U bent nu hier:

Op losse schroeven

Publicatie Nr. 50 - 09 december 2003
Jaargang 2003
Auteur Maurice de Valk

Arbozorg - met onderaan een reactie van de NVAB

Verplichte aansluiting bij arbodienst vervalt waarschijnlijk

In ons land zijn bedrijven sinds 1996 verplicht zich aan te sluiten bij een arbodienst. Dit gaat veel te ver, vindt het Europese Hof. Hoe een bedrijf zijn kerntaken regelt, is de verantwoordelijkheid van dat bedrijf zelf. Moet de bedrijfsarts in de toekomst uitsluitend vanuit een arbodienst blijven werken of net als in andere landen als medisch specialist?

Maurice de Valk


De specialisatie tot bedrijfsarts: arts voor arbeid en gezondheid, valt als tak van de sociale geneeskunde binnen de BIG-registratie. Deze specialisten kunnen door vroege opsporing van arbeidsrelevante aandoeningen effectieve interventies realiseren; ook kunnen zij door de risico’s op de werkplek te analyseren, werkgevers en werknemers adviseren over preventieve maatregelen. De doelstellingen van het specialisme zijn vastgelegd in de Arbo-wet.
Sedert 1996 is het in Nederland verplicht dat werkenden bij een arbodienst zijn aangesloten. Alle Nederlandse werknemers hebben nu dan ook naast een ‘eigen’ huisarts een ‘eigen’ bedrijfsarts: internationaal gezien een unicum.
Binnenkort mag de bedrijfsarts zelfstandig verwijzen naar een klinisch specialist. Met de komst van de Wet verbetering poortwachter vorig jaar, is er intensiever contact ontstaan tussen bedrijfsartsen en diverse medische disciplines.


Europese context
De specialisatie tot bedrijfsarts is geborgd in een vijfjarige opleiding. Deze opleiding werd in 1992 verlengd van twee naar vier jaar vanwege de Europese regelgeving die bepaalde dat alle landen een gelijke opleidingsduur zouden moeten hebben, vooral met de bedoeling om de bedrijfsarts Europees uitwisselbaar te maken. Er zijn echter in Europa nieuwe ontwikkelingen gaande in het vak van bedrijfsarts. De opleidingsduur van vier jaar op Europese grondslag lijkt daarom niet (meer) te handhaven te zijn.
Niet alleen de opleidingsduur van vier jaar, maar zelfs de opleiding tot bedrijfsarts op zich staat in de Europese context ter discussie, vooral vanwege recente ontwikkelingen in Frankrijk. In Frankrijk is de specialisatie tot bedrijfsarts: médecin du travail, sinds juni 2003 niet meer mogelijk. De médecin du travail is daarmee verdwenen als specialisme. Na een 45-jarig bestaan en met dezelfde wettelijke basis als in Nederland.
Het is daarnaast ook nog onduidelijk hoe de nieuwe Europese lidstaten de opleidingseisen hebben geformuleerd en wat daar de duur is. Vooralsnog is dit bij geen enkele nieuwe lidstaat vier jaar, zoals bij ons.
Het lijkt evident dat een en ander op kortere of langere termijn consequenties zal hebben voor de bedrijfsarts in ons land: voor de specialisatie, voor de inhoud van het vak en voor de opleidingsduur. Gelijke monniken, gelijke kappen ...
In Europa zijn het nog steeds de grote landen die de kleine landen hun wil opleggen en die in Brussel het beleid van de EU grotendeels bepalen, in financieel én in sociaal-economisch opzicht. Zou het daarom niet verstandig zijn dan maar zelf het initiatief te nemen om de opleiding te verkorten naar de oorspronkelijke twee jaar? Daarmee lopen we in Europa in elk geval niet uit de pas.
Het is inmiddels nauwelijks meer staande te houden dat de opleiding op Europese grondslag vier jaar zou moeten zijn.


Op afstand
In ons land staat met een recente uitspraak van het Europese Hof in Straatsburg de verplichte aansluiting bij een arbodienst momenteel op losse schroeven. Die verplichte aansluiting komt waarschijnlijk per 1 januari 2004 te vervallen. Deze uitspraak werd afgedwongen door enkele multinationaal opererende Nederlandse bedrijven, die zich al een tijd lang afvragen waarom de verplichte aansluiting bij een gecertificeerde arbodienst wel geldt voor hun vestigingen in Nederland en niet voor de vestigingen in andere Europese landen.
De strekking van de uitspraak is dat Nederland zich onttrekt aan de Europese afspraken om met een deskundige dienst op afstand voor bedrijfsgeneeskundige taken een contract aan te gaan. De
uitvoering van alle bedrijfsgeneeskundige taken - aanstellingskeuringen, periodieke bedrijfsgeneeskundige onderzoeken (PAGO en PBGO), arbeidsomstandighedenspreekuur (AOS), risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en bedrijfshulpverlening - is primair de taak van de bedrijven zélf; het inhuren van deskundigheid is primair de verantwoordelijkheid van de bedrijven zelf en kan bij een (interne of externe) arbodienst worden ondergebracht. Bijzonder interessant is dat volgens het Hof verzuimbeheersing - een taak waarop in Nederland het accent is komen te liggen bij de arbodienstverlening in de afgelopen jaren - niet bij de verplichte bedrijfsgeneeskundige taken hoort.
De verplichting voor alle bedrijven om zich aan te sluiten bij een gecertificeerde arbodienst, zoals in ons land sedert 1996 het geval is, gaat volgens het Europese Hof veel te ver. Hoe een bedrijf zijn kerntaken regelt, is immers de verantwoordelijkheid van het bedrijf zelf. Dus als een bedrijf bijvoorbeeld de kerntaken de RI&E en de bedrijfshulp-
verlening zelf uitvoert en alleen een bedrijfsarts inhuurt voor aanstellingskeuringen, preventieve spreekuren en PAGO, voldoet dit bedrijf naar Europese maatstaven aan alle verplichtingen. Het is natuurlijk niet verboden om meer te doen en meer deskundigheid in te huren, maar wettelijk gezien is dit zeker niet noodzakelijk. In de landen om ons heen kent men de Arbo-wet niet en is zoals gezegd de verplichte aansluiting niet geregeld zoals bij ons. In Engeland bijvoorbeeld, is maar 6 procent van alle bedrijven aangesloten. In Italië is er geen enkele verplichte aansluiting en werken de bedrijfsartsen los van het bedrijf onafhankelijk in maatschapsverband.


Rekenschap
Het verdient aanbeveling dat de beroepsvereniging voor bedrijfsartsen, de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), zich rekenschap geeft van deze ontwikkelingen. Een paradigmaverschuiving van de bedrijfsarts als arts bij een arbodienst naar de bedrijfsarts als zelfstandig werkend specialist is daarbij een belangrijke voorwaarde.
De vraag rijst hoe de beroepsvereniging de toekomst van de Nederlandse bedrijfsarts ziet. Moet de bedrijfsarts uitsluitend vanuit een arbodienst blijven werken, of kan hij net als in andere
landen als zelfstandig medisch specialist - bijvoorbeeld vanuit een maatschapverband, in een Eerstelijnsgezondheidscentrum (samen met de huisarts) of wellicht in de polikliniek van een ziekenhuis - zijn specialistische kennis in de praktijk brengen?
De bedrijfsarts eenzijdig inzetten bij ziekteverzuimbestrijding (poortwachteren) binnen de muren van een arbodienst, is in dit kader een zwaktebod en een verspilling van dure specialistische kennis. Duurzame reïntegratie en het voorkomen van arbeidsrelevante aandoeningen (primaire en secundaire
preventie) blijven nog steeds veruit de belangrijkste taken van de bedrijfsarts.
Echter, hoe en waar en met wie de bedrijfsarts dit specialistisch werk verricht, kan op vele manieren gestalte krijgen en behoeft zeker niet per definitie binnen de poorten van een arbodienst te gebeuren. Daarmee stel ik tegelijkertijd vast dat de arbodienst in zijn huidige vorm wel eens zijn langste tijd kan hebben gehad. n


M.M.A. de Valk,
bedrijfsarts, directeur Adviesgroep Intermedic, voorzitter IFOH en StGW



Correspondentieadres: m.s.v@planet.nl


Referenties
lValk MMA de. De bedijfsgezondheidzorg in Frankrijk. Medisch Contact 1991; 46 (33/34): 948-50.  l International Forum for Organizational Health (www.ifoh.nl).  ( Stichting Gezond Werk en Economisch Welzijn (www.stgw.nl).  l Julius Centrum, Afdeling Public Health, Academisch Ziekenhuis Utrecht.  l Europese richtlijnen voor deskundige diensten van de Europese Commissie.  l Het Europese Hof te Straatsburg.  l Ministère du Travail, France.  l British Society of Occupational Medicine.


SAMENVATTING
l In ons land zijn bedrijven sinds 1996 verplicht zich aan te sluiten bij een arbodienst.
l Het Europese Hof vindt dat dit te ver gaat. Hoe een bedrijf zijn (bedrijfsgezondheid) kerntaken regelt, is de verantwoordelijkheid van dat bedrijf.
l De bedrijfsarts als medisch specialist is in ons land een nieuw fenomeen.
l Dat de bedrijfsarts in de toekomst uitsluitend vanuit een arbodienst zal blijven werken lijkt onwaarschijnlijk.
l Het lijkt waarschijnlijker dat de bedrijfsarts net als in andere landen als medisch specialist in maatschapverband zal gaan werken.
l Er is ook een scenario denkbaar dat het hele specialisme - net als in Frankrijk - verdwijnt.


Reactie van de NVAB
‘We blijven kritisch over de beste setting’
Collega De Valk vraagt de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) een standpunt in te nemen over de toekomstige positie van de bedrijfsarts. Is deze voornamelijk werkzaam bij arbodiensten, of, zoals in de meeste andere landen, als zelfstandig werkend specialist? Als belangrijkste aanleiding voor zijn vraag, noemt De Valk de uitspraak van het Europese Hof dat Nederland uit de (Europese) pas loopt met de voor alle bedrijven verplichte aansluiting, voor preventieve diensten, bij een arbodienst.


Afweging
Het bestuur van de NVAB kijkt kritisch naar deze ontwikkelingen en weegt ze af tegen de huidige voor- en nadelen voor de positie van onze leden die zowel bij een arbodienst als zelfstandig werken. Uitgangspunt voor onze visie is de afweging in welke omgeving of setting de bedrijfsarts het best zijn zorg (dat wil zeggen voorkómen van gezondheidsschade in relatie tot het werk en behoud van arbeidsgeschiktheid) aan werknemers kan bieden en of daarbij zijn professionele autonomie voldoende is gewaarborgd. Een belangrijk voorbeeld van het laatste is of de bedrijfsarts binnen de arbodienst volgens de richtlijnen van de NVAB kan werken.
Op de adviesaanvraag van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aan de Sociaal-Economische Raad over het uiteentrekken van verzuim- en preventietaken (de splitsnota) wees de NVAB in een eerdere reactie op het risico dat dan niet meer geborgd is dat preventie van arbeidsongeschiktheid en behoud van arbeidsgeschiktheid op elkaar aansluiten. De setting van arbodiensten heeft juist het voordeel dat arbeidshygiënist, veiligheidsdeskundige, arbeids- en organisatiedeskundige en bedrijfsarts onder één dak samenwerken. Hierdoor kan de bedrijfsarts gemakkelijk andere deskundigheid inschakelen als hij een structureel probleem vermoedt wanneer hij bij verschillende werknemers van eenzelfde afdeling werkgerelateerde klachten signaleert.
Vooral interne arbodiensten hebben de waarde van deze manier van werken aangetoond. Bij externe arbodiensten lukt het niet om dit regulier aan te tonen, maar wel incidenteel in klantenteams bij grote bedrijven of bij bepaalde branches die zichzelf goed hebben georganiseerd. Voorwaarden zijn steeds dat de klant-werkgever de eigen verantwoordelijkheden goed oppakt en dat de arbodienst maatwerk kan leveren in een multidisciplinair verband.


Steun
Het standpunt van de NVAB in dezen is dat het niet zozeer aan de orde is om te kiezen voor een bepaalde setting, maar dat het erom gaat dat in iedere denkbare setting de bedrijfsarts kan werken volgens professionele standaarden. De NVAB acht het daarbij een groot goed dat iedere Nederlander een bedrijfsarts tot zijn beschikking heeft.
De NVAB ziet verder de Wet verbetering poortwachter als steun voor de bedrijfsartsen om te adviseren over werkgerelateerde klachten en aandoeningen en over de (multidisciplinaire) aanpak daarvan.
Natuurlijk blijven wij kritisch over de vraag welke setting de meeste kansen biedt voor een goede afstemming tussen verzuimbegeleiding en preventie van verzuim en van arbeidsrisico’s. Als arbodiensten erin slagen het belang aan te tonen van dienstverlening onder één dak, maken ze ook kans ná afschaffing van de verplichte aansluiting bij arbodiensten. Zij komen dan in een concurrentiepositie ten opzichte van gespecialiseerde aanbieders van alleen preventieve diensten.
Slagen arbodiensten hier niet in, dan zal de markt zijn werk doen en ziet de NVAB zeker ook mogelijkheden om als zelfstandig medisch specialist te opereren voor degenen die dat nu (nog) niet zijn. Dan zullen er wel nieuwe wegen moeten worden gezocht om preventie van arbeidsrisico’s, ongezondheid en arbeidsongeschiktheid te blijven waarborgen.

Rob Hoedeman,
bedrijfsarts, namens het NVAB-bestuur

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd