Tropenarts in Tanzania - Van wit naar zwart
| Publicatie | Nr. 34 - 16 augustus 2002 |
|---|---|
| Jaargang | 2002 |
| Rubriek | Over de grens |
| Auteur | George P.A. Joosten |
De Witte Paters in de kerk van dit dorp zijn Zwarte Paters geworden. Recent werd een monumentje opgericht om deze overgang te markeren. ‘We thank the White Fathers 1897-2002, who brought us the faith’, staat er in het Kiswahili op te lezen. Je kunt het hier dus echt geen missiepost meer noemen en het ziekenhuis is geen missieziekenhuis meer. Trouwens, zwarte mannen kunnen best White Fathers worden, want deze ‘missionaries of Africa’ kregen hun bijnaam niet vanwege hun huidskleur maar vanwege de witte toog die zij droegen. Maar hier zijn ze weg en drie ‘gewone’ Tanzaniaanse priesters hebben de parochie met 25.000 zielen - verdeeld over 52 buitenstaties - overgenomen.
Eigenlijk is het ziekenhuis nog wél een missieziekenhuis, want het wordt draaiende gehouden door een Nederlandse zustercongregatie: De Zusters Onder de Bogen van Maastricht. Nog niet zo héél lang geleden zwaaiden zij de scepter in verschillende Nederlandse ziekenhuizen. Maar de zusters die hier nu het ‘missieziekenhuis’ draaien zijn van wit geleidelijk aan wat donkerder geworden. Zij komen uit Indonesië, waar de Zusters Onder de Bogen zich tijdig hebben vermenigvuldigd vóórdat de Nederlandse oudjes in Maastricht met een voldaan en gerust hart het licht uitdoen.
Je zou het ziekenhuis ook nog een missieziekenhuis kunnen noemen omdat er sinds 1968 steeds een of twee Nederlandse tropenartsen werken, allengs ondersteund door een steeds beter opgeleide lokale staf.
Inmiddels werken er twee assistant medical officers (AMO’s) die in principe alle medical emergencies het hoofd kunnen bieden, al zijn ze niet academisch opgeleid. Nog maar weinig academisch getrainde Tanzaniaanse artsen studeren af aan die ene medical school in de hoofdstad: plusminus 40 artsen per jaar is niet veel voor een land groter dan Frankrijk en met 30 miljoen inwoners. Bovendien willen zij niet in een achterafgebied werken en grijpen zij iedere kans aan om te worden bijgeschoold in het buitenland.
Twee pas gestarte medical schools kampen met een ontstellend gebrek aan teachers in the basic sciences.
Vóór die Nederlandse tropenartsen hier kunnen worden vervangen door enthousiaste lokale collegae, heeft Nederland er ineens genoeg van. Niet alleen de minister van Ontwikkelingssamenwerking stelt ingewikkelde vragen over het nut van die personele steun. Ook de grote, inmiddels uit slecht onderbouwde fusies ontstane medefinancieringsorganisaties, die uit de hand van de minister eten, maken bekend dat ze een concentratiebeleid gaan voeren en in een paar gemakkelijk via asfaltwegen bereikbare en al redelijk ontwikkelde gebieden hun steun grootschalig gaan voortzetten. Ons dorp valt daarbuiten want een evaluatiemissie naar deze plek kost handenvol overhead, zodat de jarenlange samenwerking snel moet worden afgebouwd of liever beëindigd. De argumenten die worden aangevoerd om deze stappen te rechtvaardigen hebben niets te maken met de behoefte hier, noch met de effectiviteit van de personele inzet, maar alleen met interne organisatorische en managementtechnische overwegingen van de medefinancieringsorganisaties zelf.
Het is inderdaad moeilijk om lokale positieve ontwikkelingen in de periferie van ontwikkelingslanden niet dood te gooien of te corrumperen met miljoenen euro’s. Het kost inderdaad veel overhead om positieve lokale ontwikkelingen te ondersteunen met kleine maar regelmatige bijdragen.
Het valt ook zeker niet mee om plekken te vinden waar Nederlandse deskundigen zinvol en bevredigend lokale initiatieven kunnen ondersteunen totdat ze het daar zelf even goed afkunnen. Dat kost ervaring, inzicht en doorzettingsvermogen, waarbij lang bestaande contacten moeten worden gekoesterd die (nog) niet met post, telefoon of e-mail alléén kunnen worden onderhouden.
Inderdaad is het hier geen missieziekenhuis meer. Het is een zelfstandig ziekenhuis met 5000 opnamen, 1500 bevallingen en 500 grote operaties, dat wordt gerund door de lokale kerk. Zoals ooit in Nederland de Antonius-, Franciscus-, Gerardus Majella- en Diakonessenziekenhuizen een gewaardeerde bijdrage aan de gezondheidszorg leverden en zijn meegegroeid met de nationale ontwikkelingen wat betreft overheidsfinanciering en verzekeringsbijdragen.
Van wit naar zwart, maar nog niet helemaal. Is er dan niemand in Nederland die die moderne charitasmanagers een halt kan toeroepen in hun haast zich terug te trekken uit plaatsen waar het inderdaad moeilijk is om hun efficiencycriteria te halen? De Nederlandse artsen worden hier niet opgevolgd per januari 2003. De grond wordt heet onder onze voeten. Wat moeten we zeggen? Dat er te weinig artsen zijn in Nederland? Dat de economische vooruitzichten zijn verslechterd?
Brieven
Van wit naar zwart, Guus Eskens, directeur Projecten Cordaid
Jezelf overbodig maken…(vgl "Van wit naar zwart" in Over de Grens, MC 34 )
Zoals George Joosten weet werden met dat doel al 40 jaar geleden de talrijke gezondheidswerkers door Memisa en Medicus Mundi ingezet vooral voor kennisoverdracht i.p.v. alleen ziekenzorg. Gelijktijdige investering van geld en mankracht in formeel (para)medisch onderwijs voorzag ook in een groeiend aantal gediplomeerde verpleegkundigen, verloskundigen , analisten, etc., beroepsgroepen, waarvoor nu nog zelden buitenlandse inzetten nodig zijn. Memisa sponsorde ook de medicijnenstudie in Europa t.b.v. specifieke ziekenhuizen in Indonesië en Afrika. Velen keerden echter niet naar eigen land terug en later werd studie alleen nog in eigen land of buurland gesponsord. Braindrain is slechts één voorbeeld van de vele obstakels op weg naar lokale capaciteitsopbouw. Overdracht van taken en functies aan lokaal gekwalificeerd kader verloopt niet onverdeeld soepel noch volgens een vast stramien of tijdspad. Per land, zelfs per streek en per beroepscategorie zijn specifieke prioritaire maatregelen nodig. En voor topkader (artsen, bedrijfskundigen) is het extra moeilijk. Dus bespreekt Cordaid (= fusie tussen Memisa, Bilance en Mensen in Nood) regelmatig met partnerorganisaties met welke soort steun problemen opgelost kunnen worden om ook lokaal topkader te krijgen. Cordaid zendt, indien nodig en dienstig voor dit doel, ook nog personeel uit.
Joosten noemt het Ndala ziekenhuis in Tanzania. Dit is, zoals Joosten ook zegt, geen missieziekenhuis meer. Het wordt al lang zelfstandig beheerd door een Tanzaniaans bisdom. Zusters en artsen (ook expatriates) zijn dus in lokale dienst en dáár ligt dus ook de primaire verantwoordelijkheid voor personeelsbeleid en niet meer bij missionaire- of hulporganisaties. Memisa ondersteunde het ziekenhuis, o.m met personeel, al 35 jaar. Terwijl al voor vrijwel alle functies Tanzaniaans personeel in dienst is, stagneert de recrutering van artsen ondanks wederzijdse inspanningen.Voor duurzame oplossingen moet samen met het Tanzaniaanse bisdom weloverwogen uit diverse alternatieven gekozen worden. Immers: het lokaal salaris voor de uitgezondene moge hetzelfde zijn als voor de Tanzaniaanse arts maar er komen wél € 55.000 aan uitzendkosten per jaar bij (gelijk aan de helft van àlle overige salariskosten van Ndala)! Vandáár alleen al de vraag naar verantwoorde alternatieven voorde inzet van buitenlands personeel.
Verzelfstandiging als doelstelling ontstond dus niet door de fusie van Cordaid maar werd er hooguit door versterkt. In 1997 was al serieus overlegd over recrutering van vervangend lokaal kader. Recent is besloten tot een door Cordaid te ondersteunen personeelsontwikkelingsplan voor de lange termijn. Dit omvat o.m. inzet van nog enkele Nederlandse artsen, zodat hun medical assistants met gedoneerde studiebeurzen kunnen worden bijgeschoold. De ondersteuning is daarmee dus (mogelijk al vóór de publicatie van Joosten) verlengd tot 2006, waarna het functioneren naar verwachting ook zonder de inzet van buitenlandse artsen kan worden gewaarborgd.
Over optimalisering van ondersteuning tracht Cordaid, ook langs deze weg, beter te communiceren met alle betrokken andere partijen.
27 september 2002
Guus Eskens
Directeur Projecten Cordaid.
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
Best gewaardeerde docs
De Echte Coassistent
16-03-2011 |
De televisiereeks De Echte Coassistent volgt zes studenten geneeskunde tijdens hun coschappen in het Deventer Ziekenhuis. »»
Reacties: Plaats een reactie
Doc: Retourtje hiernamaals
15-03-2012 |
Retourtje hiernamaals is een documentaire over de veranderingen die mensen ondergaan nadat ze een bijna-dood- ervaring (BDE) hebben gehad. »»
Reacties: Plaats een reactie
Best gewaardeerde films
Film: Intouchables - Olivier Nakache, Eric Toledano
24-04-2012 |
Subliem acteerwerk in Intouchables, een op feiten gebaseerde film die bijna twintig miljoen Fransen naar de bioscoop trok. »»
Reacties: 2 reacties
Film: De goede dood - Wannie de Wijn
22-02-2012 |
‘Ik heb niks te maken met de dood. De dood is van jullie. Het sterven is van mij.’
Het klinkt hard, maar het komt er wel op neer voor de familie en vrienden van de ongeneeslijk zieke Bernhard, die besloten heeft om te sterven. »»
Reacties: Plaats een reactie



