U bent nu hier:

Innige deelneming

Publicatie Nr. 45 - 04 november 2004
Rubriek Praktijkperikel
Pagina's 1781

Kind van drie maanden ‘s morgens dood in bedje aangetroffen: wiegendood. De ouders zijn ontdaan en verslagen. Een week later, twee dagen na de begrafenis, komt de vader op mijn spreekuur en zit te snikken aan mijn bureau. Hij is bij een collega-huisarts geweest, die controles doet voor de bedrijfsvereniging. Deze heeft hem met onmiddellijke ingang weer aan het werk gestuurd.
De man is wanhopig, kapot van verdriet en kan alleen maar huilen. Heeft hij wel verteld wat er aan de hand is?


Ik denk dat er een misverstand is en bel de collega. ‘Nee, zeker geen misverstand’, zegt hij, ‘de zaak lijkt mij klip en klaar. Meneer heeft een eerstegraads familielid verloren door overlijden en dientengevolge recht op twee werkdagen verlof. Hier is geen sprake van arbeidsongeschiktheid door ziekte of gebrek’. ‘Maar’, begin ik enigszins aarzelend en verbouwereerd, ‘je weet dat patiënt deze week zijn kind heeft verloren en daar geheel van ontdaan is?’


Jazeker, dat weet hij: ‘Ik heb patiënt mijn innige deelneming betuigd, maar dat maakt hem nog niet arbeidsongeschikt in de zin der wet. Als jij er een depressie van weet te maken, verandert dat de zaak. Dan wordt het een psychiatrische diagnose en daar kan ik mee verder. Ik zou zeggen, zeg jij het maar.’

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd