U bent nu hier:

Uit de oude doos

Publicatie Nr. 43 - 22 oktober 2002
Jaargang 2002
Rubriek Praktijkperikel

Even als nu, was het ook in 1972 vaak een ramp om iemand in een ziekenhuis opgenomen te krijgen. Voor zeven praktijken waarnemend, werd ik op een vroege zondagmorgen door de politie gebeld. Er liep een gestoorde man rond met een bijl, waarmee hij het raam van zijn buurman had ingeslagen. Of ik maar even wilde gaan kijken.
De betreffende straat bestond uit nette twee-onder-een-kapwoningen met ruime voortuinen. Ik parkeerde achter een politieauto en stapte uit. De twee jonge agenten in de auto deden hetzelfde en lichtten mij in: de man had zich mateloos opgewonden over een door zijn buurman aangelegde prikkeldraadafzetting tussen de twee voortuinen, waaraan hij zijn broek had gescheurd.De agenten durfden niet met mij mee te gaan naar binnen.
In de huiskamer waren twaalf mensen aanwezig. Aan de tafel zat een zware man van een jaar of vijftig in zijn hemd. Naast zich zijn vrouw en vóór zich een glas bier plus een glas jenever. Nog voor ik hem een hand had kunnen geven, bulderde hij mij toe: ‘Kom je me gvd weer opsluiten, kwakzalver?’ Dat ‘weer’ sloeg nergens op, want ik had hem nooit eerder gezien.
Ik gaf geen antwoord, stuurde iedereen behalve zijn vrouw de kamer uit, en ging zitten. In mijn tas had ik als sedativum alleen ampullen Librium van 75 mg. Lang niet rustig vanbinnen, zocht ik naar een plan om hem daarvan één ingespoten te krijgen, zonder een klap te krijgen met de nog op tafel liggende bijl.
Toen ik het tragisch vertrokken gezicht van de man zag, kreeg ik een idee. ‘Ik zie dat u zware hoofdpijn hebt’, zei ik. De man sloeg met zijn hand dreunend op de tafel. ‘Dat heeft nog geen dokter ooit tegen mij gezegd, gvd. Ik heb al jaren barstende hoofdpijn! Maar daar laten ze me maar mee lopen!’
‘Dan zal ik u daar voor dit ogenblik van afhelpen,’ zei ik, ‘maar dat kan alleen met een injectie.’ In een soort Befehls-automatie legde hij zijn blote arm voor mij op tafel. ‘Spuit maar op, dokter’, zei hij. Geholpen door zijn vrouw en een dochter kreeg ik hem in bed. Hij verzette zich niet. Toen de Librium voor driekwart in de vena cubiti was verdwenen, begon hij weg te suffen, en toen alles erin zat, sliep hij vredig. Ik hoorde toen dat hij al eerder in een inrichting had gezeten vanwege paranoïde agressie. ‘Ik zal proberen hem te laten opnemen,’ zei ik tegen zijn vrouw en dochter, ‘want die injectie is over een paar uur uitgewerkt.’ 
Thuis zat ik van 10 tot 12.20 uur op mijn geheime nummer te telefoneren - terwijl de boodschappen uit de zeven praktijken zich via het gewone nummer opstapelden - maar ik kreeg overal nul op het rekest, zelfs bij de inrichting waar hij eerder opgenomen was geweest.
Om 13.30 uur belde de politie: de man liep weer rond met zijn bijl. Of ik weer even wilde komen. ‘Nee wachtmeester,’ zei ik, ‘ik zie geen kans hem nog een keer voor de gek te houden. Stop hem maar in jullie comfortabelste cel. Ik stuur morgenochtend zijn eigen huisarts wel langs.’

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd