U bent nu hier:

Die rotoorlog

Publicatie Nr. 46 - 15 november 2006
Jaargang 2006
Rubriek Praktijkperikel
Pagina's 1858

Hij heeft alles al gehad: foto’s, echo’s, scans, psychische hulp. Toch wil hij de huisarts weer zien. Ik steek mijn hoofd om de slaapkamerdeur en probeer een redelijke opgewektheid in mijn stem te laten klinken: ‘Daar ben ik weer.’
Hij slaapt. Groot en zwaar ligt hij op zijn zij. Zijn vrouw schudt hem zachtjes wakker. Knorrig opent hij zijn ogen. Hij krijgt mij in de gaten en hijst zich moeizaam overeind.

‘Vertel eens, waar kom ik voor?’, vraag ik hem vriendelijk.
Hij grauwt: ‘Dat weet u best.’
Ik trek mijn wenkbrauwen op en kijk hem vragend aan.
Hij verheft zijn stem, luid en haast scheldend herhaalt hij: ‘Dat weet u best. Ik voel me rot. Mijn rug doet nog steeds pijn. Die pillen helpen niet.’
Ik stel mijn vragen, geduldig, wikkend en wegend. Maar hij is kwaad. Op mij, op zijn vrouw, op de wereld. Ik vraag hem opnieuw waar het nu om gaat.
Zijn stem wordt nog harder: ‘Dat heb ik toch al verteld,  je moet ook luisteren!’
‘Stil nou Henk…’, sust zijn tengere, kleine vrouw op de achtergrond.
‘En jij…’, schreeuwt hij naar haar, ‘…jij moet je mond houden!’ Hij wendt zich weer tot mij:

‘U moet iets aan mijn rug doen. U moet me onderzoeken. En u moet ook even naar mijn longen luisteren.’
Verrassend vlot voor zijn gewicht en zijn pijn staat hij plotsklaps naast zijn bed, laat zijn pyjamabroek zakken en slaat op zijn buik. ‘Dat. Dat doet me verdomde pijn. En al die pillen doen daar niks aan!’
‘Henk’, smeekt zijn vrouw, ‘Henk doe die broek weer aan.’
Woedend voegt hij haar toe: ‘En niet mee bemoeien jij!’

Ik beluister zijn longen en laat hem met zachte drang weer op het bed plaatsnemen. Ik beluister zijn buik, tracht de plaats te bepalen waar de pijn het hevigst is. En ik vertel hem daarbij steeds wat ik doe.
‘Daar’, schreeuwt hij en houdt zijn forse buik met beide handen vast. ‘Daar zit de pijn!’ En hij duwt zijn buik in mijn richting. Op de achtergrond fluistert zijn vrouw kalmerende woordjes. Ik berg mijn instrumenten op en leun achterover. Beschouwend bezie ik het toneel.
‘Wat is er nu anders dan anders?’

Daar heb ik hem, zijn toon wordt redelijker en zelfs bijna normaal als hij zegt: ‘Dokter, u weet het toch. Al die ellende op de wereld. En ik zit hier maar…’
Hij vertelt het opnieuw. Over die rotoorlog, de Arbeitseinsatz, de gruwel, de machteloze jongen die hij was. Zijn zoon die gaat scheiden. De Telegraaf-verhalen waarin hij het einde van de wereld ziet. Dat hij niet meer kan vissen. Dat hij niet meer over straat kan. Dat zijn leven is afgelopen.
Ik luister en we praten nog wat. Ik sta hem toe zijn borreltje te nemen. ‘Met mate’, voeg ik eraan toe onder de doordringende en veelzeggende blik van zijn vrouw. Ik spreek nog eens met hem af hoe hij zijn tabletten moet innemen en dring aan op medicatietrouw. Bij het afscheid omklemt hij mijn hand. Zijn vrouw zucht en laat mij uit. 
Ik hoop op een poosje soelaas. Voor hem. En voor ons.

Klik hier voor het PDF van dit artikel

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd