U bent nu hier:

Inspectie gaat in beroep bij tuchtzaak-Vencken

Publicatie Nr. 16 - 19 april 2005
Jaargang 2005
Rubriek NieuwsReflex

De Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat in beroep tegen de uitspraak van het medisch tuchtcollege te Zwolle in de zaak tegen de arts Peter Vencken. De inspectie wil duidelijkheid over handelen bij comateuze patiënten. Bovendien wil ze dat de eerder van moord beschuldigde arts alsnog een maatregel krijgt opgelegd voor het niet noteren van de toegediende dosis Dormicum.

Het tuchtcollege te Zwolle sprak Vencken in maart vrij. De inspectie had de arts aangeklaagd omdat hij als arts-assistent een 77-jarige stervende man morfine en Dormicum had toegediend. Volgens de inspectie was er geen aanleiding om de dosis morfine te verhogen bij de stikkende patiënt en had de arts levensbeëindigend gehandeld. De man was volgens de inspectie comateus en het was niet bewezen dat hij ondraaglijk leed. Volgens Vencken zelf was de patiënt subcomateus; hij kon niet uitsluiten dat de man het stervensproces bewust meemaakte.

Mede op basis van de verklaringen van drie getuigen-deskundigen oordeelde het regionale college dat van opzettelijk levensbeëindigend handelen geen sprake was.

De inspectie wil het oordeel van het Centraal Medisch Tuchtcollege vragen, zo blijkt uit een ingezonden brief van seniorinspecteur Maarten de Wit (blz. 683). De Wit: ‘Volgens ons heeft Vencken actief gehandeld met levensbekorting als effect. Het handelen bij comateuze patiënten moet aan zorgvuldigheidseisen voldoen en dat is nu niet het geval. Hij had met de hoofdbehandelaar moeten overleggen en in ieder geval achteraf moeten meedelen welke medische handeling hij had verricht.’

Het tweede punt waarop de inspectie in beroep gaat, is de klacht die wel gegrond is verklaard. De arts noteerde de dosis Dormicum die hij de patiënt toediende niet in het dossier. Het college legde daarvoor echter geen maatregel op vanwege het ‘ne bis in idem’-principe, dat inhoudt dat iemand niet twee keer voor hetzelfde feit mag worden veroordeeld. In november vorig jaar was Vencken al door de rechtbank in Breda vrijgesproken. Hem was door het Openbaar Ministerie moord ten laste gelegd.

De Wit: ‘Dit is een principiële zaak. Het feit dat het strafrecht heeft geoordeeld, betekent niet dat het tuchtrecht niet opnieuw kan oordelen. Het tuchtcollege heeft een ander doel dan het strafrecht. In dit geval is dat het duidelijk maken hoe artsen bij comateuze patiënten moeten handelen.’

Wat de gevolgen zijn voor de strafzaak, is nog niet duidelijk. Het Openbaar Ministerie beraadt zich op het hoger beroep dat het tegen de uitspraak van de rechtbank in Breda had aangetekend. De Wit: ‘Ik denk dat ons beroep kan betekenen dat het OM het hoger beroep niet doorzet. Omdat wij met de tuchtzaak al duidelijkheid proberen te verkrijgen over Venckens handelen. Dit is ook geen zaak die bij het strafrecht thuishoort. De enige optie daar is ‘moord of geen moord’. Het tuchtrecht is beter geëquipeerd om over het medisch handelen van artsen te oordelen.’\<\< MM


 

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd