U bent nu hier:

Uitgelachen

Publicatie Nr. 19 - 05 mei 2004
Rubriek Praktijkperikel

Vorig jaar belde ik op dinsdag 12 augustus de Stichting Indicatie Orgaan Den Haag (SIO) om thuishulp te vragen voor mevrouw A, een van mijn patiënten. Deze bejaarde dame had ernstig oedeem aan de benen. Door de druk was de huid kapotgegaan en verloor ze veel vocht uit de defecten die hierdoor waren ontstaan. Ik vond het een indicatie voor het aanleggen van steunzwachtels en verzocht dan ook om wijkverpleegkundige hulp hiervoor. Ook vroeg ik of de wijkverpleging , voor zij naar mijn patiënte zou gaan, contact met mij zou kunnen opnemen om te overleggen over de juiste hulpmiddelen.
Mijn eerste verzoek was geen probleem. We waren het erover eens dat het hier geen acute zorg betrof die binnen 24 uur moest starten, maar wel urgente zorg die binnen enkele dagen moest aanvangen.
Mijn tweede verzoek werd echter ontvangen met gegiebel. Toen de SIO-medewerkster was uitgelachen, zei ze dat zoiets een wel heel ongebruikelijk verzoek was: de SIO stelt namelijk alleen maar indicaties.
Hierop heb ik uitgebreid de tijd genomen om uit te leggen dat het zowel in het belang van patiënte als in het belang van een efficiënt gebruik van zorg handiger is als ik eerst met de wijkverpleging kan overleggen over het benodigde materiaal. Anders moet de wijkverpleegkundige als zij ter plekke is aangekomen, constateren dat er iets ontbreekt. Zij moet dat dan gaan regelen, waardoor de zorg aan de patiënt onnodige vertraging oploopt en de wijkverpleging een keer extra moet komen.
Dit werd uiteindelijk begrepen aan de andere kant van de lijn. Er zou een aantekening van worden gemaakt.


Vervolgens belde op 15 augustus mevrouw A mij op om te vertellen dat noch de wijkverpleging, noch het zorgkantoor waarnaar ze was verwezen, iets hadden ontvangen. Dit terwijl zij wel zelf een brief van de SIO had gekregen, waarin werd gezegd … tja, wat werd er eigenlijk gezegd in die brief? Ze begreep het niet zo goed. Ze had gedacht dat ze nu toch wel snel hulp zou krijgen, maar dat was dus niet zo.
Ik heb toen weer met de SIO gebeld. Daar werd mij verzekerd dat de aanvraag naar het zorgkantoor was gefaxt, maar zij zouden het nog wel een keer doen. Ik ging ervan uit dat nu alles goed zou komen, want ik had van mijn patiënte begrepen dat de wijkverpleging stond te popelen om haar te helpen en dat alleen nog maar de aanvraag hoefde binnen te komen.
Een paar dagen later belde mevrouw A mij echter weer met de mededeling dat de wijkverpleging nog steeds geen aanvraag had gekregen en dat de wonden steeds groter waren geworden.


Daarop heb ik in eerste instantie de wijkverpleging opgebeld. Die bevestigde dat ze de volgende dag al iemand zouden kunnen sturen om mevrouw te helpen, maar dat ze echt alleen maar in actie mochten komen als het zorgkantoor daarvoor zijn fiat had gegeven. Tevens werd mij verteld dat deze droeve gang van zaken helaas niet ongebruikelijk is. Alleen acute zorg die binnen 24 uur moet worden doorgegeven, wórdt ook direct doorgegeven. Urgente zorg laat echter regelmatig zo lang op zich wachten dat die vaak al niet meer nodig is. Als voorbeeld noemde zij de aanvraag voor urgente hulp bij iemand met een gebroken arm , die pas binnenkwam toen het gips er al af was.
Ik heb daarop het zorgkantoor gebeld, waar mij werd verteld dat er door automatisering bij een van de twee instanties - ik weet niet meer of het bij SIO of zorgkantoor was - het zorgkantoor de aanvragen niet meer elektronisch kan verwerken, waardoor het allemaal zo lang duurt. Normaal gesproken duurt de verwerking van een aanvraag voor urgente zorg vijf dagen, maar tijdens de vakantie en door de elektronische miscommunicatie is dat nu zo’n tien dagen en eigenlijk hoort het drie dagen te duren.


Deze gang van zaken is absoluut onacceptabel. De SIO is gespeend van enig besef van het belang waar men mee bezig is, namelijk dat van de patiënt. Dat blijkt uit het feit dat mijn verzoek om iets door te geven bij de aanvraag niet direct als nuttig en belangrijk werd gezien, maar als ongepast en niet bij het werk van SIO horend.
Dat blijkt ook uit het feit dat de indicatie pas op 15 augustus, na mijn telefoontje, bij het zorgkantoor binnenkwam. Wellicht was de indicatie al eerder gefaxt, maar in dit soort urgente gevallen behoort een organisatie met het juiste verantwoordelijkheidsgevoel ten minste de moeite te nemen om te controleren of alles is aangekomen.
En ten slotte blijkt het uit de bijgevoegde brief aan mijn patiënte: het ambtelijk taalgebruik in deze brief wekt ten onrechte de verwachting dat er nu gauw hulp komt.
Voorts getuigt de formulering van deze brief van een absoluut gebrek aan inlevingsvermogen voor iemand in nood. Uit de hele formulering blijkt dat deze er vooral op is gericht om het eigen straatje schoon te vegen: de SIO heeft haar werk gedaan; bij ons hoeft u niet aan te komen als iets waar u wel op rekent, niet gebeurt.

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd