U bent nu hier:

Spoed

Publicatie Nr. 39 - 24 september 2002
Jaargang 2002
Rubriek Praktijkperikel

Het heeft altijd iets fascinerends, de oproep voor een medemens in nood. Is dit niet het wezenlijke van de geneeskunde, de diepe wens van ieder die ooit arts wilde worden? Klaarstaan voor die medemens, hulp bieden, de dood te snel af zijn. Het zijn oergevoelens, rudimentair in ieder mens aanwezig, getuige de grote aandacht die ongevallen altijd in de pers krijgen. Er hoeft maar ‘iets’ te gebeuren of alles rukt uit en er worden crisiscentra ingericht. Niets is te dol, het geeft niet wat het kost. Tijd verliezen mag niet als iedere seconde telt en blauwe lichten zijn nooit snel genoeg. Maar gelukkig kun je ook door de lucht.


We zaten net rustig koffie te drinken in de praktijk en ineens ging de telefoon. Iemand had zich met een kettingzaag aan zijn arm verwond. 112 was al gebeld, maar de patiënt voelde zich niet goed. Dan toch maar even de huisarts bellen. Nu was dit ongeval ongeveer honderd meter van mijn praktijk gebeurd en ik was dus zeer snel ter plaatse (responsetijd 30 seconden).
Ik trof een aantal onthutste buurtbewoners aan en een man die een wond had aan zijn linkerbovenarm. Zo te zien had hij geluk gehad: een gapende wond in de huid van de bovenarm, met daaronder een ongeschonden deel van de biceps. De kettingzaag was er kennelijk net langs geschampt. Ik voelde een krachtige pols en de hand bewoog verder goed. Hij was wat zweterig en trillerig van de schrik.


Ik had nog niet gezegd: ‘Wat mij betreft zouden we hem eerst naar mijn praktijk kunnen brengen’, of twee politieauto’s met loeiende sirenes, dertig seconden later gevolgd door een motoragent, scheurden de straat in.
Het geluid van de sirenes was nog niet verstomd of er klonk geratel in de lucht. Nee maar!! Zowaar een traumahelikopter, het leek wel of ik midden in een filmset stond. ‘Die kunnen we wat mij betreft wel afbellen’, zei ik nog verbaasd, terwijl de helikopter op het plantsoentje voor mijn praktijk landde. Twee mannen met rugzakken als bergbeklimmers sprongen uit de helikopter en stormden in onze richting met een gretigheid alsof het lustige minnaars waren.
Weer sirenes, dit keer een ambulance, na tien seconden gevolgd door een tweede. De eerst bergbeklimmer was inmiddels bij me. Hij stelde zich voor als collega-anesthesist. Ik vertelde dat het allemaal wat minder ernstig was dan zij kennelijk uit de melding hadden begrepen en dat het om een stevige huidverwonding ging. De collega keek en onderzocht. ‘Gelijk maar een naaldje?’, vroeg een ambulancebroeder terloops. ‘Ja, ja, doe maar.’
Ik begreep dat mijn rol in dit spektakelstuk was uitgespeeld en nam afscheid van mijn, voor deze situatie gespecialiseerde en getrainde, collega.


Teruglopend naar de praktijk telde ik zeven politiemensen, die wat afwachtend bij hun voertuigen stonden. Ik moest denken aan die keer dat ik tevergeefs de politie had gebeld wegens een poging tot diefstal van mijn auto, waarbij er dermate veel schade was aangericht dat de auto nooit meer zou kunnen rijden. Geen personeel en niet belangrijk genoeg, was het antwoord. Hier stonden er zeven gewoon niets te doen.
Vijf verpleegkundigen stonden om het slachtoffer heen. Ik mocht willen dat ik zulke snelle en gretige verzorging zou kunnen krijgen voor een vereenzaamde en verwaarloosde bejaarde. Met dit personeelsaanbod zouden er geen wachtlijsten zijn.


Jaloers keek ik naar de helikopter. Zou dat niet wat voor onze doktersdienst zijn? Stom, ik had moeten vragen om een rondvlucht.

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd