U bent nu hier:

Inspectie trekt beroep tegen Vencken in

Publicatie Nr. 16 - 20 april 2006
Jaargang 2006
Rubriek NieuwsReflex

Peter Vencken hoeft niet voor het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) te verschijnen. Rapportages van deskundigen hebben de inspectie van mening doen veranderen over het nut van een hoger beroep.


De arts in opleiding tot anesthesioloog is blij: ‘Met het intrekken van het beroep laat de inspectie zien dat het geen zin heeft mij nog langer te vervolgen. Dat is niet alleen goed nieuws voor mij, maar ook voor andere artsen die in een dergelijke situatie terechtkomen.’
Vencken gaf in 2003 een 77-jarige stervende patiënt morfine en Dormicum en werd daarna door het Openbaar Ministerie vervolgd voor moord; de Inspectie voor de Gezondheidszorg diende een tuchtklacht in. De rechtbank en het gerechtshof spraken Vencken vrij nadat drie getuige-deskundigen aangaven dat het toedienen van de morfine en Dormicum in die situatie onder normaal medisch handelen valt. In februari dit jaar kende het Gerechtshof in Den Bosch Vencken een schadevergoeding van 50.000 euro toe voor de acht dagen die hij ten onrechte in voorarrest heeft doorgebracht.
Ook het Medisch Tuchtcollege Zwolle achtte de klacht over Venckens medisch handelen ongegrond. Wel vond het college het verwijtbaar dat de arts het toedienen van Dormicum niet in het dossier noteerde, maar het legde geen straf op omdat de arts al strafrechterlijk was vervolgd. De inspectie ging in beroep: omdat ze wilde dat het handelen werd getoetst en omdat een gegrondverklaring altijd tot een maatregel moet leiden.
Nu zegt de inspectie dat de rapportages van deskundigen haar op andere gedachten heeft gebracht. Zowel Vencken als het Centraal Tuchtcollege vroeg deskundigen hun licht op de zaak te laten schijnen. Hoogleraar sociale geneeskunde Gerrit van der Wal van het VUmc schreef het deskundigenrapport voor het tuchtcollege. ‘De inhoud van deze beide rapportages en de in december door de KNMG uitgebrachte richtlijn Palliatieve sedatie hebben de inspectie ervan overtuigd dat het handelen van de arts niet was gericht op het versnellen van het overlijden van de patiënt’, zo meldt de inspectie. ‘Zijn handelen past binnen de professionele normen die thans op dit gebied geldend zijn en zijn beleid past ook binnen het beleid dat de hoofdbehandelaar van de patiënt destijds had ingesteld.’ De inspectie wil niet veel meer kwijt over de precieze inhoud van de deskundigenrapporten.
Dat een gegrondverklaring niet tot een maatregel heeft geleid, is voor de inspectie geen reden om aan het beroep vast te houden. ‘Gezien de grote impact die de hele zaak voor de arts heeft gehad, heeft de inspectie gemeend ook dit deel van het hoger beroep te laten vervallen en dit niet in deze zaak tot item te maken.’
Voor Peter Vencken betekent de beslissing van de inspectie dat er na bijna twee jaar een einde komt aan de juridische en tuchtrechtelijke procedures. ‘Ik kan de zaak nu eindelijk achter me laten. Binnenkort ga ik bergbeklimmen in Nepal en ik hoop dat ik daar de afgelopen twee jaar kan afsluiten.’ << MM

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd