U bent nu hier:

Doktersdelay

Publicatie Nr. 08 - 25 februari 2010
Jaargang 2010
Rubriek Brieven
Pagina's 360-361

In de uitspraak van het tuchtcollege getiteld ‘Doktersdelay’ (MC 1/2010: 18) wordt geen aandacht besteed aan de rol van de radioloog. Deze constateerde een afwijking op de X-thorax, vermeldde dit in zijn verslag, maar gaf het niet telefonisch aan de aanvragend arts door. Alleen de cardioloog die het verslag niet meer heeft gezien wordt persoonlijk verantwoordelijk gehouden.

G. van Olden (MC 5/2008: 642: Foto gemist, claim aan de broek) stelde dat radiologen verplicht zouden zijn na te gaan of de aanvrager het verslag gelezen en begrepen heeft en of er gehandeld is naar de gegeven adviezen. In het blad Memorad van de Nederlandse Vereniging voor Radiologie (NVvR) gaat prof. H.A.W. Sanders hierop in (Memorad 2/2009: 7). Een van zijn aanbevelingen is ‘te bevorderen dat bij ernstige en onverwachte bevindingen door de voor het onderzoek en de beoordeling verantwoordelijke radioloog, altijd en tijdig direct contact in persoon of telefonisch met de aanvragend/behandelend arts wordt opgenomen’.

Als opleider draag ik dit standpunt uit, maar krijg ik regelmatig als tegenwerping: ‘dus als ik de aanvrager niet te pakken krijg ben ik fout’. Deze defensieve houding is begrijpelijk, maar niet passend. Het niet fout doen prevaleert boven het goed doen.

Ook in MC 1 (MC 1/2010: 32) schrijft kinderarts Paul Brand: ‘veel vaker ontstaan complicaties en ongelukken door een aaneenschakeling van kleine foutjes. (…) Dan gaat het niet om fout gedaan maar fout gegaan.’ Het nagelaten telefoontje beschouw ik als zo’n ‘foutje’. Ik zal dit ook zo blijven beschouwen, ondanks de uitspraak van het tuchtcollege. Het is een morele plicht om bij een patiënt met een mogelijke ernstige aandoening een proactieve rol aan te nemen.

Als tegenwicht voor de ontstane jurisprudentie roep ik het bestuur van de NVvR op de aanbevelingen van Harrold Sanders te verwerken tot richtlijn.

Tenslotte nog een semantisch puntje van kritiek op het radiologieverslag.  Hierin staat dat nadere evaluatie middels een CT-scan van de thorax zeker te overwegen was. Hoezo ‘overwegen’? Zijn er dan nog argumenten te verzinnen waarom van een CT-scan kan worden afgezien?

Nijmegen, januari 2010
dr. Gerrit Jager, radioloog

Rubriek brieven

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd