U bent nu hier:

Bijziend

Publicatie Nr. 17 - 22 april 2009
Jaargang 2009
Rubriek Praktijkperikel
Pagina's 737

Een patiënt vraagt mij (oogarts in opleiding) zijn ‘exacte visuswaarden van beide ogen’ op te geven. Zijn verzekeraar heeft die waarden nodig voor een eventuele vervoersvergoeding. Ik voldoe aan zijn vraag en de patiënt stuurt mijn antwoord door aan zijn verzekeraar.

Tot mijn verbazing volgt kort daarop dezelfde brief van zijn verzekeraar, maar dan aan ons gericht. Ik ga ervan uit dat mijn brief en die van de verzekeraar elkaar hebben gekruist, maar nog geen twee weken later komt er een herinneringsbrief.

Ik bel naar de betrokken verzekeringsarts en vraag of ze mijn brief via patiënt niet hebben ontvangen. Dat blijkt wel het geval, maar er staat volgens haar geen visus in. Dat verbaast mij zeer, want dat is in ons eigen afschrift eigenlijk juist het enige wat er in de brief staat. ‘Nee hoor, er staat bij de visus van het rechteroog: 0,16. Dat is geen visus. Dat is zoiets als 0,3, of 0,4, of zo.’

Ik leg de verzekeringsarts uit dat de 0,16 wel degelijk een visus is, en wel een visus tussen de 0,1 en 0,2. De verzekeringsarts heeft moeite mij te geloven, maar als ik haar er nog eens op wijs dat ze het wel tegen een oogarts in opleiding heeft, gelooft zij mij.

‘En het linkeroog dan?’, vraag ze. ‘Daar staat dat er geen lichtperceptie is. Wat is dat dan voor waarde?’ Ik leg uit dat de patiënt aan het linkeroog volledig blind is en dus geen licht meer kan waarnemen.

De patiënt zegt zijn vergoeding te hebben gekregen.

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd