U bent nu hier:

SEH-arts in Suriname - Het licht is teruggekeerd

Publicatie Nr. 12 - 18 maart 2009
Jaargang 2009
Rubriek Over de grens
Auteur Frederique Smink
Pagina's 512-513

Sharmila zag ik terug in de Vredeskerk van de Evangelische Broedergemeente. Een kerkje van hout, zoals een kind het zou tekenen. Eenvoudig en ontroerend, vooral op dit moment. Het is zaterdagavond, tegen zeven uur: het gouden uur tussen licht en donker. Enkele heldere sterren lichten op. Vrede. Zelfs in Nickerie is het mogelijk, al is het maar één uur per dag.

Beeld: Frederique Smink Beeld: Frederique Smink

Sharmila heeft haar handen geheven, op haar gezicht een gelukzalige glimlach, de ogen gesloten in extase. Op zondagochtend wordt er gepreekt en gezwegen, op zaterdagavond daarentegen wordt het christendom uitbundig beleden. In het Engels, Nederlands en natuurlijk Sranantongo. Het is meeslepend.
Na de eerste vijf liederen volgt een preek, dan weer vijf liederen met als climax een bijna uitgeschreeuwd gebed, waarin de voorgangster God oproept om de zonden uit onze harten te wassen.

De gemeente mompelt en murmelt en sommigen vegen tranen uit hun ogen. Tijdens de schriftlezing slaat Sharmila haar bijbel op en leest ze mee met de voorgangster. Haar wijsvinger volgt de regels. Ik zie haar lippen mee bewegen. Soms streept ze wat aan met een gele merkstift, soms wist ze haar gezicht met een handdoek. Ze werkt hard, Sharmila. Ze geeft haar ziel en zaligheid aan God. Ik zie het verlangen branden op haar gezicht. Dit is haar gouden uur, haar uur van licht.

Ik heb Sharmila eerder ontmoet in minder lumineuze omstandigheden. Voor haar was het toen nacht, nee, méér dan nacht. Schuimbekkend en gillend werd ze de Eerste Hulp binnengerold. Ze maakte spastische bewegingen en rolde met haar ogen. Een zelfmoordpoging met landbouwgif, een te lage bloedsuiker of een epileptische aanval – die drie diagnosen schoten door mijn hoofd.


Met veel moeite werd ze op een bed getild. De verpleegkundige probeerde direct een infuus in te brengen. Ik probeerde met mijn lampje de pupillen van de worstelende vrouw te onderzoeken. Al het medisch personeel – inclusief de gynaecoloog die toevallig op de Eerste Hulp was en ikzelf – stond over Sharmila gebogen. Een man stak zijn hoofd door de gordijnen. Het was de dominee van de Vredeskerk.

Hij vroeg of hij bij haar mocht om voor haar te bidden. Aan het witte schuim om haar mond kon hij zien dat haar symptomen niet een lichamelijke, maar een geestelijke oorzaak hadden. Het was de duivel zelf die bezit van haar had genomen. Ik antwoordde hem dat hij pas bij haar mocht als ze medisch stabiel was. Dat begreep hij.

Haar bloedsuikerwaarde blijkt normaal. ‘Hoe heet ze?’, vraag ik, om na het horen van het antwoord op dringende toon te vervolgen:  ‘Mevrouw Sharmila, doe uw ogen open, hebt u iets ingenomen?’ Geen antwoord. Plotseling hoor ik haar iets mompelen, eerst onverstaanbaar, daarna luid en duidelijk.

‘Dominee, breng me de dominee, ik moet met de dominee praten.’ Een zucht van verlichting: deze vrouw heeft geen toeval en is zeker niet stervende, zoveel is zeker. Haar bewegingen kalmeren, ze opent zelfs haar ogen. ‘De dominee’, herhaalt ze. En de dominee komt terwijl wij, genezers van het lichaam, ons terugtrekken. 

De verpleging is gelaten, want ze kennen dit liedje, maar ik verbijt mijn kwaadheid. De brutaliteit om een Eerste Hulp zo op stelten te zetten! Ik denk aan de benauwde oma met hartfalen en de andere patiënt met buikpijn die ik heb laten liggen om me over de hysterische Sharmila te buigen. Ik ben woest en wil dat ze weggaat – nu. Na vijf minuten is het wonder verricht: Sharmila staat op van haar bed en komt glimlachend aanlopen. Wat het infuus dat nog steeds in haar arm steekt niet vermag, is door gebedsgenezing geschied: het licht is teruggekeerd en de demonen zijn het zwijgen opgelegd.

Voorlopig. ‘Soms heb ik dat’, verontschuldigt ze zich, en hoort mijn preek glimlachend aan. Ze vertrekt met de dominee, het infuus wordt op de valreep uit haar arm verwijderd.


Een dag later is ze terug. Mijn ergernis is vervlogen. Ik ben nu vooral geïnteresseerd in het waarom van haar waanzin. Sharmila’s roep om hulp was misplaatst op de Eerste Hulp, maar dat maakt haar nood niet minder acuut of urgent. We gaan samen op een bedje zitten. Ze kijkt me wat verlegen aan. Een kinderlijke vrouw van midden dertig met een paardenstaartje.

Ze heeft een Hindoestaans uiterlijk, maar is christen. Een zeldzaamheid, geeft ze toe. Haar woorden verraden een zachte, zorgzame natuur. Ze maakt zich veel zorgen. Haar beste vriendin loopt met zelfmoordplannen rond en gebruikt haar als praatpaal. Het valt haar zwaar om steeds die vriendin uit de put proberen te praten. Bij haar man kan ze niet terecht. Ze kan bij niemand terecht. Toen werd het haar allemaal te veel en liet ze zichzelf gaan, niet wetend hoe ze op een andere manier aandacht voor zichzelf kon opeisen. Volgens haar perceptie neemt de duivel soms bezit van haar als ze klem zit. Punt.

Haar enige ankerpunt en bron van kracht is het geloof. Ze omarmt Jezus en het Woord niet. Nee, ze omklemt het, balancerend op de rand van godsdienstwaanzin. Dat zag ik op die gouden zaterdagavond in de Vredeskerk. En vrezende dat we haar nog wel eens zouden weerzien op de Eerste Hulp, vond ik mezelf terug met gevouwen handen, vragende of Hij zich over haar wilde ontfermen en wilde bezielen. Bezielen met ratio en relativering.

Frederique Smink, werkte als zaal- en SEH-arts in Nickerie, Suriname

PDF van dit artikel

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd