U bent nu hier:

Crime Scene Investigation

Publicatie Nr. 38 - 16 september 2009
Jaargang 2009
Rubriek Over de grens
Auteur F. Smink
Pagina's 1582
beeld: Corbis beeld: Corbis

Op zaterdagnacht rond een uur of drie belt een verpleegkundige van de Eerste Hulp. Er is een ongeluk gebeurd en er zijn twee slachtoffers: één lichtgewond, één zwaar. Ik sta op het punt om naar bed te gaan. Vanaf vanochtend tot een uur geleden heb ik gewerkt op de Eerste Hulp, slechts onderbroken door een middagdutje in de hangmat en ’s avonds een snelle hap bij de snackbar.

Nu, om drie uur ’s nachts, laat ik mij ophalen door de chauffeur van het ziekenhuis. Geen moment te verliezen! Verwondingen in de breedste zin des woords zijn niet mijn sterkste punt op medisch gebied. Maar ik ben naar Nickerie gekomen om ook die kneepjes in mijn onwillige en houterige vingers te krijgen.

Op de Eerste Hulp tref ik een dronken man aan. Ik beklop hem van top tot teen. Hij heeft een blauw oog en hij is dronken, c’est tout. Op zijn bovenbeen prijkt een tatoeage van een blote vrouw, wijdbeens, met een sigaret in haar mond. Een grove tatoeage in grove lijnen. Ik neem het uiterlijk onbewogen in me op. Gij zult niet oordelen, bedenk ik, en gezien het late uur doet het me inderdaad niet zoveel. Ik duw nogmaals op zijn blauwe oog, maar er is echt niets gebroken.

De verpleegkundige legt de telefoon neer en kijkt me aan. Het andere slachtoffer is ter plekke overleden. De arts die normaliter de dood zou moeten vaststellen, is onbereikbaar. Zou ik niet…? Zonder al te gretig te lijken, bied ik mijn diensten aan. Deze geschiedenis heeft iets onbevredigends. Het is alsof ik het einde van de film heb gezien zonder te weten wat er aan is voorafgegaan. Mijn agenda is dubbel en niet geheel zuiver. Ik ben een ramptoerist behangen met een stethoscoop in plaats van een fototoestel. Die stethoscoop maakt mijn aanwezigheid op de plek des onheils legitiem.

We rijden richting het dorpje Paradise, een donkere, rechte weg, berucht om de hardrijders. In de verte zie ik zwaailichten. Politie, een ambulance en een groep mensen op een woonerf langs de kant. Midden op de weg ligt een gestalte onder een laken. Het laken is niet groot genoeg om de plas bloed te verhullen. Ernaast een brommer, total loss. Ik denk: Everybody move!, zoals ik het op tv heb gezien.

De toeschouwers zijn familie van het slachtoffer. Er klinkt gejammer en gehuil. De verpleegkundige ter plaatse vertelt me dat de politie de gelegenheid te baat wil nemen om de sieraden en andere waardevolle bezittingen van het slachtoffer te verwijderen. Dan hoeft het laken maar één keer opgetild te worden. Een politieman met een zaklamp knielt naast me. Te laat zie ik dat ik midden in de plas met bloed sta. Het laken wordt geheven. Ik zie een dode man met een gebarsten helm. Er loopt een grote scheur over zijn hoofd. Hij is tegen een paal gebotst, over het stuur gevlogen en toen op zijn hoofd geland. Daarbij is zijn nek geknakt.

Zijn ongedeerde maatje op de Eerste Hulp zat achterop. De man onder het laken heeft de verstarde gezichtsuitdrukking van de dood. Voor de vorm schijn ik met een lampje in zijn ogen en beluister ik zijn borst op zoek naar hartkloppingen. Ik hoor alleen het suizen van mijn eigen bloed. Ik sta op en condoleer de familie. Mijn woorden klinken ingestudeerd, als van een slechte acteur. Dit drama is te groot om de juiste toon te treffen, dus tref ik maar geen enkele toon.

Op de Eerste hulp zie ik dat mijn instrumenten onder het bloed zitten, ook op mijn arm zit een veeg. Verwoed maak ik alles schoon. Het is als een ritueel, maar erna voel ik me nog steeds niet gereinigd.

Thuis schuif ik in bed en laat me schoonwassen door een droomloze slaap.

Frederique Smink, werkte als zaal- en SEH-arts in Nickerie, Suriname

PDF van dit artikel

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd