U bent nu hier:

Uit het boekje

Publicatie Nr. 02 - 09 januari 2007
Jaargang 2007
Rubriek Praktijkperikel
Pagina's 66

Als 29-jarige huisarts heb ik niet veel ervaring. Elke dag zie ik nieuwe dingen. Dat is ook wat het vak zo leuk maakt - en hopelijk en waarschijnlijk ook leuk blijft maken.


Voor mij zit een 56-jarige vrouw. Ik weet dat haar man een maand geleden is overleden en dat ze een zoon heeft van mijn leeftijd. Onze praktijk heeft ze nog nooit bezocht. Een beetje zenuwachtig zit ze voor me. Ik vraag wat ik voor haar kan doen. ‘Ik kom voor heel veel’, steekt ze van wal. Al maanden heeft ze een zwelling bij haar linkerkaak. Ze is doof geworden aan haar linkeroor, heeft pijn in de linkerzijde van haar hoofd, kan niet meer door haar neus ademhalen, is gevoelloos rond haar oor en sinds een paar weken kan ze haar mond nog maar nauwe­lijks opendoen. ‘En als ik mijn neus snuit, komt er eten mee naar boven’.
Tijdens mijn studie zag je in de collegezaal plaatjes van patiënten die niet met hun klacht naar de dokter gingen. Je hoorde de verhalen en zag wat de resultaten konden zijn. Het woord carcinoom kwam je tegemoet. Ik dacht (heel naïef misschien) dat dit soort dingen vandaag de dag niet meer voorkwamen.


Verdwaasd zit ik tegenover deze vrouw. Ze heeft net haar man verloren, is angstig van de stress, rookt meer dan een pakje per dag, praat nasaal met halfgesloten mond, is slechthorend en heeft een duidelijke zwelling aan de linkerkant van haar hoofd.
Ik had haar nog nooit gezien. Ik zal haar niet snel vergeten.


Wat was één van mijn eerste zinnen van dit perikel ook alweer? Wat een leuk vak hebben we toch? Ik weet wat het in elk geval wél is. Een fascinerend vak. 

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd