Chirurg in Ghana - Dood op tafel
| Publicatie | Nr. 24 - 14 juni 2007 |
|---|---|
| Jaargang | 2007 |
| Rubriek | Over de grens |
| Pagina's | 1028 |
Sinds professor Smalhout in zijn jongere jaren De dood op tafel in Nederland tot een hot item maakte, is er veel gebeurd om dat fenomeen tot een minimum te beperken. Er ontstond onder anesthesiologen zelfs angst om bij een misser landelijk aan de schandpaal te worden genageld.
Het kon voorkomen dat een beroerde patiënt met een fors bloedend maagulcus, dat overdag door de internist vergeefs was getracht endoscopisch tot staan te brengen, door de anesthesioloog ’s nachts urenlang werd gestabiliseerd voordat hij vond dat er überhaupt narcose kon worden gegeven met een gerede kans voor de patiënt om de operatie te overleven. De chirurg die door de betreffende internist ruim te vroeg was geroepen, kroop dan ook in een aangrenzende ruimte in een patiëntenbed om maar wat te slapen, tot hij eindelijk van dezelfde anesthesioloog het sein kreeg dat de operatie kon beginnen. Het valt voorwaar niet mee een patiënt te stabiliseren met een spuitend vat in zijn maag.
Misschien was in die tijd de angst voor de dood op tafel ietwat doorgeslagen. Wat later hebben we een betere balans zien ontstaan tussen de angst voor ‘dood op tafel’ en alert werken om een beroerde patiënt zo veilig mogelijk door een operatie te leiden.
Hoe gaat dat hier in Ghana?
Een jonge patiënt heeft drie fracturen aan één been. Hij is van ver gekomen, liggend op een matras op de bodem van een overvol busje. Het ongeval is bij binnenkomst al vijf dagen geleden. Als we de gesloten fracturen kunnen stabiliseren, krijgen deze een goede stand, wordt de patiënt niet kreupel en kan hij binnenkort op krukken naar huis. Het heeft zin te opereren en dat doen we dan ook.
We spreken een prijs af voor implantaten, workmanship en opname, en na betaling daarvan gaan we aan de slag. Bij het voorbereiden en schoonmaken houdt iemand het been op. Er zit even een rare knik in, zie ik door het raam als ik aan het scrubben ben. Ik geef met gebaren aan dat ze harder moeten trekken om het been gestrekt te houden.
Ze kunnen heel goed schoonmaken. Eerst met vloeibare zeep: één hand wast en wast, terwijl de andere keurig op de rug wordt gehouden. Je ziet dat ze dat heerlijk vinden, al dat schoonmaken. Dat zit hier in het bloed. Tenslotte de jodium; alles straalt rust en gedegenheid uit. Er gaan vervolgens drie inwendige fixaties het been in en ik ben met het resultaat wel tevreden. Bij het sluiten van de wonden meldt de nurse-anesthesist dat de patiënt plots niet meer spontaan ademt. Dat lijkt me nog wel op te vangen bij de geïntubeerde patiënt. Maar even later houdt ook de hartactie op en wordt er met vereende krachten gereanimeerd, maar de man overlijdt op tafel.
Een massale longembolie moet hiervan de oorzaak zijn. Het is inmiddels zeven dagen na het ongeval. Van preoperatieve heparinisatie is hier nog weinig sprake. Subcutane heparine is niet op de markt, dus we trachten met dextran tijdens de operatie en de drie opvolgende dagen wat aan antistolling te doen.
Toch weer mobilisatie van een trombus door al die manipulatie rond de operatie bij een niet meer geheel vers trauma? Iedereen wordt stil en het werk wordt beëindigd.
De broer van de patiënt, die buiten zit te wachten, krijgt van mij de slechte boodschap. Hij is overstuur en vraagt zich af hoe het verder moet, want de patiënt is de enige kostwinner in de familie. Dat was ook de reden voor de familie om geld voor deze operatie bijeen te brengen.
Wíj denken slechts over een medische indicatie; zij maken een meer sociaaleconomische afweging voor de operatie.
Ik stel voor de materialen weer uit het lichaam te halen om de rekening zo laag mogelijk te houden. Het volgende uur zijn we daar mee bezig. Het is een trieste aftocht: de patiënt verlaat de OK met weliswaar een geopereerd, maar toch wederom geknikt been, onder een wit laken en in de foute richting: naar het mortuarium.
Heeft dood op tafel ook te maken met beperkt opgeleide nurse-anesthesisten? Ik vind onze nurse-anesthesisten toch zeer adequaat na een opleiding van twee jaar.
En ze zijn de meest toegewijde health workers die ik ken.
Deze dood heeft er zeker niet mee te maken, maar hoe zit het met die andere keren dat het misging zonder dat er een trauma in het spel was? Aan de universiteitsziekenhuizen en hier en daar in regional hospitals werken nu anesthesiologen, dus specialisten. Ze krijgen een opleiding van vier jaar aan het universiteitsziekenhuis en die studie is nog niet zo lang geleden gestart. Hoe hoger opgeleid, hoe minder de problemen, denk je dan. Toch zijn mijn beperkte ervaringen met de anesthesiologen in de ziekenhuizen, die ik op verzoek bezoek, nog niet geweldig.
Geen probleem met de narcose, als de patiënt maar meewerkt met de dokter. Als deze echter wel problemen geeft, is de patiënt dus niet coöperatief en krijgt hij vervolgens de schuld van alles wat er vervolgens niet goed gaat.
Zelfs van het niet branden van het lampje van de net nieuwe laryngoscoop als de patiënt tijdens de rit opeens opnieuw moet worden geïntubeerd. In het hele ziekenhuis blijkt geen enkele andere werkende scoop voorhanden te zijn. Alleen al de kostbare tijd voor de patiënt die het zoeken ernaar kost. En dat kost dus soms een leven.
Het lijkt of die dokters nog te kort in het anesthesievak zitten om het goed te beheersen en te managen, in tegenstelling tot de minder opgeleide, maar wel door de wol geverfde nurse-anesthesisten, die door de jaren heen voorzichtigheid, onverstoorbaarheid en degelijkheid in hun handelen hebben ingebouwd.
Om niet te spreken van competentieproblemen die kunnen optreden met de opererende specialist, als een andere specialist de narcose geeft. Misschien is die overgang van nurse-anesthesist naar specialist in de anesthesie in Nederland ook wel zo verlopen en maakte Smalhout zijn collega-anesthesiologen uiteindelijk alleen maar scherper en tot wat ze nu zijn. Hier bestaat echter geen enkele vorm van audit in de ziekenhuizen; niemand die iets aankaart.
En hoe loopt het dan af met zo’n dokter die zijn patiënt verliest? Meestal behoorlijk ‘goed’. Het personeel lijdt met hem mee, want ze moeten samen verder, en komt met vriendelijk aangedragen ‘oorzaken’ als: ‘Het moet wel kanker zijn geweest.’ Maar voor iedereen staat tegelijkertijd onomstotelijk vast dat het The will of God was. En daar kan hier niemand omheen. Moet je in Nederland om komen.
Harry Wegdam, chirurg in Techiman, Ghana
Klik hier voor het PDF van dit artikel
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
Best gewaardeerde docs
De Echte Coassistent
16-03-2011 |
De televisiereeks De Echte Coassistent volgt zes studenten geneeskunde tijdens hun coschappen in het Deventer Ziekenhuis. »»
Reacties: Plaats een reactie
Doc: Retourtje hiernamaals
15-03-2012 |
Retourtje hiernamaals is een documentaire over de veranderingen die mensen ondergaan nadat ze een bijna-dood- ervaring (BDE) hebben gehad. »»
Reacties: Plaats een reactie
Best gewaardeerde films
Film: Intouchables - Olivier Nakache, Eric Toledano
24-04-2012 |
Subliem acteerwerk in Intouchables, een op feiten gebaseerde film die bijna twintig miljoen Fransen naar de bioscoop trok. »»
Reacties: 2 reacties
Film: De goede dood - Wannie de Wijn
22-02-2012 |
‘Ik heb niks te maken met de dood. De dood is van jullie. Het sterven is van mij.’
Het klinkt hard, maar het komt er wel op neer voor de familie en vrienden van de ongeneeslijk zieke Bernhard, die besloten heeft om te sterven. »»
Reacties: Plaats een reactie



