden met de huidige ontwikkelingen binnen de liesbreukchirurgie, is in de regio Rotterdam een onderzoek uitgevoerd.
Algemeen advies
Alle in het geneeskundig jaarboek geregistreerde bedrijfsartsen in de regio Rotterdam kregen een enquêteformulier toegezonden waarin hun werd gevraagd welk advies wat betreft werkhervatting zij hun patiënten geven na een liesbreukcorrectie. Onderscheid werd gemaakt naar verschillende typen liesbreukcorrectie en naar de zwaarte van het werk van de patiënt.
Van de 119 verstuurde enquêtes werden er 80 volledig ingevuld teruggezonden, een responsratio van 67 procent. Het gemiddeld aantal ervaringsjaren van de bedrijfsartsen was 8 jaar (0,3-24 jaar).
Het meest gegeven algemene advies (40%) was, ongeacht de methode van liesbreukcorrectie, om 2 tot 4 weken niet te werken. Van de bedrijfsartsen gaf 70 procent aan dat zij bij hun advies geen rekening hielden met de verschillende methoden van liesbreukcorrectie. Maar ook het advies van degenen die wel onderscheid maakten tussen de verschillende operatiemethoden varieerde van een werkonderbreking van 2 tot 4 weken en 4 tot 6 weken.
Wel gaf 88 procent van de bedrijfsartsen aan rekening te houden met de zwaarte van het werk van de patiënt. Bij licht werk adviseerden zij 1 tot 4 weken arbeidsonderbreking, bij matig zwaar werk 2 tot 4 weken en bij zwaar werk zelfs 4 tot 6 weken. Als reden gaf men voornamelijk het risico op een recidief aan.
Studies
Wetenschappelijk onderzoek naar de verschillende typen van liesbreukcorrectie met mat wijst uit dat de resultaten voor wat betreft het risico op recidief bij korte- en langetermijn- follow-up zo goed als vergelijkbaar zijn.7 8 Verder laten verschillende studies zien dat er geen relatie bestaat tussen het al dan niet vroegtijdig hervatten van de dagelijkse activiteiten of werkzaamheden en het optreden van een recidief.7 9-12 Deze resultaten worden bevestigd door vergelijkend onderzoek door de EU Hernia Trialists Collaboration waarin tevens wordt beschreven dat bij laparoscopische liesbreukcorrectie minder postoperatieve pijnklachten optreden en snellere werkhervatting mogelijk is.13 14
Er bestaan geen contra-indicaties voor het direct postoperatief hervatten van de normale dagelijkse activiteiten.5 6 Desondanks ziet men ook in recente studies naar postoperatieve werkhervatting periodes van werkonderbreking van 6 tot 30 dagen, zowel voor open als laparoscopische liesbreukcorrectie met of zonder mat.13-15
Ook de enquête toont aan dat er een tendens bestaat om patiënten 2 tot 6 weken arbeidsonderbreking te adviseren, ongeacht het type liesbreukcorrectie.
Redenen
Uit het feit dat 88 procent van de ondervraagde bedrijfsartsen als belangrijkste reden voor het langdurige ziekteverzuim het risico van een recidief aangeeft, blijkt dat ze nog vrijwel geen rekening houden met de wetenschappelijke gezichtspunten. Zeer waarschijnlijk speelt hierbij onbekendheid met de huidige technieken en inzichten een belangrijke rol.
Er zijn echter ook andere factoren die invloed hebben op de duur van arbeidsonderbreking. Jones et al. tonen in een recente studie naar werkhervatting na open liesbreukcorrecties zonder mat aan dat vooral socio-economische factoren en de verwachtingen van de patiënt en de behandelend arts bepalend zijn voor de duur van arbeidsonderbreking.15 Met name het type werk, zelfstandig of in dienstverband werken, en de hoogte van de ziektekostenuitkering zijn belangrijke parameters in het al dan niet vroeg hervatten van de werkzaamheden.15-17 Patiënten die werken als zelfstandig ondernemer gaan sneller weer aan het werk dan degenen die in dienstverband werken; de zelfstandig ondernemer hervat zijn werkzaamheden over het algemeen zelfs eerder dan geadviseerd.16 Ook de peri-operatieve voorlichting over het postoperatief herstel en de te verwachten duur van arbeidsonderbreking heeft een belangrijke invloed op de duur van het postoperatief herstel.12 18-20 Patiënten die door hun behandelend arts worden gestimuleerd snel weer aan het werk te gaan, hervatten eerder hun werkzaamheden.12 15
Haalbaar
De resultaten van de enquête laten zien dat hoewel wetenschappelijk onderzoek uitwijst dat snelle werkhervatting na liesbreukcorrecties mogelijk is - hetgeen een aanzienlijke reductie van de maatschappelijke kosten zou inhouden - dit in de praktijk nog geen gemeengoed is geworden.
Hoewel het medisch gezien mogelijk is om direct postoperatief de normale werkzaamheden te hervatten blijkt dit in de praktijk slechts zelden haalbaar te zijn. De bedrijfsarts wordt, anders dan de chirurg, geconfronteerd met de postoperatieve klachten en onzekerheden van de patiënt en met de verwachtingen van de werkgever.
Gaat men uit van een ongecompliceerde ingreep bij een verder gezonde patiënt en een normale wondgenezing, dan lijkt werkonderbreking van maximaal één week postoperatief realistisch. Om dit ook in de praktijk te kunnen waarmaken moeten er, in nauw overleg tussen chirurgen, bedrijfsartsen en huisartsen, algemene richtlijnen worden opgesteld wat betreft het postoperatief beleid na liesbreukcorrecties. Verder moeten zowel de bedrijfsartsen als de patiënten betere voorlichting krijgen over de huidige wetenschappelijke inzichten.
A.M.E. van Well,
A.L.A. van IJsseldijk,
H.J.Bonjer,
afdeling Heelkunde Academisch Ziekenhuis Rotterdam-Dijkzigt
W.W. Vrijland,
K.J. Brouwer,
beiden chirurg, afdeling Heelkunde Medisch Centrum Rijnmond-Zuid
K. de Boer,
bedrijfsarts, afdeling Bedrijfsgeneeskunde Medisch Centrum Rijnmond-Zuid
Correspondentieadres:A.M.E. van Well, Algemene Heelkunde, AZR Dijkzigt, Postbus 2040, 3000 CA Rotterdam
Referenties
1. Jaarboek/-diskette LMIR 1985-1995. SIG zorginformatie 2. Jaardiskette LMR 2000, Prismant. 3. Primatesta P, Goldacre MJ. Inguinal hernia repair: incidence of elective and emergency surgery, readmission and mortality. Int J Epidemiology 1996; 25: 835-839. 4. Liem MS, Halsema JAM, Graaf Y van de et al. Cost-Effectiveness of extraperitoneal laparoscopic hernia repair: a randomized comparison with conventional herniorrhaphy. Ann Surg 1997; 226: 668-76. 5. Lichtenstein IL. Herniorrhaphy, a personal experience with 6,321 cases. A J Surg 1987; 153: 553-9. 6. Lichtenstein IL, Shulman G, Amid PK. The tension-free hernioplasty. A J Surg 1989; 157: 188-193. 7. RutkowIM. The recurrence rate in hernia surgery. Arch Surg 1995; 130: 575-6. 8. Stoker DL, Spiegeihalter DJ, Singh R, WeliwoodJM. Laparoscopic versus open inguinal hernia repair: randomised prospective trial. The Lancet 1 994; 343: 1243-5. 9. Metzger J, Lutz N, Laidlaw I. Guidelines for inguinal hernia repair in everyday practice. Ann R Coll Surg Engl 2001; 83 : 209-14. 10. Amid PK, Shulman AG, Lichtenstein IL. A critical evaluation of the Lichtenstein tension-free hernioplasty. Int Surg 1994; 79: 76-9. 11. Bourke BJ, Taylor M. Early return to work after hernia repair. Br J Surg 1978; 65: 728-31. 12. Taylor EW, Dewar EP. Early return to work after repair of a unilateral inguinal hernia. BIS 1983; 70: 599-600. 13. EU Hernia Trialists Collaboration. Mesh compared with non-mesh methods of open groin hernia repair: systematic review of randomised controlled trials. BJS 2000; 87: 854-9. 14. EU Hernia Trialists Collaboration. Laparoscopic compared with open methods of groin hernia repair: systematic review of randomised controlled trials. BJS 2000; 87: 860-7. 15. Jones KR, Burney RE, Peterson M. Return to work after inguinal hernia repair. Surgery 2001; 129: 128-35. 16. Salcedo-WasicekMC, Thiriby RC. Postoperative course after inguinal herniorrhaphy. A case controlled comparison of patients receiving workers' compensation vs patients with commercial insurance. Arch Surg 1995; 130: 29-32. 17. Bourke JB, Taylor M, Lear PA. Effect of early return to work after elective hernia repair: clinical and financial consequences at one year and three years. Lancet 1981; 19: 623-5. 18. Shulman AG, Amid PK, Lichtenstein IL. Returning to work after herniorrhaphy. BMJ 1994; 309: 216-7. 19. Rider MA, Baker DM, Locker A. Return to work after inguinal hernia repair. BJS 1993; 80: 745-6. 20. Callesen T, Klarskov B, Bech K, Kehlet H. Short convalescence after inguinal herniorrhaphy with standardised recommendations: durations and reasons for delayed return to work. E J Surg 1999;165: 236-41.
Samenvatting:
- Jaarlijks vinden in ons land ongeveer 26.000 liesbreukcorrecties plaats waarvan er 10.000 in dagbehandeling worden uitgevoerd.
- De totale kosten van een dergelijke ingreep zijn maatschappelijk gezien vooral hoog door het postoperatieve ziekteverzuim.
- Ondanks dat wetenschappelijke studies uitwijzen dat een gezonde patiënt in principe direct na een liesbreukcorrectie aan het werk zou kunnen, adviseren bedrijfsartsen toch 2 tot 6 weken werkonderbreking, ongeacht het type ingreep.
- Met een betere voorlichting en meer overleg tussen chirurgen, bedrijfsartsen en huisartsen kan een realistischer beleid worden opgesteld.
Link
Arbocuratieve spagaat - hoofdredactioneel van Ben V.M. Crul MC 18/2002>>>>>>>>Brieven
1. Noks Nauta, bedrijfsarts en psycholoog, Nederlands Kenniscentrum voor Arbeid en Klachten van het Bewegingsapparaat - MC 22/2002
2. Frederieke Schaafsma, Frank van Dijk en Jos Verbeek, Coronel Instituut, AMC - MC 26/27-2002Brieven
Een week herstel na liesbreukoperatie?
Met enthousiasme hebben wij uw artikel in Medisch Contact (nr. 18) gelezen. Wij juichen het toe dat vanuit de klinische geneeskunde wordt meegedacht over een reële duur van ziekteverzuim na een specifieke medische ingreep, maar willen een kanttekening maken bij uw suggestie.
U stelt dat het ziekteverzuim na een liesbreukcorrectie onnodig lang duurt. Volgens chirurgen is het mogelijk om, bij ongecompliceerd verloop, binnen een week het werk te hervatten mede door een verbeterde operatietechniek. In de praktijk blijkt de gemiddelde verzuimduur 6 tot 44 dagen30-31. Uit uw eigen enquête blijkt dat bedrijfsartsen adviseren om 2 tot 6 weken thuis te blijven, afhankelijk van het soort werk.Het Coronel Instituut is geïnteresseerd in verantwoorde adviezen tot werkhervatting en actief bij de ontwikkeling van evidenced based medicine methoden voor de bedrijfsgezondheidszorg. Vandaar dat wij ter vergelijking met de door u geciteerde onderzoeken, literatuuronderzoek hebben gedaan. Onze focus was gericht op hernia inguinalis in combinatie met werk en ziekteverzuim. Voor onze zoekstrategie verwijzen wij u naar de verantwoording.
Onderzoek naar ziekteverzuim in relatie tot herstel na liesbreukcorrectie is de afgelopen jaren een aantal maal verricht met name ter bevordering van de ene operatietechniek boven de andere. De relatie met het type werk werd daarin nauwelijks meegenomen. Wij vonden via PubMed in Medline 6 review artikelen en 28 RCT's na 1996. In Embase vonden wij nog eens 21 andere artikelen.
In 10 van deze artikelen werd het postoperatieve advies van de chirurg ten aanzien van werkhervatting kort beschreven. In de helft van de gevallen was het advies om zo snel mogelijk op geleide van de klachten het werk weer te hervatten. In de overige gevallen werd bijvoorbeeld een week hersteltijd voor licht tot matig fysiek werk geadviseerd. Overigens blijkt de gemiddelde verzuimduur in bijna alle gevallen meer dan 1 week. De gemiddelde verzuimduur voor zwaar fysiek werk was over het algemeen langer.
Jones et al.22 en Lawrence et al. 28onderzochten beiden een cohort patiënten, bijkomende factoren blijken verzuimduur sterk te beïnvloeden zoals depressie, financiële vergoeding voor ziekteverzuim, opleidingsniveau, het type werk etc.In een systematic review (Family Practioner, 20001) wordt uw bevinding bevestigd dat artsen verschillend adviseren. Het gemiddelde advies voor zittend werk van chirurgen bleek 2,8 weken en van huisartsen 5,1 weken. Het feitelijke gemiddelde verzuim bleek 3,4 weken. Het advies van chirurgen en huisartsen werd bijna altijd beïnvloed door de aard van het werk.
U concludeert dat de kans op een recidief hernia inguinalis, niet wordt beïnvloed door vroegtijdige werkhervatting. Niet duidelijk is in hoeverre het terugbrengen van het verzuim tot maximaal een week bij fysiek zwaar werk voldoende is onderzocht.Callesen et al.26 door u geciteerd, beschrijven dat chirurgen bij zwaar fysiek werk (bouwvakkers, verhuizers etc. ) en intensieve sportbeoefening (> dan 3 maal per week) een hersteltijd van 3 weken adviseren. De terugkeer naar licht zittend werk kan worden vertraagd door pijn of een ander advies van de huisarts. Zij bevestigen uw opvatting dat werkonderbreking van maximaal een week (voor licht tot matig zwaar werk) realistisch is.
Wij komen tot de conclusie dat uw voornaamste stelling kan worden onderschreven, dat chirurgen terecht een kortere hersteltijd adviseren dan door patiënten, huisartsen en bedrijfsartsen wordt aangehouden. Ten aanzien van fysiek zwaar werk moet ons inziens nader onderzoek plaatsvinden naar het optreden van pijnklachten en een verhoogd risico op recidief.
Het oprichten van een werkgroep van chirurgen, bedrijfsartsen en huisartsen om een protocol te maken voor postoperatief beleid vinden wij een goed voorstel. De werkgroep kan ook een rol spelen bij het bevorderen van prospectief of retrospectief onderzoek (case-control) naar oorzaken van recidieven, waaronder de aard van het werk en het tijdstip van werkhervatting. Onderzoek naar andere factoren die de duur van het verzuim beïnvloeden lijkt ons ook zeer relevant.
Frank van Dijk, Jos Verbeek en Frederieke Schaafsma
Coronel Instituut, AMC
Amsterdam, 30 mei 2002
Verantwoording
Methode literatuuronderzoek: Er is gezocht via PubMed in Medline:
Inguinal hernia (zowel MeSH Term als Text Word) AND (absenteeism, retirement, sick leave, sick$ absence, employment record$, employment status, employment history, work history, work status, return to work, work absenteeism, work capacity, work ability, work disability, disability pension, job performance, job satisfaction, vocational guidance, rehabilitation, vocational, occupational rehabilitation, occupational health services, occupational medicine, occupational health, occupational physician$) (zowel MeSH Term als Text Word).
Als limieten werden aangegeven vanaf 1996, Engelstalige publicatie, human, review artikel en/of randomised controlled trial.
Opbrengst: 6 reviews, en 28 randomized controlled trials, hiervan hebben wij uiteindelijk 21 geselecteerd op basis van de abstract:
1. McIntosh A, Hutchinson A, Roberts A, Withers H. Evidenced-based management of groin hernia in primary care- a systematic review. Fam. Pract. 2000 Oct; 17(5):442-7. Review.
2. Jonsson B, Zethraeus N. Costs and benefits of laparoscopic surgery- a review of the literature. Eur J Surg. 2000;Suppl 585:48-56. Review.
3. Kurzer M, Belscham PA, Kark AE. The Lichtenstein repair. Surg Clin North Am. 1998 Dec;78(6):1025-46. Review.
4. Swanstrom LL. Laparoscopic herniorrhaphy. Surg Clin North Am. 1996 Jun;76(3):483-91. Review.
5. Millikan KW, Deziel DJ. The management of hernia. Considerations in cost effectiveness. Surg Clin North Am. 1996 Feb;76(1):105-16. Review.
6. Fleming WR, Elliot TB, Jones RM, Hardy KJ. Randomised clinical trial comparing totally extraperioneal inguinal hernia repair with the Shouldice technique. Br J Surg. 2001 Sep;88(9):1183-8.
7. Sarli L, Iusco DR, Sansebastiano G, Costi R. Simultaneous repair of bilateral inguinal hernias: a prospective, randomized study of open, tension-free versus laparoscopic approach. Surg Laparosc Endosc Percutan Tech. 2001 Aug;11(4):262-7.
8. Jess P, Schultz K, Bendtzen K, Nielsen OH. Systemic inflammatory responses during laparoscopic and open inguinal hernia repair: a randomised prospective study. Eur J Surg. 2000 Jul;166(7):540-4.
9. Kingsnorth AN, Porter CS, Bennett DH, Walker AJ, Hyland ME, Sodergren S. Lichtenstein patch or Perfix plug-and-patch in inguinal hernia: a prospective double-blind randomized controlled trial of short-term outcome. Surgery. 2000 Mar;127(3)276-83.
10. Johansson B, Hallerback B, Glise H, Anesten B, Smedberg S, Roman J. Laparoscopic mesh versus open preperioneal mesh versus conventional technique for inguinal hernia repair: a randomized multicenter trial (SCUR Hernia Repair Study). Ann Surg. 1999 Aug; 230(2):225-31.
11. Heikkinen TJ, Haukipuro K, Hulkko A. A cost and outcome comparion between laparoscopic and Lichtenstein hernia operations in a day-case unit. A randomized prospective study. Surg Endosc. 1998 Oct;12(10):1199-203.
12. Dirksen CD, Beets GL, Go PM, Geisler FE, Baeten CG, Kootstra G. Bassini repair compared with laparoscopic repair for primary inguinal hernia: a randomised controlled trial. Eur J Surg. 1998 Jun;164 (6):439-47.
13. Mills IW, McDermott IM, Ratliff DA. Prospective randomized controlled trial to compare skin staples and polypropylene for securing the mesh in inguinal hernia repair. Br J Surg. 1998 Jun;85(6):790-2.
14. Paganini AM, Lezoche E, Carle F, Carlei F, Favretti F, Feliciotti F, Gesuita R, Guerrieri M, Lomanto C, Nardovino M, Panti M, Ribichini P, Sarli L, Sottili M, Tamburini A, Taschieri A. A randomized, controlled, clinical study of laparoscopic vs open tension-free inguinal hernia repair. Surg Endosc. 1998 Jul;12(7):979-86.
15. Tanphiphat C, Tamprayoon T, Sangsubhan C, Chatamra K. Laparoscopic vs open inguinal hernia repair. A randomized, controlled trial. Surg Endosc. 1998 Jun;12(6):846-51.
16. Zieren J, Zieren HU, Jacobi CA, Wenger FA, Muller JM. Prospective randomized study comparing laparoscopic and open tension-free inguinal hernia repair with Shouldice’s operation. Am J Surg. 1998 Apr;175(4):330-3.
17. Champault GG, Rizk N, Catheline JM, Turner R, Boutelier P. Inguinal hernia repair: Totally preperitoneal laparoscopic approch versus Stoppa operation: randomized trial of 100 cases. Surg Laparosc Endosc. 1997 Dec;7(6):445-50.
18. Kald A, Anderberg B, Carlsson P, Park PO, Smedh K. Surgical outcome and cost-minimisation-analyses of laparoscopic and open hernia repair: a randomised prospective trial with one year follow up. Eur J Surg. 1997 Jul;163(7):505-10.
19. Liem MS, van der Graaf Y, van Steensel CJ, Boelhouwer RU, Clevers GJ, Meijer WS, stassen LP, Vente JP, Weidema WF, Schrijvers AJ, van Vroohoven TJ. Comparison of conventional anterior surgery and laparoscopic surgery fo inguinal –hernia repair. N Engl J Med. 1997 May 29;336(22):1541-7.
20. Heikkinen T, Haukipuro K, Leppala J, Hulkko A. Total costs of laparoscopic and lichtenstein inguinal hernia repairs: a randomized prospective study. Surg Laparosc Endosc. 1997 Feb;7(1):1-5.
21. Schrenk P, Woisetschlager R, Rieger R, Wayand W. Prospective randomized trial comparing postoperative pain and return to physical activity after transabdominal preperioneal, total preperioneal or Shouldice technique for inguinal hernia repair. Br J Surg. 1996 Nov;83(11):1563-6.
Er is ook gezocht via Ovid in Embase:
Inguinal hernia AND (absenteeism, retirement, sick leave, sick$ absence, employment record$, employment status, employment history, work history, work status, return to work, work absenteeism, work capacity, work ability, work disability, disability pension, job performance, job satisfaction, vocational guidance, rehabilitation, vocational, occupational rehabilitation, occupational health services, occupational medicine, occupational health, occupational physician$).
Als limieten werden aangegeven vanaf 1996, Engelstalige publicatie, human, priority journal and abstract.
Opbrengst: 35 artikelen waarvan 16 artikelen niet via PubMed/Medline werden gevonden. Hiervan hebben wij 8 artikelen geselecteerd op basis van de abstract.
22. Jones KR. Burney RE. Peterson M. Christy B. Return to work after inguinal hernia repair. (Journal: article) Surgery. Vol 129 (2) ( pp 128-135), 2001.
23. Bringman S. Ramel S. Nyberg B. Anderberg B. Introduction of herniorraphy with mesh plug and patch. (Journal: Article) European Journal of Surgery. Vol 166(4)(pp310-312), 2000.
24. Kawji R. Feichter A. Fuchsjager N. Kux M. Postoperative pain and return to activity after five different types of inguinal herniorrhaphy. (Journal: Article) Hernia. Vol 3(1)(pp31-35), 1999.
25. Hetzer FH. Hotz T. Steinke W. Schlumpf R. Decurtins M. Largiader F. Gold Standard for inguinal hernia repair in the day-care setting. (Journal: Article) Hernia. Vol 3(3)(pp117-120). 1999.
26. Callesen T. Klarskov B. Bech K. Kehlet H. Short convalescence after inguinal herniorraphy with standardised recommendations: Duration and reasons for delayed return to work. (Journal: Article) European Journal of Surgery. Vol 165(3)(pp236-241), 1999.
27. Kark AE. Kurzer MN. Belsham PA. Neumayer L. Three thousand one hundred seventy-five primary inguinal hernia repairs: Advantages of ambulatory open mesh repair using anesthesia. (Journal: Article) Journal of the American College of Surgeons. Vol 186 (4)(pp447-456), 1998.
28. Lawrence K. Doll H. McWhinnie D. Relationship between health status and postoperative return to work. (Journal: Article) Journal of Public Health Medicine. Vol 18(1)(pp49-53), 1996.
29. Sandbichler P. Draxl H. Gstir H. Fuchs H. Furtschegger A. Egender G. Steiner E. Laparoscopic repair of recurrent inguinal hernias. (Journal: Article) American Journal of Surgery. Vol 171 (3) (pp366-368), 1996.
Extra bekeken naar aanleiding van door u opgegeven literatuur, en niet gevonden via de verrichte literatuursearch:
30. EU Hernia Trialists Collaboration. Mesh compared with non-mesh methods of open groin hernia repair: systematic review of randomised controlled trials. BJS 2000;87:854-9.
31. EU Hernia Trialists Collaboration. Laparoscopic compared with open methods of groin hernia repair: systematic review of randomised controlled trials. BJS 2000;87:860-7Dit artikel won in 2003 de Zilveren Zeepkist. Meer informatie hierover en alle andere winnaars van de prijs vindt u in het bijbehorende dossier.
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
Best gewaardeerde docs
De Echte Coassistent
16-03-2011 |
De televisiereeks De Echte Coassistent volgt zes studenten geneeskunde tijdens hun coschappen in het Deventer Ziekenhuis. »»
Reacties: Plaats een reactie
Doc: Retourtje hiernamaals
15-03-2012 |
Retourtje hiernamaals is een documentaire over de veranderingen die mensen ondergaan nadat ze een bijna-dood- ervaring (BDE) hebben gehad. »»
Reacties: Plaats een reactie
Best gewaardeerde films
Film: Intouchables - Olivier Nakache, Eric Toledano
24-04-2012 |
Subliem acteerwerk in Intouchables, een op feiten gebaseerde film die bijna twintig miljoen Fransen naar de bioscoop trok. »»
Reacties: 2 reacties
Film: De goede dood - Wannie de Wijn
22-02-2012 |
‘Ik heb niks te maken met de dood. De dood is van jullie. Het sterven is van mij.’
Het klinkt hard, maar het komt er wel op neer voor de familie en vrienden van de ongeneeslijk zieke Bernhard, die besloten heeft om te sterven. »»
Reacties: Plaats een reactie



