U bent nu hier:

Een leeg crisisbed

Publicatie Nr. 52 - 24 december 2003
Jaargang 2003
Rubriek Praktijkperikel

Meneer Van Dijken (86 jaar) belt mij op over zijn vrouw (84 jaar). Ze is vorige week vrijdag ontslagen uit het ziekenhuis. Ze had een infarct doorgemaakt, had dit doorstaan, en ondanks dat meneer had aangegeven dat hij zijn vrouw niet meer thuis kon verzorgen - vanwege dementie en inmiddels ontstane problemen met drinken - was ze naar huis gestuurd.
Zoals was te verwachten werden de problemen rond het drinken zo groot, dat mevrouw er maandagochtend helemaal mee stopte. Al die dagen had ze ook al niet gegeten.


Mevrouw stond reeds op de wachtlijst van een verpleeghuis. Meneer had gebeld, maar er was geen plaats. Ten einde raad belde hij mij om te vragen of ik ervoor kon zorgen dat ze werd opgenomen in het verpleeghuis. Wellicht zou ze met verpleegkundige hulp, net zoals in het ziekenhuis, toch wel weer aan het drinken gaan.
Maandagmiddag om 3 uur belde ik met het naburige verpleeghuis of er plaats was. Ja, er was een
crisisbed. Echter, dit regelde het RIO, dat speciaal was ingesteld om problemen zoals deze op efficiënte wijze te regelen. Directe aanvragen konden niet in behandeling worden genomen.
Op het bandje van het RIO werd verwezen naar een ander telefoonnummer, dat echter voortdurend in gesprek was. Uiteindelijk na anderhalf uur bellen door mij en mijn assistente kregen we verbinding, het bleek een faxnummer. Dan maar een fax gestuurd met het verzoek mevrouw morgen met spoed op te nemen omdat ze anders zou uitdrogen.


De volgende dag besloot ik, toen ik om half elf nog niets had gehoord en meneer mijn assistente al vier keer had gebeld, maar eens te bellen. De telefoniste van het RIO wist te melden dat ze wel ergens een fax had zien liggen maar niet precies wist wie hierover ging. Of ze ‘s middags om half twee kon terugbellen.
Ik gaf te kennen dat ik direct contact wenste met iemand die hierover ging. Na lang aandringen kreeg ik te horen dat ik om twaalf uur zou worden teruggebeld.
Om half één belde ik zelf maar weer. Degene die ‘erover ging’, de coördinator, zat in vergadering maar zou binnen vijf minuten terugbellen.
Eindelijk telefoon: een medisch adviseur van het RIO om te vragen wat er aan de hand was. Hoewel ik alles zeer duidelijk had vermeld in mijn fax van de vorige dag, legde ik het verhaal nog maar eens uit. Op mijn aandringen zou mevrouw dezelfde dag worden opgenomen en niet zoals werd voorgesteld ‘de komende dagen’. Er zou worden teruggebeld.


Om 3 uur ‘s middags zelf maar weer gebeld om te vragen naar de stand van zaken. Meneer Van Dijken had ondertussen al ettelijke keren mijn assistente gebeld om te zeggen dat het zo niet nog een nacht kon doorgaan. De coördinator was in vergadering, het geval was bekend, en ik zou vóór 5 uur worden teruggebeld.
Inmiddels was het half vijf en mijn inwendig opgekropte woede kon ik nauwelijks meer de baas, ondanks de sussende woorden van mijn assistente, die mij altijd behoedzaam door dit soort stressvolle situaties heen loodst.

Weer gebeld. Eindelijk, na een dag, kreeg ik de coördinator zelf aan de telefoon. Het was goed, mevrouw kon worden opgenomen in het naburige verpleeghuis waar volgens hem altijd een crisisbed was voor dit soort gevallen. Of ik zelf even contact wilde opnemen met de verpleeghuisarts.


Na een korte uitleg aan de verpleeghuisarts, die niet op de hoogte was gesteld maar het een vanzelfsprekende zaak vond dat mevrouw werd opgenomen, kon mevrouw komen.

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd