U bent nu hier:

Schakels van levensbelang

Publicatie Nr. 20 - 15 mei 2007
Jaargang 2007
Auteur J. de Nooij
Pagina's 869 - 71

Landelijke registratie van acute hartstilstanden dringend gewenst

Prehospitale variabelen zijn van grote invloed op de uiteindelijke overlevingskans en overlevingskwaliteit van patiënten met een hart­stilstand. Inzicht in deze variabelen kan helpen de zorg voor deze patiënten te optimaliseren. Een nationaal register ontbreekt echter nog.

Overlijden als gevolg van een acute hartstilstand bij een hartinfarct is een belangrijke doodsoorzaak in Nederland. In 2004 overleden ruim 10.000 mannen en vrouwen door een acute hartstilstand en de verwachting is dat dit aantal tot 2025 aanzienlijk zal stijgen.1

In Nederland houden onder andere het CBS en het RIVM al sinds jaar en dag uitgebreide registraties bij over ziekten en doodsoorzaken. Daarmee is op macro- en gezondheidseconomisch niveau de omvang van de problematiek rond de acute hartstilstand in cijfers inzichtelijk.2 3
Vanuit wetenschappelijk perspectief staat vast dat het ontstaan en de behandeling van de acute hartstilstand, zoals van zo veel aandoeningen, multifacto­rieel is, en de primaire en secundaire preventie is daardoor complex.

Op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten is de zogenaamde chain-of-survival gedefinieerd. Hierin staan de kritische stappen benoemd die de overlevingskansen  van een patiënt met een acute hartstilstand bepalen.4 Snelle herkenning, snelle alarmering en inzet van deskundige hulp, snelle start met basale reanimatie gevolgd door snelle specialistische hulp, zijn bepalend voor de uitkomst voor de patiënt. Het is van groot belang om inzicht te verkrijgen in een aantal variabelen binnen deze chain-of-survival, zodat niet alleen de kwaliteit, maar ook de eventuele verbeterpunten inzichtelijk worden.

Ambulancezorg
Een van de essentiële schakels is de prehospitale hulpverlening, en meer in het bijzonder de ambulancezorg, die wordt ingezet bij melding van een acute hartstilstand. Nederland beschikt over een hoogwaardig systeem van ambulancezorgverleners die goed opgeleid en goed uitgerust in staat zijn om op het niveau van advanced cardiac life support (ACLS) de acute behandeling van patiënten met een hartstilstand in gang te zetten.

De ambulancezorgverleners, één of meer teams bestaande uit een gespecialiseerde ambulanceverpleegkundige en ambulancechauffeur/begeleider, maken hierbij gebruik van diverse hulpmiddelen en medicatie, en bewaken en registreren, onder andere met behulp van geavanceerde ECG- en beademingsapparatuur, essentiële vitale parameters.

In veel gevallen worden deze para­meters met behulp van draadloze technieken al vanaf de vindplaats van de patiënt naar het opnemende ziekenhuis verzonden. Na beoordeling door de cardioloog kan vervolgens al in de thuissituatie worden gestart met de toediening van medicatie zoals trombolytica.
In een reanimatiesituatie kan het ambulanceteam op basis van vaststaande protocollen naast basic life support (BLS) óók intuberen, defibrilleren en diverse medicamenten toedienen, zodat de uitgangssituatie van de patiënt zo optimaal mogelijk is voor verdere klinische behandeling.

Overlevingskans
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat een aantal prehospitale variabelen van wezenlijke invloed is op de uiteindelijke overlevingskans en overlevingskwaliteit van de patiënt met een hartstilstand. De factor tijd, het al dan niet ontvangen hebben van lekenreanimatie en het initiële ritme zijn de meest belangrijke.
Een goede Nederlandse studie hierover door de Vreede-Swagemakers et al. is gepubliceerd in Heart 1998.5 Zij concludeerden na een studie van vijf jaar dat de meest voorkomende oorzaak van acute hartstilstand een acuut hartinfarct is en dat overleving positief is gerelateerd aan BLS binnen vier minuten, een ambulance ter plaatse binnen acht minuten en een initieel ritme ventrikeltachycardie (VT) of ventrikelfibrillatie (VF).

Daarmee staat vast dat het meten van deze variabelen niet alleen van belang is voor het beoordelen en optimaliseren van de ambulancezorgsystemen, maar ook om de effectiviteit van prehospitale interventies en procedures te kunnen objectiveren.
Dit inzicht heeft internationaal bezien inmiddels geleid tot de oprichting van nationale databases waarin deze preklinische variabelen worden vastgelegd en beschikbaar komen voor analyse en verbeteracties. Een goed voorbeeld hiervan is het Zweedse Nationellt register för hjärtstopp på sjukhus dat is gestart in 1990 en inmiddels de registratiegegevens bevat uit een gebied met ruim 9 miljoen inwoners (85% van het totale aantal inwoners).6

Harde uitspraken
De gegevens die zijn opgenomen in dit register hebben geleid tot een aantal wetenschappelijke conclusies over de invloed van eerdergenoemde prehospitale variabelen op de uitkomst voor een patiënt met een acute hartstilstand. Ook heeft dit register aangetoond dat er verschillen zijn in overlevingskansen tussen regio’s. Naar aanleiding daarvan is nader onderzoek gestart.7 8 Toen bleek de eenmaandsoverleving in Zweden landelijk op ongeveer 7 procent te liggen, maar in de regio Lund (waar men een nieuw soort reanimatiehulpmiddel gebruikt) op 13 procent. Op basis van de grote getallen in dit register, konden harde uitspraken worden gedaan over de relatie tussen overlevingskans en arriveren van een ambulance: korter of gelijk aan 5 minuten geeft 47 procent eenmaandsoverleving en langer dan 30 minuten minder dan 5 procent. De late overlevers hadden allen ergens in deze tijdspanne een defibrilleerbaar ritme; hadden ze dat niet, dan was hun overlevingskans nihil.  

Krachtige bron
In ons land wordt al veel cijfer­matige informatie verzameld over ziekte en gezondheid. Een nationaal register zoals in Zweden kennen we hier echter nog niet. Eigen onderzoek onder de 25 medisch managers van de ambulancediensten in Nederland leverde slechts vijf reacties op, waaruit bleek dat de huidige registraties slechts op regionaal niveau plaatsvinden en niet-geautomatiseerd zijn. Het was niet mogelijk om volgens de Utstein-richtlijnen (universele afspraken over het rapporteren van reanimatie) verzamelde informatie over incidentie, omstanderreanimatie en initiële ritmes beschikbaar te krijgen.

Hiermee blijft een potentieel krachtige bron van informatie onbenut. Immers, daar waar in Nederland al wél de infrastructuur beschikbaar is om in de prehospitale fase essentiële gegevens te meten en vast te leggen, ontbreekt de mogelijkheid om deze uniform op populatieniveau te aggregeren. Daarmee laten wij kansen liggen om ons systeem te objectiveren, te analyseren en te optimaliseren.
Het wordt dan ook tijd om óók in Nederland maatregelen te treffen om in deze lacune te voorzien en dus een landelijke registratie van acute hartstilstanden buiten het ziekenhuis te realiseren. Hier ligt een belangrijke en gezamenlijke taak voor de Nederlandse Reanimatieraad en AmbulanceZorg Nederland.
Door het instellen van een nationaal register zullen we de meer dan nood­zakelijke stap van ‘meten en weten’ naar ‘registreren en leren’ hopelijk op afzienbare termijn kunnen maken, zodat de zorg voor patiënten met een acute hartstilstand buiten het ziekenhuis kan worden geoptimaliseerd. 

J. de Nooij, arts maatschappij en gezondheid, medisch manager ambulancezorg, Regionale Ambulancedienst en Meld­kamer Ambulancezorg Hollands-Midden

Correspondentieadres: j.denooij@hollands-midden.nl;
cc: redactie@medischcontact.nl 

Geen belangenverstrengeling gemeld.

SAMENVATTING
- In Nederland worden al sinds jaar en dag uitgebreide registraties bijgehouden over ziekten en doodsoorzaken.
- Een nationaal register zoals in Zweden kennen we hier echter nog niet. Een potentieel krachtige bron van informatie blijft op die manier onbenut.
- Het is dan ook tijd om maatregelen te treffen om in deze lacune te voorzien en een landelijke registratie van acute hartstilstanden buiten het ziekenhuis te realiseren.


Klik hier voor het PDF van dit artikel



Referenties
1. RIVM, Nationaal Kompas: http://www.rivm.nl/vtv/object_document/o1305n17964.html.
2. www.cbs.nl.
3. www.rivm.nl.
4. http://www.erc.edu/index.php/guidelines_download_2005/en/?.
5. De Vreede-Swagemakers JJM et al. Circumstances and causes of out-of-hospital cardiac arrest in sudden death survivors. Heart 1998; 79: 356-61. Artikel downloadbaar via heart.bmjjournals.com.
6. https://www1.sahlgrenska.se/hjartstopp/default.asp?sID=85.
7. Hollenberg J et al. Difference in survival after out-of-hospital cardiac arrest between the two largest cities in Sweden: a matter of time? Journal of Internal Medicine 2005; 257: 247-54.
8. Herlitz J et al. A short delay from out of hospital cardiac arrest to call for ambulance increases survival. European Heart Journal 2003; 24: 1750-5.

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd