U bent nu hier:

Ik schaam me dood

Publicatie Nr. 32/33 - 02 december 2004
Rubriek Praktijkperikel

K., een altijd zongebruinde man van 63 jaar die diverse elementen van vooral zijn ondergebit mist, kwam mijn spreekkamer binnen. Hij kwam nu voor de uitslag van de coloninloopfoto.
‘Dokter, dat was wat dat onderzoek’, zei hij glimlachend. ‘Ik dacht even dat ik een homo was. Zo groot was dat ding dat ze er van achteren instopte.’
Hier begon ik te glimlachen. Wat hem stimuleerde om verder te gaan. ‘En vervolgens ging die tafel steeds op en neer. Toen ik er vanaf kwam, was ik helemaal draaierig.’ Hij deed met zijn hoofd de beweging van een draaimolen na. ‘Kon bijna niet op mijn benen staan. Vervolgens had ik zeer hoge nood, ik kon het amper ophouden. Ik was blij dat ik het toilet op tijd haalde. Eenmaal op het toilet schaamde ik mij dood: een herrie dat ik maakte! Ik hoopte maar dat er niemand naast mij op het toilet zat.’
Mijn glimlachen ging langzaam over in luid geschater omdat ik mij zijn ellende zo goed kon voorstellen en doordat hij het verbaal en nonverbaal zo mooi wist uit te drukken. Wat een leedvermaak. Gelukkig had hij er wel plezier in dat zijn verhaal zo goed aansloeg. Hij eindigde lachend met: ‘Dokter, ik dacht nog: die dokter X, die heeft mij goed te pakken gehad.’
Nog nahikkend liet ik weten dat de uitslag gelukkig goed was. Zijn buikpijn was ook verdwenen. Ik wist dat míjn bekkenbodem met twee bevallingen niet veel geleden had. Mijn stoel was namelijk nog droog.


Door zijn relaas ben ik mij er weer eens bewust van geworden hoe makkelijk het voor ons is om onderzoek aan te vragen maar bijna volledig vergeten wat het voor de patiënt betekent.


Dr. X

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd