MC 23 - Late hulp eigen schuld
| Publicatie | Nr. 23 - 03 juni 2002 |
|---|---|
| Jaargang | 2002 |
| Rubriek | Uitspraak Tuchtcollege |
Ook patiënten hebben hun verantwoordelijkheid. Daarop mogen en kunnen zij worden aangesproken. En meer dan vroeger gebeurt dat ook. Ook als zij, zoals in deze zaak, tegen een huisarts een klacht indienen vanwege problemen in de communicatie. Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg neemt in onderstaande zaak een duidelijk standpunt in: het is niet altijd de arts die te allen tijde vanuit zijn professionaliteit de communicatie zal moeten redden. De hulpvragende patiënt, die als onwetend en hulpeloos slachtoffer de hulpvraag mag uiten zoals dat hem goeddunkt en de arts daarbij niet zelden op een dwaalspoor brengt, krijgt bij het Centraal Tuchtcollege terecht nul op het rekest.
Wat was er aan de hand? Een patiënt belt tussen de middag de praktijk van zijn huisarts om deze direct te kunnen spreken. De man weigert de doktersassistente de reden van zijn verzoek te geven. De assistente belooft de huisarts te bellen en zegt toe hem zo spoedig mogelijk te zullen terugbellen. Veel geduld heeft de man echter niet, want hij opent direct een ander hulpverlenerslijntje naar zijn vroegere huisarts. Hier stuit hij op het antwoordapparaat, dat hem doorsluist naar de dokterscentrale. Nu meldt hij zijn klacht wel, een vastloper: níet kunnen plassen, wél aandrang en (naar later bleek) geen pijn. Ook hier wordt beloofd de (vroegere) huisarts te bellen.
De boze patiënt wordt heen en weer geslingerd tussen de verschillende adviezen van de huisartsen en wil niet langer wachten. Hij gaat - een dik halfuur na zijn eerste telefoontje - naar de Eerste Hulp, alwaar hij een katheter krijgt. Vijf dagen later wordt hij geopereerd aan een uretrastenose.
Het Regionaal Tuchtcollege was nog van mening dat de arts, door van een boze en eisende patiënt niet de direct de hulpvraag te verhelderen, in haar zorgplicht was tekortgeschoten. Het Centraal Tuchtcollege legde de schuld meer bij de patiënt zelf. De communicatie in de huisartsenpraktijk was weliswaar niet vlekkeloos geweest, maar de weigering van de patiënt om de assistente voldoende informatie te geven voor een inschatting van de gestelde spoedeisendheid, woog zwaarder. Ook bij de druk van een volle blaas. Zijn klacht werd derhalve alsnog ongegrond verklaard.
Met het komende artsentekort zullen patiënten nog duidelijker geïnformeerd moeten worden over de triagefunctie van de assistente en de doktersassistente over de belangrijkheid van haar functie.
B.V.M. Crul, huisarts
mr. W.P. Rijksen
Uitspraak Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg d.d. 26 februari 2002
Beslissing in de zaak van A, huisarts te B, wonende te C, appellante, raadsvrouw mr. A.M.P. Smilde, tegen D, wonende te E, verweerder in hoger beroep.
1. Verloop van de procedure
Verweerder in hoger beroep - hierna te noemen klager - heeft op 30 augustus 2000 bij het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam tegen appellante - hierna te noemen de huisarts - een klacht ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht doorgestuurd naar het bevoegde college, het Regionaal Tuchtcollege te Den Haag. Bij beslissing van 12 juni 2001 heeft dat College aan de huisarts de maatregel van waarschuwing opgelegd.
De huisarts is van die beslissing tijdig in hoger beroep gekomen. Klager heeft een verweerschrift in hoger beroep ingediend.
De zaak is in hoger beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal College van 10 januari 2002 waar zijn verschenen de huisarts, bijgestaan door mr. A.M.P. Smilde, verbonden aan de Stichting Rechtsbijstand Gezondheidszorg te Utrecht, en klager. Mr. Smilde heeft de zaak bepleit aan de hand van een pleitnota, die door haar is overgelegd.
2. De klacht
De klacht houdt - zakelijk weergegeven - in dat de huisarts op 18 augustus 2000 niet op een adequate wijze is ingegaan op de hulpvraag van klager, geen moeite heeft gedaan om de ernst van de situatie in te schatten en de hulpvraag volledig verkeerd heeft ingeschat.
3. Beslissing in eerste aanleg
Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn voormelde beslissing de volgende overwegingen ten grondslag gelegd.
Uit de stukken en ter zitting kwam naar voren dat de arts van haar assistente had vernomen dat klager die ochtend tweemaal had gebeld naar de praktijk en dat hij boos was geworden. Helaas heeft de arts de hulpvraag van klager als eisend in negatieve zin beoordeeld en dat heeft haar beperkt bij het beoordelen van de werkelijk hulpvraag. Naar het oordeel van het College hadden de twee dringende telefoontjes van klager, betrekking hebbende op een voor de arts onduidelijke hulpvraag, het feit dat hij zijn telefoonnummer had achtergelaten om teruggebeld te worden en zijn boosheid, voldoende redenen moeten zijn om klager direct te bellen.
Het argument van de arts om dit niet te doen omdat zij nog twee visites met enige snelheid moest afleggen maakt dit niet anders. Ter zitting verklaarde de arts immers dat de assistente haar niet had medegedeeld hoe laat deze patiënten hadden gebeld, noch waaruit de aard van de spoedeisendheid bleek.
Als tweede argument om klager niet direct terug te bellen noemde de arts ter zitting het feit dat klager haar vertrouwen had ondermijnd, omdat hij zijn klachten op een andere wijze presenteerde dan de waarheid. Ook dit verweer kan niet worden aanvaard. Van de arts mag worden verlangd dat zij zich ter wille van een goede individuele gezondheidszorg niet laat afleiden door bijkomende omstandigheden in de relationele sfeer, zeker niet wanneer deze zijn vernomen uit de tweede hand en niet van de patiënt zelf.
Kortom, er waren naar het oordeel van het College geen valide redenen om klager niet op zijn minst telefonisch te woord te staan, al was het maar kort en bedoeld om de aard en de ernst van de klachten te onderzoeken.
Gezien het voorgaande komt het College tot de conclusie dat de arts geen actief beleid heeft gevoerd om erachter te komen waarom klager tweemaal naar de praktijk had gebeld, onduidelijke klachten presenteerde en uiteindelijk boos is uitgevallen tegen de assistente. Bovendien heeft zij zich laten leiden door een niet-gefundeerde vooringenomenheid.
Met deze opstelling is de arts naar het oordeel van het College tekortgeschoten in haar zorgplicht die zij had dienen te betrachten ten opzichte van klager. Dergelijk handelen verdient een maatregel.
Het College zal volstaan met het opleggen van de lichtste maatregel. Daarbij heeft ook het volgende een rol gespeeld:
De arts heeft er blijk van gegeven in te zien dat de wijze waarop klager op de bewuste ochtend in haar de praktijk is behandeld, niet de juiste is. Zij heeft de klacht besproken met de twee andere huisartsen in de praktijk en de assistentes. Dit heeft ertoe geleid dat in het vervolg patiënten die erop aandringen c.q. eisen de arts te willen spreken, ook inderdaad adequaat worden doorgeleid naar de arts.
4. Vaststaande feiten en omstandigheden
Voor de beoordeling van het hoger beroep gaat het Centraal College uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Op 18 augustus 2000 heeft klager omstreeks 13.00 uur de praktijk van de huisarts gebeld met het verzoek de arts te spreken. Hij krijgt de praktijkassistente aan de lijn, die meldt dat de huisarts niet in de praktijk is. De assistente vraagt naar de aard van de klachten, maar klager wil die niet met de assistente bespreken en dringt aan op rechtstreeks contact met de huisarts. De assistente zegt daarop dat zij de huisarts zal opbellen, noteert het mobiele telefoonnummer van klager en zegt hem toe hem zo spoedig mogelijk terug te bellen.
Klager besluit dit niet af te wachten en belt met zijn vroegere huisarts in E, F. Ook deze blijkt niet te bereiken en een antwoordapparaat geeft het nummer van de dokterscentrale in E. Daarop belt klager met dat nummer en meldt desgevraagd zijn klachten, die inhouden dat hij moet plassen, maar het niet kan. De telefoniste noteert dan het mobiele nummer van klager, opdat F hem kan terugbellen.
Daarop belt klager opnieuw de praktijk van de huisarts. De assistente heeft de huisarts op dat moment - het is ongeveer vijf minuten na het eerste gesprek tussen klager en assistente - nog niet bereikt. Klager vraagt of hij de huisarts mobiel mag bellen, opdat hij haar zelf de aard van zijn klachten kan meedelen. De assistente laat dat niet toe, waarop klager haar vraagt: Hoe krijg je dan de dokter te spreken, moet je hartklachten hebben of zo?
De assistente zegt daarop toe direct de huisarts te bellen en zo gauw mogelijk klager te zullen terugbellen. De assistente heeft dan telefonisch contact met de huisarts, die besluit klager naar de praktijk te laten komen.
Terwijl klager daarop wacht, wordt hij teruggebeld door F, die hem adviseert naar de dichtstbijzijnde Eerste Hulp te gaan en daar aandacht te vragen voor zijn klachten.
Terstond daarna belt de assistente van de huisarts klager met het verzoek naar de praktijk te komen. Zij geeft aan zodra klager er is de huisarts te zullen oppiepen. De assistente ontraadt klager naar de Eerste Hulp te gaan zonder verwijzing.
Klager komt dan naar de praktijk van de huisarts. Hij arriveert daar kort na 13.35 uur. Het is niet komen vast te staan op welk moment klager voor het eerst de aard van zijn klachten aan de assistente heeft geopenbaard. Klager stelt dat hij dit tijdens het derde telefoongesprek met de assistente heeft gedaan. Volgens de huisarts gebeurde het toen klager op de praktijk kwam.
Op de praktijk aangekomen, meldt de assistente dat de huisarts meteen na haar visite bij een spoedeisende patiënt naar de praktijk zal komen. Zij kan niet aangeven hoe lang dat nog zal duren. Klager besluit dit niet af te wachten en begeeft zich alsnog naar de Eerste Hulp van het G- Ziekenhuis in H. De huisarts komt ongeveer een kwartier na het vertrek van klager op haar praktijk.
Op de Eerste Hulp wordt bij klager binnen tien minuten na aankomst een buikkatheter aangebracht. Op 23 augustus 2000 is hij door een uroloog geopereerd aan een vernauwing van de plasbuis.
5. Beoordeling van het hoger beroep
5.1. Voorop moet worden gesteld dat het op de weg ligt van een patiënt die aanspraak maakt op onmiddellijke, bij voorrang op anderen te verlenen, toegang tot de huisarts, in zijn contact met de praktijk van de huisarts de praktijkassistente een zodanige indicatie van zijn klachten te geven dat de huisarts in staat wordt gesteld een eerste inschatting te maken van de spoedeisendheid van de hulpvraag.
5.2. Klager heeft dit in ieder geval in de twee eerste telefoongesprekken nagelaten, ondanks het aandringen van de assistente. Dat de assistente daarop heeft volstaan de huisarts in te lichten over het verzoek van klager om de arts te spreken en klager heeft aangeraden naar de praktijk te komen, geeft geen blijk van onjuiste instructies van de zijde van de huisarts aan haar assistente, noch anderszins van een onjuiste of gebrekkige praktijkorganisatie.
5.3. Toen klager de aard van zijn klachten openbaarde - en gelet op de zeer snelle opeenvolging van gebeurtenissen kan in het midden blijven of dit tijdens het derde telefoongesprek of eerst na aankomst van klager op de praktijk is geweest - heeft de huisarts de afweging gemaakt dat de hulpvraag van klager niet zozeer spoedeisend was dat zij haar visite terstond moest afbreken om zich naar haar praktijk te begeven. Deze afweging was niet onverantwoord, mede in aanmerking nemend dat klager geen melding had gemaakt van hevige pijn en ter zitting in beroep ook heeft aangegeven niet zozeer pijn te hebben gehad.
5.4. Met het vorenstaande is geenszins gezegd dat de communicatie vanuit de praktijk van de huisarts met klager
vlekkeloos is verlopen en niet voor
verbetering vatbaar zou zijn geweest. De huisarts heeft ook niet zonder grond enige verbeteringen in de organisatie aangebracht. Het is echter in de eerste plaats de volharding van klager in zijn weigering inzicht te verschaffen in de aard en de ernst van zijn hulpvraag die in de weg heeft gestaan aan een behoorlijke eerste taxatie door de praktijkassistente van de ernst van klagers nood. Het zou te ver voeren om de huisarts ter zake een tuchtrechtelijk verwijt te maken ten aanzien van de door haar gegeven instructies, haar praktijkorganisatie, dan wel haar eigen uiteindelijke taxatie van de spoedeisendheid van de hulpvraag, die naar haar inschatting het afmaken van haar visite toeliet.
5.5. Het voorgaande betekent dat de klacht ongegrond is en de beslissing waarvan beroep moet worden vernietigd. Het Centraal Tuchtcollege acht aan het algemeen belang ontleende gronden aanwezig deze beslissing te publiceren op de voet van artikel 71 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
6.Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
vernietigt de beslissing waarvan hoger beroep;
verklaart de klacht ongegrond;
bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant, en zal worden aangeboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht en Medisch Contact met het verzoek tot plaatsing.
Deze beslissing is gegeven in Raadkamer door mr. R.A. Torrenga, voorzitter; mr. A.D.R.M. Boumans, mr. P.M. Brilman, leden-juristen; M.A.P.E.
Bulder-van Beers, E.C.M. Plag, leden-beroepsgenoten; mr. C.M.J. Wuisman-Jansen, secretaris, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 februari 2002, door mr. P. Neleman, in tegenwoordigheid van de secretaris. n
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
Best gewaardeerde docs
De Echte Coassistent
16-03-2011 |
De televisiereeks De Echte Coassistent volgt zes studenten geneeskunde tijdens hun coschappen in het Deventer Ziekenhuis. »»
Reacties: Plaats een reactie
Doc: Retourtje hiernamaals
15-03-2012 |
Retourtje hiernamaals is een documentaire over de veranderingen die mensen ondergaan nadat ze een bijna-dood- ervaring (BDE) hebben gehad. »»
Reacties: Plaats een reactie
Best gewaardeerde films
Film: Intouchables - Olivier Nakache, Eric Toledano
24-04-2012 |
Subliem acteerwerk in Intouchables, een op feiten gebaseerde film die bijna twintig miljoen Fransen naar de bioscoop trok. »»
Reacties: 2 reacties
Film: De goede dood - Wannie de Wijn
22-02-2012 |
‘Ik heb niks te maken met de dood. De dood is van jullie. Het sterven is van mij.’
Het klinkt hard, maar het komt er wel op neer voor de familie en vrienden van de ongeneeslijk zieke Bernhard, die besloten heeft om te sterven. »»
Reacties: Plaats een reactie



