U bent nu hier:

Om te janken!

Publicatie Nr. 26 - 25 juni 2008
Jaargang 2008
Rubriek Praktijkperikel
Pagina's 1136

Haar man is zes maanden geleden overleden, haar dochter is al vijftig jaar psychiatrisch patiënt en verslaafd aan de drank, haar kleinzoon raakte twee maanden geleden in coma, haar buurvrouw stierf vorige maand en een buurman is dit weekend met spoed opgenomen in het ziekenhuis. Toen ik haar die maandagochtend aantrof, huilde ze onbedaarlijk. ‘Dokter, iedereen valt weg en ik kan niet meer stoppen met huilen.’ Haar zoon op 150 km afstand was druk met een verhuizing en een nieuwe baan; en zijn vrouw was een zenuwinstorting nabij.

Deze vitale 85-jarige patiënte sloeg zich tot voor kort krachtig door de bittere periode van het weduwe-zijn heen. Ze maakte dagelijks met enkelen in het appartementengebouw een praatje, dronk hier en daar een kopje thee. Ze kon zo haar verhaal delen met anderen. Iedere dag liep zij naar het nabijgelegen centrum om een boodschap te doen. Bezig blijven was haar leitmotiv. Dit vaste patroon van contacten en taken hield haar op de been. Maar het wankele evenwicht tussen verdriet en de wil om te overleven, was nu volledig uit balans geraakt. Nee, ze voelde zich niet depressief en ze had evenmin een hekel aan het leven. Maar nu was zij te veel op zichzelf teruggeworpen en voelde zij zich reddeloos.

Haar behoefte was mij duidelijk: aanspraak, een vast dag­patroon. Ze wilde wat ‘taken’ ter afleiding, liefst wat doen of voor iemand wat zorgen en op gezette tijden rust. Om dat te regelen bel ik het Riagg voor een spoedintake. Ik hoor: ‘volgende week’, ‘behandelplan opstellen’, ‘normaal werk ik voor de afdeling jeugd’. Gelukkig is er ook de bereidheid om haar diezelfde dag te bellen en een afspraak te plannen. Ik bel het verzorgingshuis; dat heeft op de dagopvang twee vrije plekken. Maar helaas, zonder officiële indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) mogen zij niets. Ik overleg met kinderen en buren hoe zij het schip nog ‘even’ drijvende kunnen houden totdat de hulpverlening na het verkrijgen van vergunningen en indicaties, echt kan starten.

Nog steeds goedgehumeurd en tegen beter weten in, bel ik zelf het CIZ. Eerst krijg ik geen gehoor, maar dan legt een stem op een bandje mij uit dat ik nog even moet wachten. Uiteindelijk krijg ik livecontact en onmiddellijk ben ik terug in de harde realiteit van regels en wetten. ‘Voor spoeddagopvang moet de patiënt zelf een verzoek indienen. De instelling waar zij heen kan, heeft daartoe de nodige formulieren. Zolang die niet ondertekend binnen zijn, kunnen wij niets voor u doen.’ Ik begreep het: de patiënt is er voor het CIZ en niet andersom! Nadat ik deze waarneming in ongevraagde feedback aan de betreffende dame had teruggeven en haar verder veel arbeids­plezier had toegewenst, mocht ik de familie uitleggen hoe het werkt in ‘zorgverzekerd Nederland’.

Na nog wat telefoontjes en faxen werden de formulieren diezelfde dag geproduceerd, ingevuld, ondertekend en verstuurd naar het CIZ. Inmiddels is na twee weken de spoedindicatie afgegeven en mag mevrouw - inmiddels is ze bijna rijp voor opname op de PAAZ - naar de dagopvang.

Zorgverleners, waarom pikken wij dit? Zorgkiezers, waarom stemt u op partijen die dit verdedigbaar achten? Zorgkantoren en zorgverzekeraars, waarom moet ik uitlegen dat u een onverdedigbaar systeem financiert? Politici, neem uw verantwoordelijkheid en maak hier een eind aan, het is immers ‘om te janken’!

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd