U bent nu hier:

Aanvraag bijvoeding een dagtaak

Publicatie Nr. 23 - 06 juni 2006
Jaargang 2006
Rubriek Praktijkperikel
Pagina's 963

Mevrouw Y. is sinds enkele jaren een goede bekende bij ons in de diëtistenpraktijk, omdat zij een gewichtsprobleem heeft (lengte: 1,72 m, BMI: 17). Doordat zij zich geweldig weet te kleden ziet ze eruit als een sterke, opgewekte, superslanke vrouw. Maar zij moet vreselijk veel moeite doen om op gewicht (circa 50 kilo) te blijven.

Vijftien jaar geleden is een van haar nieren verwijderd, omdat het een schrompelnier bleek te zijn. Ogenschijnlijk functioneerde de andere prima. Helaas kreeg zij darm­problemen, die gediagnosticeerd werden als M. Crohn.

Op dit moment meldde zij zich op instigatie van de huisarts bij ons in de praktijk. Met een vezelverrijkt, di­sacharidebeperkt, energieverrijkt dieet kon zij de mal­absorptie en gisting lang het hoofd bieden, totdat de eerste van een serie ontstekingen zich aankondigde. Vier operaties verder is de chirurg overgegaan tot een ileostoma. Mevrouw krabbelde dapper op en wij zagen haar weer een paar keer per jaar de praktijk binnenhuppelen. Ze wist het gewicht weer boven de 50 kilo te krijgen. Omdat de nierfunctie iets achteruit leek te gaan adviseerde de internist haar op te letten met onbeperkte hoeveelheden eiwit - daar leefde zij voornamelijk op naast diverse soorten groente en fruit. Volle kwark met vers fruit was een favoriet voedingsmiddel.

Afschuwelijk was het moment waarop er stricturen werden ontdekt. Daardoor raakte de uitgang van de stoma verstopt. Op de buikwand werd een nieuwe uitgang gemaakt en zo wandelde de stoma nog enkele malen over de buik naar andere plaatsen. Mevrouw hield zich geweldig, maar at steeds minder en kon nog maar amper de moed opbrengen om energieverrijkt te eten. Wij besloten over te gaan op pakjes bijvoeding met veel extra calorieën en MCT-olie, omdat kortere ketens van vetzuren sneller worden geresorbeerd.

De aanvraag van de diëtist bij het facilitair bureau werd door de verzekeringsmaatschappij afgewezen, omdat mevrouw niet voldeed aan een van de acht criteria (ernstige slik-, passage-, stofwisselings-, resorptiestoornis, voedselallergie, COPD, CF of congenitaal hartfalen bij kinderen).
Een telefoontje, gevolgd door een schriftelijke vraag van de diëtist aan de verzekeringsmaatschappij waarom hier geen sprake was van passagestoornis, werd beantwoord met: ‘Diëtisten kunnen geen aanvraag doen, dat moet een specialist doen’. De diëtist vroeg: ‘Wie denkt u dat er meer verstand van eten heeft, de chirurg of de diëtist?’ Dit werd gepareerd met: ‘Zo is ons beleid, mevrouw!’

Intussen was mevrouw al weer een keer opgenomen geweest in het ziekenhuis. Bij thuiskomst maakten de kinderen zich ongerust over moeders zichtbaar afgenomen gewicht. Het leek hen nu echt de hoogste tijd zich actief met de aanvraag te bemoeien. Helaas, zij werden door het ziekenfonds van het kastje naar de muur gestuurd.
De diëtist probeerde de medisch adviseur te pakken te krijgen, doch deze werkt slechts parttime. Vele kostbare dagen gingen verloren. Intussen kwam mevrouw na zes weken tobben en halfbakken noodoplossingen op het gebied van voeding weer in het ziekenhuis terecht, waar drastische maatregelen ten aanzien van de bijvoeding werden genomen. Eerst kreeg zij sondevoeding, gevolgd door pakjes bijvoeding. Bij ontslag had mevrouw zelf de tegenwoordigheid van geest om de behandelend chirurg naar een aanvraag voor bijvoeding te vragen.
Bij het ‘welkom thuis bezoek’ besloot ook de huisarts contact op te nemen met de ziektekostenverzekeraar. Hem werd een uitgebreid medisch dossier gevraagd, hetgeen wettelijk niet nodig is en slechts vertragend werkt.

De aanvraag van de chirurg werd eind december door een van de kinderen hoogstpersoonlijk bij de ziektekostenverzekeraar in de bus gedaan om er zeker van te zijn dat hij niet zoekraakte in de kerstpost. Tot ieders verbazing wordt de aanvraag eind januari na diverse telefoontjes van de kinderen, echtgenoot, patiënte zelf, diëtist, huisarts en interventie van CvZ (College voor Zorgverzekeringen) ‘met voorrang’ in behandeling genomen. De teleurstelling was des te groter toen de volgende dag een afwijzing volgde. Intussen heeft mevrouw een BMI van 16!

Maar soms zit geluk in een klein hoekje. Een vriend bracht een bloemetje voor de zieke en schrok heftig van de sterk vermagerde vriendin. Eén telefoontje naar een familielid die in de directie van de desbetreffende ziekte­kosten­verzekeringsmaatschappij werkt, was voldoende om vele pakken bijvoeding voor onbepaalde tijd te organiseren.

Conclusie: zonder vriendjes en familie bij de ziektekostenverzekeringen is het onmogelijk om iets gedaan te krijgen.

Klik hier voor het PDF van dit artikel

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd