U bent nu hier:

Poli voor pre- en dysmature kinderen

Publicatie 07 februari 2012
Jaargang 2012
Auteur Joost Visser

Ouders van pre- en/of dysmatuur geboren baby’s en andere pasgeborenen met een potentieel gezondheidsrisico kunnen in het Westfriesgasthuis in Hoorn naar een gespecialiseerde polikliniek.

beeld: Thinkstock beeld: Thinkstock

De poli, een initiatief van het Westfries Gasthuis en GGD Hollands Noorden, is na een proefperiode van twee jaar op 1 januari 2012 formeel begonnen. Twee groepen kinderen kunnen er terecht. Ten eerste kinderen met ernstige perinatale problemen of met een zwangerschapsduur van minder dan 34 weken en/of een geboortegewicht van minder dan 1500 gram. De tweede groep bestaat uit kinderen geboren na een zwangerschapsduur van 34 tot 37 weken en/of dysmaturen met een geboortegewicht van meer dan 1500 gram.

In de regel liggen deze kinderen lang in het ziekenhuis voordat ze via de couveuseafdeling naar huis te gaan, met periodieke controles. ‘Het verschil tussen de zorg in het ziekenhuis en daarna wordt als een groot gat ervaren’, zegt kinderarts Madelon Brand van het Westfriesgasthuis.
 
In de gekozen opzet krijgen ouders van de eerste groep kinderen een gezamenlijk ontslaggesprek met de verpleegkundige van de afdeling en die van het consultatiebureau (CB). Eenmaal thuis komen de kinderen tot de leeftijd van zes maanden eens per maand op de poli voor nacontrole en vaccinatie. Ouders en kind zien dan achtereenvolgens de neonatologieverpleegkundige, die ze al kennen, de kinderarts en eventueel de kinderfysiotherapeut en de logopedist. Daarna worden de baby’s gevaccineerd. Na minstens zes maanden komt het kind onder controle bij het CB, een half jaar later – rond de eerste verjaardag – bezoekt het de kinderarts weer en bij anderhalf en twee jaar komt het daar opnieuw.

De tweede groep kinderen komt één keer op de polikliniek, na een maand. Daarna gaan ze naar het CB voor controle en vaccinatie. Na een half jaar komen ze weer voor controle bij de kinderarts.

Helemaal uniek is de poli niet, maar veel ziekenhuizen aarzelen met de invoering. ‘Een project als dit is mooi, maar lastig voor elkaar te krijgen’, weet Brand uit ervaring. ‘Het kost tijd en energie. De jeugdverpleegkundige moet ervoor naar het ziekenhuis komen en de neonatologieverpleegkundige moet een middag spreekuur doen. Dat betekent extra formatie.’ Voor haarzelf is het spannend dat zij ernstig vroeggeborenen een half jaar niet ziet. ‘Het is belangrijk dat men op het CB genoeg kennis heeft. Dus organiseren we één of twee keer per jaar nascholing voor de jeugdartsen en -verpleegkundigen daar. En zij kunnen altijd per e-mail met vragen bij ons terecht; die worden dagelijks bekeken.’

Acht op de tien ouders zijn tevreden, zo blijkt uit een enquête onder bijna veertig ouders. Zij vinden het prettig dat zij op de poli door vertegenwoordigers van verschillende disciplines worden gezien. Zij krijgen goede tips, waardoor onzekerheid wordt voorkomen.

Joost Visser

Lees ook:

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd