U bent nu hier:

Cyanose

Publicatie Nr. 15 - 12 april 2006
Jaargang 2006
Rubriek Praktijkperikel
Pagina's 607

Onlangs kwam een adolescent die ik de laatste drie jaar niet meer had gezien, op het spreekuur, vergezeld van zijn moeder.

Het was hem en zijn moeder opgevallen dat hij de laatste dagen blauwe verkleuringen had. Eerst waren op een ochtend blauw verkleurde oorlellen opgevallen, bij nadere inspectie bleken ook de vingertoppen en enkels blauwig verkleurd. Deze klachten verdwenen ook weer, maar de volgende ochtend bleken ellebogen, polsen en knieën blauwig te zijn. Vanochtend zag de jongen zo grauw in het gezicht en bleek bij inspectie de nek blauw. De knokkels, die donker zagen, vond moeder minder verontrustend.

Bij doorvragen bleek hij ook moe en snel kortademig. Ook had hij wel eens bloed aan de tandenborstel. En hij was zeker kouwelijk overdag. Vader was een jaar of tien geleden gestorven na een periode van uitgebreid cardiovasculair ­lijden.

Op mij maakte zijn bleekblauwe teint een indruk als van iemand die chemotherapie kreeg. Voordat ik het lichamelijk onderzoek begon, keek ik met een vaag ongerust gevoel zijn medicatiestatus na: gebruikte hij geen neurolopetica die beenmergdepressie konden geven, in ieder geval trombopenie?
Inspectie en palpatie van de MCP-gewrichtjes liet een oppervlakkige verkleuring zien, die zich onder mijn vingers liet verschuiven. Geen zwelling, geen warmte, geen functieverlies.

Een paar keer vegen met een alcoholswab bleek een goede ingeving: het blauw zat aan de buitenkant.
Daarna was de oorzaak snel gevonden: sinds een week sliep hij op een nieuw donkerblauw onderlaken.

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd