U bent nu hier:

Nederland is goed in donorpreventie

Publicatie Nr. 32/33 - 05 augustus 2003
Jaargang 2003
Auteur Erwin J.O. Kompanje

Kritische kanttekening bij onderzoek naar donorpotentieel


Het NIVEL concludeerde na een vergelijkend onderzoek in tien Europese landen dat door het geringe aantal verkeersslachtoffers het aantal orgaandonoren in Nederland lager is dan elders. De vergelijkingen tussen de landen moeten echter met de nodige voorbehouden worden omgeven.


Op 9 mei 2003 vroeg de staatssecretaris van VWS, drs. Clémence Ross-van Dorp, aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal aandacht voor de uitkomsten van een door het NIVEL in opdracht van VWS uitgevoerd onderzoek naar het potentieel aan postmortale orgaandonoren in Nederland en negen andere Europese landen. Deze studie is in maart 2003 door het NIVEL, het Nederlands Instituut voor onderzoek van de Gezondheidszorg, gepubliceerd.1 De belangrijkste conclusies zijn dat Nederland een van de laagste aantallen orgaandonoren per miljoen inwoners heeft en het laagste donorpotentieel, dat wil zeggen het laagste aantal overledenen dat geschikt is als orgaandonor (zie figuur).
De onderzoekers wijten dit vooral aan het lage aantal dodelijke verkeersslachtoffers in Nederland. Op het gebied van donorefficiency behoort Nederland volgens de onderzoekers tot de middenmoot in West-Europa. Met de resultaten van de studie laten de onderzoekers fraai zien dat vergelijkingen met andere landen (zoals ‘Spanje en België doen het goed’ en ‘Nederland doet het slecht’) niet zonder meer te maken zijn. De uitkomsten zijn echter niet verrassend en waren al jaren geleden voorspeld.2 Daarnaast kunnen kritische kanttekeningen bij de uitkomsten van het onderzoek worden geplaatst.


Donorpotentieel
De onderzoekers berekenden het donorpotentieel aan de hand van het aantal personen per miljoen inwoners dat overlijdt aan een sterftecategorie die relevant is voor orgaandonatie. Zij beogen een analyse van het potentieel aan heartbeating (hersendode) en aan non-heartbeating (doodverklaard na een circulatiestilstand), maar eigenlijk richten ze zich alleen op de doodsoorzaken en getallen van heartbeating-donoren.
Voor postmortale orgaandonatie stelden zij als relevante sterftecategorieën: cerebrovasculair accident, verkeersongeval en ongespecificeerd ongeval (inclusief suïcide). Gebaseerd op deze drie doodsoorzaken komen zij voor Nederland op een potentieel (leeftijd 0-64 jaar) van circa 2500 donoren (uitgaande van een bevolkingsaantal in de leeftijd van 0-64 jaar van circa 14 miljoen), met een verdeling in circa 1100 CVA-patiënten, circa 800 verkeersdoden en circa 600 doden door een ongespecificeerd ongeval.


Ruwe cijfers
Het is echter incorrect en voor leken en niet direct bij de donatiepraktijk betrokken beleidsmakers verwarrend om deze ruwe cijfers te gebruiken om het potentieel aan postmortale hersendode orgaandonoren te bepalen. De meesten van de 2500 overledenen worden immers niet doodverklaard op een intensive care-afdeling na vaststelling van de hersendood en kunnen dus geen orgaandonor worden. Het feitelijke aantal mogelijke donoren is vele malen kleiner. Dit gaat uiteraard in beginsel op voor de meeste Europese landen die in de NIVEL-studie zijn betrokken. Maar er zijn ook belangrijke verschillen in de organisatie van opvang en behandeling van (verkeers)ongevalpatiënten en de behandeling van patiënten met een CVA in de verschillende landen, hetgeen ongecorrigeerde vergelijking tussen landen moeizaam maakt. Dit dient men altijd in het achterhoofd te houden. In Nederland heeft de preventie van ongevallen en de acute neurologische en neurotraumatologische zorg een hoog niveau bereikt. Dit is uiteraard een goede zaak, maar de consequentie is wel dat er steeds minder hersendode orgaandonoren ‘ontstaan’. Nederland is goed in ‘donorpreventie’; andere Europese landen zijn dat veel minder.


Cerebrovasculair accident
Onder de verzamelnaam cerebrovasculair accident (CVA) vallen verschillende aandoeningen, zoals het onbloedige
herseninfarct, de hersenbloeding en de subarachnoïdale bloeding. Ruim 80 procent van de CVA’s bestaat uit onbloedige herseninfarcten, ruim 10 procent uit hersenbloedingen, 4 procent uit subarachnoïdale bloedingen (SAB), en het overige percentage betreft ongespecificeerde aandoeningen. Vrijwel alle hersendode orgaandonoren met als doodsoorzaak CVA overlijden aan de gevolgen van een SAB of intracerebrale bloeding, zeer zelden na een herseninfarct. Dus zal men voor een realistische schatting van het donorpotentieel in alle onderzochte landen moeten kijken naar het aantal patiënten dat overlijdt na een SAB en eventueel na een intracerebrale bloeding. Men zal in ieder geval het overgrote deel van de overledenen na een herseninfarct moeten uitsluiten.
Door allerlei al eerder genoemde redenen overlijden steeds minder patiënten na een SAB, een van de redenen voor het ‘uitsterven’ van de hersendood.3 Het door NIVEL genoemde percentage zal voor een realistische schatting van het potentieel aan orgaandonoren zeker met tweederde tot de helft naar beneden moeten worden bijgesteld.


Niet geschikt
Hetzelfde valt op te merken over het aantal verkeersdoden. Tussen 50 en 60 procent van de verkeersdoden overlijdt op de plaats van het ongeval, bereikt dus nooit levend het ziekenhuis en is daarom niet geschikt als postmortale orgaandonor. Verder kan worden aangenomen dat van de patiënten die na een verkeersongeval levend het ziekenhuis bereiken en vervolgens overlijden, een kwart tot eenderde overlijdt aan ernstig schedelhersenletsel, en dan niet in alle gevallen na de vaststelling van de hersendood, en ook niet allen in de eerste dagen na het ongeval (waarin hersendood doorgaans ontstaat). De door NIVEL voor Nederland genoemde 800 verkeersdoden zullen voor een schatting van het werkelijke potentieel minimaal met viervijfde naar beneden moeten worden bijgesteld. Deze bijstelling geldt uiteraard ook min of meer voor de negen andere landen. De meest ernstige traumatische schedelhersenletsels ontstaan na een verkeersongeval en minder na ‘andere’ ongevallen. Het is moeilijk om een realistische schatting te maken van het aantal patiënten dat na een (niet-verkeers)ongeval overlijdt na vaststelling van de hersendood.
Circa 10 procent van de hersendode orgaandonoren wordt doodverklaard
na een postanoxische encephalopathie, meestal na een te laat opgestarte reanimatie na een primaire circulatiestilstand. Helaas hebben de onderzoekers van het NIVEL deze categorie niet meegewogen in hun onderzoek.


Verwarring
Het is verwarrend dat de onderzoekers heartbeating (hersendode) en non-heartbeating (na een circulatiestilstand doodverklaarde) donoren door elkaar gebruiken bij hun analyse. Verder stellen zij onterecht dat non-heartbeating-donoren aan dezelfde doodsoorzaken (dus CVA en (verkeers)ongeval) overlijden als heartbeating-donoren. Uit eerder onderzoek van onder andere de Universiteit van Maastricht bleek dat ruim 80 procent van de non-heartbeating-donoren overleed na een mislukte reanimatie na een circulatiestilstand (Maastricht categorie 2). Ook in het buitenland wordt de non-heartbeating-nierdonor vooral aangetroffen op spoedeisende-hulpafdelingen en doodverklaard na een mislukte reanimatie. Het potentieel aan non-heartbeating-donoren na een mislukte reanimatie na een primaire circulatiestilstand kan in alle West-Europese landen aanzienlijk zijn, maar helaas hebben de onderzoekers dit aspect niet in hun analyse van het donorpotentieel meegenomen. Een dergelijke analyse zou een belangrijke bron aan postmortale nierdonoren laten zien en zou een zinvolle toevoeging voor de bepaling van het donorpotentieel kunnen zijn geweest.


Hoger niveau
In haar brief aan de Tweede Kamer spreekt VWS-staatssecretaris Ross-van Dorp de wens uit dat het onderzoek
van het NIVEL wordt betrokken bij de tussenrapportage van de tweede evaluatie van de Wet op de orgaandonatie. Hopelijk wordt bij de evaluatie van een meer naar de werkelijke praktijk bijgestelde analyse dan de vrij grove analyse van het NIVEL uitgegaan. In bijgestelde versie zal de donorefficiency in Nederland (en ook in andere landen) naar een hoger niveau kunnen worden getild, hetgeen meer recht zou doen aan de inspanningen van welwillende artsen en verpleegkundigen in de praktijk. Een gedegen analyse van het potentieel aan non-heartbeating-nier- (en lever-) donoren in Nederland (en eventueel andere Europese landen) zou uiterst zinvol zijn. Gelukkig kunnen beleidsmakers sinds juni ook beschikken over een uitstekend rapport van de Gezondheidsraad, dat zich richt op de mogelijkheden van non-heartbeating-donatie en donatie bij leven.4


dr. E.J.O. Kompanje,
klinisch ethicus


Correspondentieadres: dr. Erwin J.O. Kompanje, afdeling Neurochirurgie, Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, e-mail: e.j.o.kompanje@erasmusmc.nl


SAMENVATTING
l In opdracht van het ministerie van VWS onderzocht het NIVEL het donorpotentieel en de doeltreffendheid van het verkrijgen van donororganen in Nederland en negen andere Europese landen.
l De onderzoekers zijn uitgegaan van de doodsoorzaken van hersendode orgaandonoren: CVA, verkeersongeval en ongeval (inclusief suïcide).
l Helaas zijn de gebruikte cijfers niet gefilterd, waardoor een vertekend beeld van het donorpotentieel is ontstaan.
l Daarnaast is het altijd moeizaam om landen op dit punt te vergelijken, daar preventie en behandeling per land sterk verschillen.
l Een ander punt van kritiek is dat de onderzoekers het potentieel aan non-heartbeating-donoren niet hebben onderzocht, terwijl die groep tegenwoordig een belangrijk percentage van de postmortale nierdonoren kan vormen.



Referenties
1. Coppen R, Marquet RL, Friele RD. Het donorpotentieel. Een vergelijking van het donorpotentieel in Nederland en negen andere West-Europese landen. Utrecht: Nivel 2003.
2. Kompanje EJO. Geven en nemen. De praktijk van postmortale orgaandonatie. Een kritische beschouwing. Proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam, 1999.  3. Kompanje EJO. Uitstervende hersendood. Minder mensen overlijden aan subarachnoïdale bloeding. Medisch Contact 57 (44): 1615-7.  4. Nieuwe wegen naar orgaandonatie. Den Haag: Gezondheidsraad, 2003; publicatie nr 2003/01.






Links:


MC-Artikelen:
Kompanje EJO. Uitstervende hersendood. Minder mensen overlijden aan subarachnoïdale bloeding. Medisch Contact 57 (44): 1615-7.
MC-dossier:
MC-dossier Orgaandonatie

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd