U bent nu hier:

Vluchtelingenhulp

Publicatie Nr. 05 - 01 februari 2007
Jaargang 2007
Rubriek Praktijkperikel
Pagina's 190

In oktober 2005 benadert de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) ons ziekenhuis met de vraag of wij een vluchteling van 13 jaar willen opereren aan een ernstige hartafwijking. De patiënte verblijft op dat moment in een kamp in Nairobi, Kenia. De IND wil haar en haar familie uitnodigen om na de hartoperatie in Nederland te blijven. De patiënte zou in november in Nederland arriveren.

Na onze positieve reactie, horen wij niets tot twee dagen voor Kerstmis. De IND meldt ons dat de patiënte de volgende dag met een begeleidende cardioloog per ambulance vanaf Schiphol bij ons wordt afgeleverd. Het ziekenhuis is tot het laatste bed toe bezet en er is op zo korte termijn geen isolatiekamer beschikbaar voor deze patiënte die potentieel MRSA-positief is. De IND heeft geen boodschap aan onze klacht dat dit geen manier van doen is. 

Bij een temperatuur van drie graden onder nul arriveert rond elf uur ’s ochtends een dungekleed meisje met haar dito geklede en op teenslippers geschoeide moeder. Zeven familieleden gaan rechtstreeks door naar het asielzoekerscentrum (azc). Moeder en dochter verorberen de aangeboden boterhammen met veel smaak. Na onderzoek blijkt de hartafwijking van de patiënte zo stabiel dat zij gerust in de weken na de jaarwisseling geopereerd kan worden en zolang in het azc bij haar familie kan verblijven. 

Wij bieden de Keniaanse collega een lunch aan, voorzien hem van euro’s omdat hem slechts Amerikaanse dollars ter hand zijn gesteld om terug te komen op Schiphol en raken aan de praat over hartchirurgie in Kenia. Of deze patiënte ook daar geopereerd had kunnen worden? Jazeker, al opereren ze daar bij voorkeur patiënten uit het niet echt nabijgelegen Namibië. En de Kenianen dan, willen we weten? Kenianen die het kunnen betalen, laten zich liever behandelen in India. De kwaliteit van de zorg is daar beter. 

Voor de patiënte en haar moeder, proberen we vervoer te regelen naar het azc. Maar alle drie de instanties die aan de IND zijn gelieerd en die verantwoordelijk waren voor de reis van Kenia naar ons ziekenhuis, geven niet thuis. Het was hun taak de patiënte tot aan het ziekenhuis te begeleiden. Verder is de eerstverantwoordelijke al met kerstverlof. Tegen zes uur vinden wij een taxichauffeur bereid om moeder en dochter te vervoeren. Enkele weken later wordt de patiënte met succes geopereerd.

Maanden nadien komt de taxichauffeur zijn beklag doen dat hij van de officiële instanties nog steeds geen geld heeft gekregen voor zijn ritje op kerstavond. Het ziekenhuis stelt de man alsnog schadeloos.
Omdat de patiënte een halfjaar na de operatie niet op een controle verschijnt, doen wij navraag. Zij blijkt uit het azc verplaatst te zijn omdat ze door enkele van haar meegekomen broers werd misbruikt. Men gaat nu na in hoeverre de mee­gereisde familieleden ook echt familie zijn…

Is dit vluchtelingenhulp?

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd