U bent nu hier:

Lager uurloon helpt niet

Publicatie Nr. 08 - 21 februari 2006
Jaargang 2006
Auteur A.W. Mulder
Pagina's 334 - 335

Ruzie om honoraria van specialisten zal goede sfeer bederven

Aan geld levert een even­tuele verlaging van het uurloon nauwelijks iets op. Maar zo’n ingreep kan wel leiden tot een energie­vretend conflict tussen medisch specialisten en de overheid. En dat kunnen we nu net niet gebruiken.

Het is opmerkelijk en tegelijkertijd verontrustend dat de discussies over de specialistenhonoraria na lange tijd weer zijn opgelaaid. De directe aanleiding vormde de recente rapportage van de commissie-Korthals Altes over het uurloon van de medisch specialisten. De opdracht aan deze commissie hangt samen met de invoering van de DBC-systematiek en in een breder verband met de herziening van het zorgstelsel. Deze samenhang zal bij de verschillende belanghebbenden de hardnekkigheid om het onderste uit de kan te halen bij de komende onderhandelingen, versterken.
Net als in het verleden bevinden de specialisten zich in een kwetsbare positie. Er hoeft niet veel te gebeuren of de oude beeldvorming van de te veel verdienende specialist steekt de kop weer op. In dit verband is het daarom interessant een blik in het verleden te werpen.

Weeffouten
Na een escalerend conflict tussen overheid, verzekeraars en specialisten midden jaren tachtig kreeg een onafhankelijk bureau de opdracht om een maatschappelijk aanvaardbaar uurloon voor specialisten vast te stellen. De betrokken partijen bereikten hierover een akkoord dat door de toenmalige minister van Sociale Zaken, Jan de Koning, werd opgezegd omdat hij dit uurloon te hoog vond! Onder staatssecretaris Hans Simons, nu lid van de commissie-Korthals Altes, volgde hierop eind jaren tachtig over hetzelfde onderwerp het vijfpartijenoverleg. Doel van dit overleg was om via herstructurering van de tarieven tot meer inzicht in de opbouw van de honoraria te komen en de bestaande grote inkomensverschillen tussen de verschillende specialismen te verkleinen. Voor de specialisten gold daarbij loon naar werken als absolute voorwaarde en voor de overheid stabilisatie van het macrobudget medische zorg. In de toenmalige verhoudingen waren dit onverenigbare standpunten.

Tot ieders verrassing leidde dit overleg toch tot een akkoord en keerde de rust gedurende korte tijd terug. Op de langere termijn was het akkoord echter een mislukking. In de herstructurering van de tarieven zaten - deels door de gebrekkige informatica voor de specialisten - ernstige weeffouten. Het wegwerken van de inkomensverschillen tussen specialismen leidde daarnaast tot ernstige spanningen binnen de specialistenorganisatie en het adagium ‘loon naar werken’ kwam in de praktijk neer op méér werk tegen gelijkblijvende tarieven. De verhoudingen dreigden opnieuw te ontsporen. Op initiatief van de toenmalige minister van VWS, Els Borst-Eilers, werd het begin jaren negentig via een nieuw meerpartijenoverleg, het Platform Zorg, weer rustig.

Het is opmerkelijk dat het sedertdien rond de specialistenhonoraria rustig is gebleven. De ziekenhuisdirecties hadden weer specialisten die zich betrokken voelden bij doelmatigheidsprojecten, managementparticipatie en het wegwerken van wachtlijsten. De specialisten kregen dankzij de lumpsumconstructies het gevoel dat inkomensverhoudingen beter waren en de overheid bemerkte dat met een harmoniemodel op constructievere wijze tot beperking van de kostenontwikkeling in de gezondheidszorg kon worden gekomen. Discussies over het maatschappelijk aanvaardbare inkomen van specialisten zijn zeker tien jaar niet meer aan de orde geweest. Dit is zeer wijs gebleken.

Kritische blik
Hoewel de tijden zijn veranderd, valt van dit historisch perspectief veel te leren.
Welke ontwikkelingen maken nu de discussies over de specialistenhonoraria weer actueel? Het gevaar dreigt dat de premies in het nieuwe zorgstelsel door de oplopende uitgaven de komende jaren ernstig uit de pas zullen lopen. Dit noopt tot een kritische blik op alle kosten­posten, waaronder de post specialistenhonoraria. Daarnaast hebben de partijen afgesproken dat het specialistentarief tijdelijk is en het komend jaar opnieuw moet worden vastgesteld.

De lumpsumfinanciering, waarmee iedereen redelijk tevreden was, zal in de nabije toekomst worden verlaten. Een luis in de pels vormt de gefaseerde invoering van de DBC’s. Deze bieden enerzijds volgens de supporters meer transparantie en resulteren in evenwichtiger uurvergoedingen, doch vormen anderszins een machtig middel bij eenzijdig gewenste tariefaanpassingen en zijn daardoor een potentiële bron voor ernstige conflicten. Een verontrustend aspect daarbij is de onomkeerbaarheid van deze systematiek, waar overigens de specialisten zelf voor hebben gekozen.

Er gaan daarnaast stemmen op om de contractuele relatie tussen ziekenhuizen en specialisten te wijzigen met de bedoeling het toelatingscontract van de specialist met het ziekenhuis gemakkelijker te beëindigen. In de nabije toekomst zal door de beoogde marktwerking in de zorg de positie van de specialist binnen de zorg ook om andere redenen veranderen. Van de specialisten wordt meer ondernemerszin gevraagd en samen met de directie moet meer worden gezocht naar niches in de markt.

Peanuts
Al deze ontwikkelingen hoeven niet per definitie ongunstig uit te pakken, maar vormen wel een aanzienlijke bedreiging van het huidige constructieve overlegklimaat. Overheid, ziekenhuizen, verzekeraars en specialisten hebben hierbij een zware verantwoordelijkheid.

Zou het niet verstandig zijn lering te trekken uit het verleden? De opbrengsten van een eventuele verlaging van het uurloon van 140 naar 114 euro zijn slechts peanuts op de totale uitgaven aan medisch-specialistische zorg en een nieuw conflict niet waard. Het verleden heeft geleerd dat dit soort conflicten veel negatieve energie vergt, waardoor er een ongewenste stagnatie van nieuwe ontwikkelingen ontstaat. Het is dan ook wenselijk dat overheid en politiek zich ten aanzien van het specialistenhonorarium terughoudend opstellen. Constructieve deelname van de specialisten aan een harmonische invoering van alle veranderingen in de zorg vormt een belangrijk fundament voor het welslagen van deze operatie.

Voor de weerbarstige en nog niet volledig uitontwikkelde DBC-systematiek geldt nog iets anders. De rekenmodellen en de digitale dataverwerking moeten betrouwbaar zijn. Die vormden destijds een bron van ellende bij de herstructurering van de tarieven. Te grote haast en te impulsief handelen is in dit verband onverstandig. De oude declaratietechniek moet niet te snel overboord worden gegooid.

Buitenspel
Een belangrijke rol bij het voorkómen van conflicten spelen de patiëntenorganisaties. De patiënt is de meest belanghebbende bij een goed samenspel van alle actoren en behoort een belangrijke stem te hebben bij het voorkomen van mogelijke conflicten tussen belangengroeperingen in de zorg. In het verleden stonden de patiëntenorganisaties daarbij goeddeels buitenspel. Men krijgt de indruk dat dit ook nu nog te wensen overlaat.

Wat de specialisten betreft het volgende: bewaar de eenheid. Grote verdeeldheid heeft in het verleden verlammend gewerkt. De specialisten moeten vooral doorgaan met actieve deelname aan de organisatie in de ziekenhuizen. Zij zitten aan de kraan van de zorgvraag en zijn bij uitstek geschikt om zaken als vraag, aanbod en kwaliteit te beoordelen. Good clinical practice, technology assessment en het transparant maken van het eigen functioneren vormen daarbij de rechtvaardiging van hun professionele autonomie. Het recente initiatief in verschillende ziekenhuizen om onderlinge functioneringsgesprekken in te voeren is hiervan een uitstekend voorbeeld.

Nog een laatste overdenking: voor de gemiddelde burger is niet het maatschappelijk aanvaardbare inkomen van belang, maar veeleer het maatschappelijk gericht functioneren van de specialist, in de zin van goed toegankelijke en hoogwaardige, doelmatige zorgverlening. Het zou nog wel eens kunnen blijken dat de overheid hiermee meer is gebaat dan met het contre coeur verlagen van het uurhonorarium.

dr. A.W. Mulder, oud-voorzitter van de Landelijke Specialisten Vereniging (nu Orde van medisch specialisten)

Correspondentieadres : fredmulder@poetryvonne.nl 

SAMENVATTING
- Opnieuw worden de pijlen gericht op het maatschappelijk aanvaardbare inkomen van de specialist, zodat een confrontatie als die uit de jaren tachtig op de loer ligt.
- Het vijfpartijenoverleg uit het verleden was een frustrerende aangelegenheid met teleurstellende resultaten.
- Verlaging van het uurhonorarium levert de overheid macrobudgettair weinig op.
- Een lager uurhonorarium betekent voor specialisten een negatieve impuls om te participeren in beleidsvoornemens van overheid, financiers en ziekenhuizen.
- Patiënten zijn niet geïnteresseerd in het maatschappelijk aanvaardbare uurhonorarium van specialisten, maar uitsluitend in hun maatschappelijk gericht functioneren als betrouwbare leveranciers van goed toegankelijke, hoogwaardige zorg.

Klik hier voor het PDF van dit artikel

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd